In " Adolescentie in Fictie" wordt gewerkt aan een post-wetenschappelijke benadering. De post-wetenschappelijke benadering kan gezien worden als het verlengde van een postmoderne onderzoeksmethode. Waar de moderne benadering nog is gebaseerd op een verlichte traditie en stuurt op het vinden van de waarheid door het gebruik van de ratio, gaat deze benadering ervan uit dat de waarheid niet bestaat en dat we het moeten doen met verschillende verhalen (perspectieven). In mijn post wetenschappelijke benadering wil ik nog een stap verder gaan door ook de relkatieve waarheidsclaim van de verschillende perspectieven te laten vallen. Theorie wordt tot een literaire productie, en heeft daarmee de status van een fictief werk.
Het kenmerk van fictie is fantasie. Fantasie ontspruit uit de subjectieve verbeelding.Dat wil niet zeggen dat er niet bij wordt nagedacht. Sterker nog : ik ben van mening dat hoogstaande vormen van verbeelding, alleen kunnen voorkomen als de auteur zijn denkwerk ook heeft gedaan. Het is daarom geen wonder dat grote literatoren als Nabokov, Borges, Brodsky, om er maar een paar te noemen, niet alleen creatief , maar ook intellectueel mensen zijn met enorme vermogens. Voortdurend lijken ze als waarnemer, als analyticus, en als gesprekspartner in relatie te staan met de hun omringende werkelijkheid. Door deze voortdurende dialoog wordt de verbeelding geprikkeld en ontstaat een orgineel, genuanceerd beeld van de werkelijk-heid. Dit fictieve beeld is geen oud beeld, maar een nieuw beeld. Aangezien nieuwe beelden nog niet bestaan zijn ze automatisch werken van de fantasie.
Een tweede kenmerk van fictie is de levende samenhang. Een fictieve wereld heeft zijn eigen samenhang.Het is een wereld met zijn eigen taal, personages en decors. Het is een wereld die in elkaar grijpt als een levend organisme. Door deze organische samenhang heeft fictie ook altijd een ongebruikt potentieel. Het is een geen geisoleerde wereld als een ambtelijke tekst. Het is in feite groter dan de auteur. Het zet aan tot denken. Het inspireert anderen om er verder aan verder te werken. Fictie is geen statische wereld, maar een wereld die voortdurend in beweging is. Elke creatie kan , achter een boom, of een huis, weer een nieuwe creatie oproepen. Niemand is eigenaar van het geheel. Het geheel leeft zijn eigen leven.
Werken vanuit fictie maakt de postwetenschappelijke benadering pas echt interessant. Als onderzoeker stijg je als het goed is uit boven het cognitieve. De intellectuele arbeid is het huiswerk dat gedaan moet worden. Maar dan begint het pas echt; de creatieve daad van een nieuw design.De validiteit daarvan hangt af van een onophoudelijk proces van ontdekking en heront-dekking en een esthetische vormgeving. De verantwoorde theorie die de werkelijkheid vangt kan hooguit de tekst van een personage zijn.
zondag 30 september 2007
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
In het kader van de verdere ontwikkeling van de Academische School heeft op 27 september een training plaatsgevonden voor een aantal medewerkers aan het project academische scholen (teambijeenkomst) in het kader van de professiona-lisering van de groep. Verder vond een bespreking (seminar) plaats met de leden van de stuurgroep academische scholen in het kader van de voortgang.
De teamleden waren zeer te spreken over de professionalisering. We hebben gewerkt aan de systematiek van het begeleiden/coachen van onderzoekers in de scholen. Dit blijkt niet altijd even gemakkelijk. We hebben gebruik gemaakt van het "driehoekenmodel" zoals dat ook is te vinden in "Van TDL naar SDL" van Hans Janssen.In dit model wordt duidelijk dat begeleiding meestal in drie stappen gaat:
- sturen
- meewerken
- ondersteunen
De onderzoeker werkt ook op derie niveaus waar hij/zij achtereenvolgens in relatie wil t.w. :
- doen
- denken
- willen/durven
Op de bijeenkomst met de leden van de stuurgroep werd duidelijk dat er veel enthousiasme is voor de aanpak van het lectoraat. Steun werd toegezegd aan het plan aan het einde van het jaar te komen met een "toolbox" met onderzoeks-verslagen, een prototype design, een routeplanner & beeld/geluidsmateriaal. Verder werd o.a. duidelijk dat :
- de academische school betekent als elk transformatieproces "leren omgaan met tegenslagen"
- de academische school is een werkwoord, een proces, in plaats van een zelfstandig naamwoord
- de academische school is een al een feit zodra je hem onderzoeksmatig begint te ontwikkelen
- de academische school genereert van meet af aan resultaten zoals op het VRC (Overvecht Presents...)
- de academiische school onderzoeken worden nog vaak te groot aangepakt wat de haalbaarheid in gevaar brengt
Er ligt een vraag vanuit de stuurgroep aan Jeroen Lutters (VODM) om te komen tot een bespreking hoe "lerend" omgaan met proces en problemen (ook in deelprojecten 1 en 4) te beschouwen zijn als leermomenten/leeropbrengsten die het project ten goede komen (ook in resultaat termen).
De teamleden waren zeer te spreken over de professionalisering. We hebben gewerkt aan de systematiek van het begeleiden/coachen van onderzoekers in de scholen. Dit blijkt niet altijd even gemakkelijk. We hebben gebruik gemaakt van het "driehoekenmodel" zoals dat ook is te vinden in "Van TDL naar SDL" van Hans Janssen.In dit model wordt duidelijk dat begeleiding meestal in drie stappen gaat:
- sturen
- meewerken
- ondersteunen
De onderzoeker werkt ook op derie niveaus waar hij/zij achtereenvolgens in relatie wil t.w. :
- doen
- denken
- willen/durven
Op de bijeenkomst met de leden van de stuurgroep werd duidelijk dat er veel enthousiasme is voor de aanpak van het lectoraat. Steun werd toegezegd aan het plan aan het einde van het jaar te komen met een "toolbox" met onderzoeks-verslagen, een prototype design, een routeplanner & beeld/geluidsmateriaal. Verder werd o.a. duidelijk dat :
- de academische school betekent als elk transformatieproces "leren omgaan met tegenslagen"
- de academische school is een werkwoord, een proces, in plaats van een zelfstandig naamwoord
- de academische school is een al een feit zodra je hem onderzoeksmatig begint te ontwikkelen
- de academische school genereert van meet af aan resultaten zoals op het VRC (Overvecht Presents...)
- de academiische school onderzoeken worden nog vaak te groot aangepakt wat de haalbaarheid in gevaar brengt
Er ligt een vraag vanuit de stuurgroep aan Jeroen Lutters (VODM) om te komen tot een bespreking hoe "lerend" omgaan met proces en problemen (ook in deelprojecten 1 en 4) te beschouwen zijn als leermomenten/leeropbrengsten die het project ten goede komen (ook in resultaat termen).
zaterdag 29 september 2007
Onderzoek & Ontwerp Liberal Arts
In het onderstaande essay "Opvoeding tot Zelfstandig Denken" (1934) betoogt Alfred Einstein waarom het van belang is
zelfstandig te leren denken en hoe je dat kan proces kan stimuleren. Deze visie sluit perfect aan bij de eerdere beschrijving van "Progressieve Liberal Arts Ideaal" zoals die wordt ontwikkelt door de Vrije Hogeschool/het Lectoraat Vernieuwende Opleidingsmethodiek & Didactiek. Naar verwachting zal in het studiejaar 2008-2009 onder de vleugels van de Faculteit Educatie (Pedagogiek) deze vorm van onderwijs als een "minor" worden aangeboden binnen de Hogeschool Utrecht.
Einstein:
" Het is niet genoeg mensen een vakspecialisme te leren. Daardoor wordt hij weliswaar een te gebruiken machine, maar geen volwaardige persoonlijkheid. Het gaat er om een levend gevoel te ontwikkelen wat nastrevenswaardig is. Mensen dienen een levende sensitiviteit te ontwikkelen wat mooi en wat moreel is. Anders lijkt hij met zijn gespecialiseerde kennis meer op een goedafgerichte hond, dan een harmonieus ontwikkelt schepsel. Hij moet de motieven van andere mensen, hun illusies, hun lijden leren begrijpen, om zo een juiste instelling tegenover individuele mensen en de de gemeenschap te ontwikkelen.Deze waardevolle zaken worden de jongere generatie door persoonlijk contact ,en niet door tekstboeken geleerd. Dit persoonlijk contact is wat cultuur in de eerste plaats kan maken en doen behouden. Dit (niet het droge vakmatige weten op geschied kun dig en filosofisch gebied) heb ik ook op het oog als ik "humanities" als belangrijk aanbeveel.Het teveel benadrukken van het competatieve systeem en het te vroeg specialiseren vanuit het gezichtspunt van een vanzelfsprekende nuttigheid doden uiteindelijk de geest, waarvan het culturele leven en daarmee ook de bloei van de specialismes afhankelijk is.Bij een waarde
volle opvoeding hoort verder dat het zelfstandige kritische denken van de jonge mens ontwikkelt wordt, een ontwikkeling die door een vergaande overbelasting met lesstof in gevaar gebracht wordt (puntensysteem). Overbelasting leidt noodzakelijk tot oppervlakkigheid en cutuurverval. Het leren dient zo ingericht te zijn, dat hetgeen aangeboden wordt als een waardevol geschenk en niet als een zure plicht wordt ervaren."
De Vrije(Hoge) School :
Nadrukkelijk sluit dit "Progressieve Liberal Arts Ideaal" ,deze progressieve vorm van "humanities", aan bij de Vrije (Hoge)school pedagogiek in optima forma. Net als Einstein willen Vrije Scholen kinderen helpen ontwikkelen tot volwaardige persoonlijkheden. Scholen, Hogescholen en Universiteiten moeten plekken zijn voor persoonlijk contact, waardoor werkelijke culturele interesse wordt gewekt. De vrije scholier schuwt daarom niet om hard te werken. Succesvolle scholen letten erop leerlingen niet eenzijdig over te belasten, en altijd weer plaats in te ruimen voor persoonlijke verdieping, praktische interesse en creatieve verwerking. Leren wordt zo een duurzaam "geschenk" inplaats van een "vervelende plicht.
zelfstandig te leren denken en hoe je dat kan proces kan stimuleren. Deze visie sluit perfect aan bij de eerdere beschrijving van "Progressieve Liberal Arts Ideaal" zoals die wordt ontwikkelt door de Vrije Hogeschool/het Lectoraat Vernieuwende Opleidingsmethodiek & Didactiek. Naar verwachting zal in het studiejaar 2008-2009 onder de vleugels van de Faculteit Educatie (Pedagogiek) deze vorm van onderwijs als een "minor" worden aangeboden binnen de Hogeschool Utrecht.
Einstein:
" Het is niet genoeg mensen een vakspecialisme te leren. Daardoor wordt hij weliswaar een te gebruiken machine, maar geen volwaardige persoonlijkheid. Het gaat er om een levend gevoel te ontwikkelen wat nastrevenswaardig is. Mensen dienen een levende sensitiviteit te ontwikkelen wat mooi en wat moreel is. Anders lijkt hij met zijn gespecialiseerde kennis meer op een goedafgerichte hond, dan een harmonieus ontwikkelt schepsel. Hij moet de motieven van andere mensen, hun illusies, hun lijden leren begrijpen, om zo een juiste instelling tegenover individuele mensen en de de gemeenschap te ontwikkelen.Deze waardevolle zaken worden de jongere generatie door persoonlijk contact ,en niet door tekstboeken geleerd. Dit persoonlijk contact is wat cultuur in de eerste plaats kan maken en doen behouden. Dit (niet het droge vakmatige weten op geschied kun dig en filosofisch gebied) heb ik ook op het oog als ik "humanities" als belangrijk aanbeveel.Het teveel benadrukken van het competatieve systeem en het te vroeg specialiseren vanuit het gezichtspunt van een vanzelfsprekende nuttigheid doden uiteindelijk de geest, waarvan het culturele leven en daarmee ook de bloei van de specialismes afhankelijk is.Bij een waarde
volle opvoeding hoort verder dat het zelfstandige kritische denken van de jonge mens ontwikkelt wordt, een ontwikkeling die door een vergaande overbelasting met lesstof in gevaar gebracht wordt (puntensysteem). Overbelasting leidt noodzakelijk tot oppervlakkigheid en cutuurverval. Het leren dient zo ingericht te zijn, dat hetgeen aangeboden wordt als een waardevol geschenk en niet als een zure plicht wordt ervaren."
De Vrije(Hoge) School :
Nadrukkelijk sluit dit "Progressieve Liberal Arts Ideaal" ,deze progressieve vorm van "humanities", aan bij de Vrije (Hoge)school pedagogiek in optima forma. Net als Einstein willen Vrije Scholen kinderen helpen ontwikkelen tot volwaardige persoonlijkheden. Scholen, Hogescholen en Universiteiten moeten plekken zijn voor persoonlijk contact, waardoor werkelijke culturele interesse wordt gewekt. De vrije scholier schuwt daarom niet om hard te werken. Succesvolle scholen letten erop leerlingen niet eenzijdig over te belasten, en altijd weer plaats in te ruimen voor persoonlijke verdieping, praktische interesse en creatieve verwerking. Leren wordt zo een duurzaam "geschenk" inplaats van een "vervelende plicht.
dinsdag 25 september 2007
Project Overvecht Presents
Voor de vakantie is het project "Overvecht Presents..." afgesloten, met het aanbieden van een slotdocument aan minister
Ellen Voogelaar. Na de vakantie volgt nog de fase van "nazorg" , om zo de opbrengst van het project te "borgen". De acties bestaan uit :
(1) gesprek met docenten VRC oktober/november
(2) gesprek met beleidsvoerders begin november
(3) workshop "Sociale Innovatie" op 8 november
ad 1. Het gesprek met de docenten van het Vader Rijn College (VRC) zal gevoerd worden aan de hand van de analyse door Jeroen Lutters/Friso van Wiersum. Aan de orde komt vooral hoe moeilijk het is jongeren te mobiliseren/motiveren in school & wijk en hoe "commitment", en "continuiteit" in beleid en uitvoering daarbij van belang zijn op de werkvloer.
ad 2. Een slotgesprek wordt gevoerd (te denken valt aan het Polmanshuis) met een kleine groep beleidsvoerders (NUOVO, Gemeente, HU) . Daarbij wordt aandacht besteed aan dezelfde analyse.Met aandacht wodt ook ingegegaan op de aanbeve-lingen en wat dat betekent op strategisch niveau.
ad 3. Op het openingscongres van de FMR, lectoraat Sociale Innovatie (van Hans van Ewijk) zullen wij mogelijk een worksop geven over succes en faalfactoren bij transformatieprocessen. Aandacht zal wordxen besteed aan het feit dat cultuurveran-dering daadwerkelijk "ownership" vraagt.
Net als voor de vakantie zal het geheel aan activiteiten worden gecoordineerd door Friso van Wiersum. Jeroen Lutters en Bart Engberts zijn de deelnemende partijen. Gemikt wordt op een duurzaam resultaat in de zin van kwaliteitsverbetering/profes-sionalisering/ innovatie van Jeugd, Stad en Opleiding. Deze eerste fase van het project zal echter worden afgerond
in 2007.
Ellen Voogelaar. Na de vakantie volgt nog de fase van "nazorg" , om zo de opbrengst van het project te "borgen". De acties bestaan uit :
(1) gesprek met docenten VRC oktober/november
(2) gesprek met beleidsvoerders begin november
(3) workshop "Sociale Innovatie" op 8 november
ad 1. Het gesprek met de docenten van het Vader Rijn College (VRC) zal gevoerd worden aan de hand van de analyse door Jeroen Lutters/Friso van Wiersum. Aan de orde komt vooral hoe moeilijk het is jongeren te mobiliseren/motiveren in school & wijk en hoe "commitment", en "continuiteit" in beleid en uitvoering daarbij van belang zijn op de werkvloer.
ad 2. Een slotgesprek wordt gevoerd (te denken valt aan het Polmanshuis) met een kleine groep beleidsvoerders (NUOVO, Gemeente, HU) . Daarbij wordt aandacht besteed aan dezelfde analyse.Met aandacht wodt ook ingegegaan op de aanbeve-lingen en wat dat betekent op strategisch niveau.
ad 3. Op het openingscongres van de FMR, lectoraat Sociale Innovatie (van Hans van Ewijk) zullen wij mogelijk een worksop geven over succes en faalfactoren bij transformatieprocessen. Aandacht zal wordxen besteed aan het feit dat cultuurveran-dering daadwerkelijk "ownership" vraagt.
Net als voor de vakantie zal het geheel aan activiteiten worden gecoordineerd door Friso van Wiersum. Jeroen Lutters en Bart Engberts zijn de deelnemende partijen. Gemikt wordt op een duurzaam resultaat in de zin van kwaliteitsverbetering/profes-sionalisering/ innovatie van Jeugd, Stad en Opleiding. Deze eerste fase van het project zal echter worden afgerond
in 2007.
maandag 24 september 2007
Onderzoek & Ontwerp Liberal Arts
Op 24 september heeft een gesprek plaatsgevonden met Hanke Drop over de Pre-Masters Liberal Arts. Het gaat om een produkt van de Vrije Hogeschool (zie eerder genoemde opdracht). De bedoeling is dat het produkt binnen HU context (Faculteit Educatie/Ecologische Pedagogiek) wordt uitgevoerd. Er aan meewerken medewerkers van de HU en de VH.Ondersteuning wordt verleend doorde Ionastichting. In het overleg is het nodige duidelijk geworden omtrent:
- taakverdeling
- netwerk
- internationalisering
Taakverdeling: Er komt een taakverdeling tussen Hanke en Jeroen. Jeroen zal het programma van de minor inhoudelijk verder uitwerken op basis van de eerder genoemde 'perspectivistische' benadering (die overigens ook van harte werd ondersteund door Hanke. Hanke zal zich met name bezighouden met het maken van een draaiboek waarin tot in detail is doorgedacht wie, wat, wanneer, waar moet doen. We gaan Jacob de Ruyter van het Scala College vragen of het een bijdrage wil leveren aan het ontwikkelen van engelstalig onderwijsmateriaal.
Netwerk: Hanke heeft de toegang gekregen tot een aantal personen, met wie ze binnenkort contact gaat opnemen. O.a. is dat met Jos Theunissen die de minoren/pre-masters coordineert voor de FE. Het draaiboek is dermate gedetailleerd dat het voor mensen die niet thuis zijn in de thematiek of het proces een gerustelling vanuit gaat. Dat wil niet zeggen dat het concept draaiboek meteen al vastgesteld is. Het lijkt een goed idee om de concept versie met een aantal personen door te spreken alvorens het wordt besproken in het voorgenomen directieoverleg eind oktober. Gezien de rol van de VH in dit geheel zal Hanke binnenkort een gesprek hebben met Marja Molenaar. Jeroen Lutters regelt een afspraak.
Internationalisering: Gezien het onderwerp van de Pre-Masters lijkt het interessant ook te mikken op een internationale doelgroep studenten. Indien mogelijk zal de Pre-Masters in het Engels worden gegeven. Ook de studieplekken kunnen voor een deel in het buitenland zijn. Daarbij wordt met name gedacht aan Engeland, en in een later stadium (na volgend jaar) aan de Verenigde Staten. In beide landen bestaat een rijke Liberal Arts traditie die de kwaliteit van de opleiding ten goede kan komen. Ook kan Hanke's bekendheid met de internationale context hierbij van hulp zijn (beurzenprogramma). Tenslotte past het product nu nog beter binnen het HU beleid omdat dat gericht is op internationalisering. Gezien de internationale opzet is het ook van belang dat de minor in "blok" wordt uitgevoerd en niet in "lint".
- taakverdeling
- netwerk
- internationalisering
Taakverdeling: Er komt een taakverdeling tussen Hanke en Jeroen. Jeroen zal het programma van de minor inhoudelijk verder uitwerken op basis van de eerder genoemde 'perspectivistische' benadering (die overigens ook van harte werd ondersteund door Hanke. Hanke zal zich met name bezighouden met het maken van een draaiboek waarin tot in detail is doorgedacht wie, wat, wanneer, waar moet doen. We gaan Jacob de Ruyter van het Scala College vragen of het een bijdrage wil leveren aan het ontwikkelen van engelstalig onderwijsmateriaal.
Netwerk: Hanke heeft de toegang gekregen tot een aantal personen, met wie ze binnenkort contact gaat opnemen. O.a. is dat met Jos Theunissen die de minoren/pre-masters coordineert voor de FE. Het draaiboek is dermate gedetailleerd dat het voor mensen die niet thuis zijn in de thematiek of het proces een gerustelling vanuit gaat. Dat wil niet zeggen dat het concept draaiboek meteen al vastgesteld is. Het lijkt een goed idee om de concept versie met een aantal personen door te spreken alvorens het wordt besproken in het voorgenomen directieoverleg eind oktober. Gezien de rol van de VH in dit geheel zal Hanke binnenkort een gesprek hebben met Marja Molenaar. Jeroen Lutters regelt een afspraak.
Internationalisering: Gezien het onderwerp van de Pre-Masters lijkt het interessant ook te mikken op een internationale doelgroep studenten. Indien mogelijk zal de Pre-Masters in het Engels worden gegeven. Ook de studieplekken kunnen voor een deel in het buitenland zijn. Daarbij wordt met name gedacht aan Engeland, en in een later stadium (na volgend jaar) aan de Verenigde Staten. In beide landen bestaat een rijke Liberal Arts traditie die de kwaliteit van de opleiding ten goede kan komen. Ook kan Hanke's bekendheid met de internationale context hierbij van hulp zijn (beurzenprogramma). Tenslotte past het product nu nog beter binnen het HU beleid omdat dat gericht is op internationalisering. Gezien de internationale opzet is het ook van belang dat de minor in "blok" wordt uitgevoerd en niet in "lint".
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
In het kader van dit onderzoek vonden op 24 september 3 belangrijke gesprekken plaats: een op het Delta College, een op de Archimedes Lerarenopleiding, en een over het Minkema College. Van belang om te weten is :
(1) Op het Delta College heeft een gesprek plaats gevonden tussen Colinda Burger (Archimedes) Guus Peek (Delta directeur) Paul de Ruiter( Delta projectleider) en Fiona (HKU) en Jeroen Lutters (FE). Afgesproken is dat het onderzoek nu in de uitvoe-ring moet komen. Daarvoor is belangrijk dat Paul en Colinda een uitvoeringsprogramma opstellen waarin : (1) vraag/thema (2) werkwijze (3) beoogd resultaat duidelijk naar voren komen. De aanbeveling is gedaan het onderzoek vooral klein/haal-baar te houden. Aan het einde moet het resultaat worden doorvertaald van school- naar projectniveau.Het thema van het onderzoek is: het scheppen van een leeromgeving ten behoeve van een continu proces professionaliseren van docenten binnen een pluriforme leercultuur (verschillende leerstijlen). Paul de Ruiter neemt de leiding. Hij professionaliseert zichzelf meteen door parallel de minor Educatief Design te volgen, Hij weet dat het ruwe materiaal in januari moet zijn opgeleverd. Het Delta College is bekend met het eindprodukt. Gestreefd wordt naar een bijdrage (onderzoeksverslag) voor de toolbox "Leerlandschap Academische School" . In deze "toolbox" komen de onderzoeksverslagen, een integrale publicatie, foto/filmmateriaal, en een "routeplanner" te zitten. Op 5 oktober om 13.30 staat een afspraak gepland met Uitgeverij Agiel om deze box uit te geven. De box moet in juni klaar zijn voor de "Slotmanifestatie".
(2) De Archimedes Lerarenopleiding wil meer betrokken raken bij de Dieptepilot Academische Scholen. Om meer inzicht te geven in de situatie krijgen ze van Jeroen Lutters/Eva van Berne een overzicht van de stand van zaken van de verschillende betrokken scholen. Met dit overzicht in de hand kan een gesprek plaatsvinden omtrent een omschreven "onderzoeks opdracht" voor de Archimedes Lerarenopleiding. Dit lijkt van belang omdat de Lerarenopleiding een aparte/uitzonderlijke functie vervult. Een onderzoeksverslag voor de 'box' is ook hier het doel op projectniveau. Een projectleider zal worden aangesteld. De directie vindt het overigens vooral van groot belang dat de Academische School structuur ook na het
project dat nog dit jaar loopt geborgd wordt. Zoals het er nu uitziet zal het onderzoek vooral gaan over de werking van leerteams. Te denken valt aan een vergelijkend onderzoek op 2 scholen met leerteams. Op een school kan dan de Archimedes intensief meewerken. Op de andere niet. Het is heel interessant erachter te komen wat dit betekent voor het functioneren van het leerteam, zowel in werkwijze als in resultaten. De wens van de Archimedes is overigens dat in principe medewerkers voor een deel onderzoeken en voor een deel meewerken in het onderwijs. Ideaal is een 60-40 verhouding.
(3) Op het Minkema College, wordt olv Karin Loggen en Wim Pon, hard gewerkt aan de Dieptepilot Academische Scholen. Er
is contact geweest met de leiding van Educatief Design over het onderzoek. Verder ligt er een vraag bij Centrum Archimedes/ vakgroep wiskunde voor een "Incompany Training" Educatief Design voor de medewerkers. De vraag is doorverwezen naar wiskunde omdat wiskunde aan de wieg staat van de minor Educatief Design. Deze vraag is een direct voortvloeisel van de Minor Educatief Design die vorig jaar succesvol heeft geopereerd op het Minkema College. Met deze stap is Minkema verder
gegaan op de lijn dat hun thema "Ontwerpen" in concreto " Het scheppen van een omgeving en een taal waarbinnen zich docent-ontwerpers" ontwikkelen. Mensen die instaat zijn projectmatig, vanuit kennis & kunde, het onderwijs permanent te vernieuwen. Zo bestaat er een grote verwantschap tussen dit deelonderzoek en dat van het Holland College en van het Delta College.
In week 42 doet Jeroen Lutters zijn ronde schoolbezoeken. Gezien de voortgang bij het Delta lijkt het niet nodig dat hier in week 42 een nieuw bezoek plaatsvind. Wel is van belang dat in de komende 2 weken een onderzoeksopdracht totstand komt. Daarnaast is het zaak dat in de komende 2 weken een bijeenkomst "Scholen Ontwerpen" wordt gepland op het Delta
College.
(1) Op het Delta College heeft een gesprek plaats gevonden tussen Colinda Burger (Archimedes) Guus Peek (Delta directeur) Paul de Ruiter( Delta projectleider) en Fiona (HKU) en Jeroen Lutters (FE). Afgesproken is dat het onderzoek nu in de uitvoe-ring moet komen. Daarvoor is belangrijk dat Paul en Colinda een uitvoeringsprogramma opstellen waarin : (1) vraag/thema (2) werkwijze (3) beoogd resultaat duidelijk naar voren komen. De aanbeveling is gedaan het onderzoek vooral klein/haal-baar te houden. Aan het einde moet het resultaat worden doorvertaald van school- naar projectniveau.Het thema van het onderzoek is: het scheppen van een leeromgeving ten behoeve van een continu proces professionaliseren van docenten binnen een pluriforme leercultuur (verschillende leerstijlen). Paul de Ruiter neemt de leiding. Hij professionaliseert zichzelf meteen door parallel de minor Educatief Design te volgen, Hij weet dat het ruwe materiaal in januari moet zijn opgeleverd. Het Delta College is bekend met het eindprodukt. Gestreefd wordt naar een bijdrage (onderzoeksverslag) voor de toolbox "Leerlandschap Academische School" . In deze "toolbox" komen de onderzoeksverslagen, een integrale publicatie, foto/filmmateriaal, en een "routeplanner" te zitten. Op 5 oktober om 13.30 staat een afspraak gepland met Uitgeverij Agiel om deze box uit te geven. De box moet in juni klaar zijn voor de "Slotmanifestatie".
(2) De Archimedes Lerarenopleiding wil meer betrokken raken bij de Dieptepilot Academische Scholen. Om meer inzicht te geven in de situatie krijgen ze van Jeroen Lutters/Eva van Berne een overzicht van de stand van zaken van de verschillende betrokken scholen. Met dit overzicht in de hand kan een gesprek plaatsvinden omtrent een omschreven "onderzoeks opdracht" voor de Archimedes Lerarenopleiding. Dit lijkt van belang omdat de Lerarenopleiding een aparte/uitzonderlijke functie vervult. Een onderzoeksverslag voor de 'box' is ook hier het doel op projectniveau. Een projectleider zal worden aangesteld. De directie vindt het overigens vooral van groot belang dat de Academische School structuur ook na het
project dat nog dit jaar loopt geborgd wordt. Zoals het er nu uitziet zal het onderzoek vooral gaan over de werking van leerteams. Te denken valt aan een vergelijkend onderzoek op 2 scholen met leerteams. Op een school kan dan de Archimedes intensief meewerken. Op de andere niet. Het is heel interessant erachter te komen wat dit betekent voor het functioneren van het leerteam, zowel in werkwijze als in resultaten. De wens van de Archimedes is overigens dat in principe medewerkers voor een deel onderzoeken en voor een deel meewerken in het onderwijs. Ideaal is een 60-40 verhouding.
(3) Op het Minkema College, wordt olv Karin Loggen en Wim Pon, hard gewerkt aan de Dieptepilot Academische Scholen. Er
is contact geweest met de leiding van Educatief Design over het onderzoek. Verder ligt er een vraag bij Centrum Archimedes/ vakgroep wiskunde voor een "Incompany Training" Educatief Design voor de medewerkers. De vraag is doorverwezen naar wiskunde omdat wiskunde aan de wieg staat van de minor Educatief Design. Deze vraag is een direct voortvloeisel van de Minor Educatief Design die vorig jaar succesvol heeft geopereerd op het Minkema College. Met deze stap is Minkema verder
gegaan op de lijn dat hun thema "Ontwerpen" in concreto " Het scheppen van een omgeving en een taal waarbinnen zich docent-ontwerpers" ontwikkelen. Mensen die instaat zijn projectmatig, vanuit kennis & kunde, het onderwijs permanent te vernieuwen. Zo bestaat er een grote verwantschap tussen dit deelonderzoek en dat van het Holland College en van het Delta College.
In week 42 doet Jeroen Lutters zijn ronde schoolbezoeken. Gezien de voortgang bij het Delta lijkt het niet nodig dat hier in week 42 een nieuw bezoek plaatsvind. Wel is van belang dat in de komende 2 weken een onderzoeksopdracht totstand komt. Daarnaast is het zaak dat in de komende 2 weken een bijeenkomst "Scholen Ontwerpen" wordt gepland op het Delta
College.
vrijdag 21 september 2007
Onderzoek & Ontwerp Liberal Arts
In het kader van het ontwikkelen van het ontwikkelen van een Progressief Liberal Arts Curriculum is door de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) gevraagd om vanuit het lectoraat VOMD op twee tereinen ondersteuning te bieden:
(1) het formuleren van een ontwikkelplan voor de realisatie van een opleiding Liberal Arts
(2) het formuleren van een leerlandschap Liberal Arts voor de voorgenomen minor/pre-masters Liberal Arts
Minor Liberal Arts:
De minor heeft daarbij de prioriteit, omdat de minor wordt beschouwd als een "hefboom" om te komen tot realisatie van een volwaardige opleiding (zoals geformuleerd in het koersdocument). Anders gezegd : de minor is de eerste stap in het ontwikkel- plan. Om te komen tot een ontwikkelplan is Jeroen Lutters bezig met de samenstelling van een team. Daarbij betrokken zijn Hanke Drop (HU) en Jacob de Ruyter (docent Scala).Een eerste gesprek met Jacob de Ruter heeft op donderdag 20 september plaatsgevonden. Maandag 24 september volgt een gesprek met Hanke Drop. Het is de bedoeling dat het concept opleidingsplan van de minor rondom 18 oktober klaar is, zodat het voorgelegd kan worden aan de directie/het bestuur van de Vrije Hogeschool. Eind oktober kan dan een gesprek plaatsvinden met de directie van de masters ecologische pedagogiek en de faculteit educatie om het daar o0nder te brengen.
Visie op het doel:
Van groot belang is de visie op het doel en de werkwijze. Inmiddels heeft in dit verband een eerste gesprek plaatsgevonden tussen Jacob de Ruyter en Jeroen Lutters. Uitgangspunt is te komen tot een methodisch- didactische inzichtelijke opleiding structuur. De opleiding stelt zich ten doel studenten in de bachelorsfase, in de vorm van een pre-masters/minor, een moge-lijkheid aan te rijken te komen tot verbreding/verdieping van kennis door het aanreiken van een "andere" manier van leren. Centraal daarbij staat: de aandacht voor het detail, het andere, iets waarover ik al eerder sprak in termen van "poetisch bewustzijn", maar die ik nu samen wil vatten als "perspectivisme". Dit doel komt niet uit de lucht vallen. Het komt voort uit een door studenten en docenten van middelbare scholen en hogescholen gevoelde noodzaak en is daarmee zeer relevant om een plek te krijgen in het Hoger Onderwijs. Het probleem dat wordt ervaren is dat je als leerling/student vaak maar op een manier (de manier die ze al weten e vaststaande uitkomsten heeft) weet te leren. Dit leidt, bewust of onbewust, tot een beperking van kennis. In het opleidingstraject dat we hier voor ogen hebben is het juist van belang dat de student leert vanuit meerdere perspectieven een probleem te benaderen, om zo te komen tot (onvermoede) kennis. Behalve dat hij/zij leert vanuit verschillende perspectieven te handelen leert hij op meta-niveau zich bewust te worden van het bestaan van meerdere ingangen, hetgeen hem helpt in vrijheid te kiezen wat hij wil weten of zelfs een eigen (toegevoegde) weg te ontwikkelen. Kennis is een kwestie de juiste ingang, de juiste leerstrategie, te vinden, te maken. Door die te vinden, door
je daar bewust van te worden, door die te ontwerpen, ontwikkel je je eigen genialiteit.
Visie op de werkwijze:
De minor wordt projectmatig opgezet waarbij studenten zich groeperen rondom een inhoudelijk inspirerend thema dat
ze zelf kiezen. Vereiste is dat een inhoudelijk thema's geen methodiek is. De methodiek bevindt zich op het niveau van het perspectief dat je hanteert om binnen te dringen in de inhoud. Dat is de tweede keuze die de student moet maken. Kortom voor iedere student/docent is het van belang een dubbele keuze te maken : op inhoudelijk niveau & op methodisch vlak. De inhoud werkt daarbij als inspiratiebron, de methode als onderzoeksvorm. Om te komen tot een heldere inhoudelijke keuze (identiteit te bepalen) wordt gevraagd het gekozen onderwerp te situeren binnen een van de volgende
3 inhoudsgebieden :
(1) natuur
(2) cultuur
(3) metafysica.
Als het gaat om de te hanteren methodiek wordt gevraagd in ieder geval de volgende 7 perspectieven te betrekken :
(1) analyse
(2) dialoog
(3) narratief
(4) systematiek
(5) ordening
(6) samenklank
(7) integratie
Deze beschrijving is ontleend aan de 7 Vrije Kunsten. Ze kunnen ook anders worden gedefinieerd.Ter introductie op het referentiekader, en als inspiratie, worden de studenten aan het begin van de opleiding bekend gemaakt met de 3 inhouds-gebieden en de 7 methodische perspectieven.
Resultaat:
Uiteindelijk is het zaak datt gewerkt wordt aan een produkt dat op persoonlijk niveau, op opleidingsniveau, en op maatschappelijk niveau kan worden verdedigd. Het is zaak dat deze informatie niet verloren gaat maar in een "open
source" vorm beschikbaar is voor ieder die daar behoefte aan heeft. De gedachte gaat daarom uit naar de ontwikkeling van een website/weblog waarop voortdurend produkten en tussenprodukten worden gepubliceerd. Omdat schriftelijke publicatie onvoldoende is wordt van de deelnemers gevraagd op gezette tijden binnen verschillende (ook openbare) contexten het podium te betreden en uitdrukking te geven (in gesprek te gaan over) waar je mee bezig bent . Daarbij wordt gestimuleerd een eigen stijl te ontwikkelen, of te wel te werken volgens een systeem van "meervoudige geletterdheid". Daarbij valt o.a. te denken aan Digital Story telling.Beoogd resultaat is dat de geslaagde student van de minor/pre-master aan het einde van het traject uitstroomt op een wijze die het hem (samen met de rest van het bachelorsprogramnma) mogelijk maakt om succes-volle masters te beginnen op een Hogeschool of Universiteit. In onze ogen mag je namelijk van een masterstudent verwach-ten dat hij/zij zich niet beperkt tot een enkele kenweg, maar zelfstandig een ingang kan vinden om een probleem/een thema te exploreren en daarmee op avontuurlijke & onverwachte wijze nieuwe resultaten te boeken.
Slot
Het is interessant dat de Vrije Hogeschool, die deze belangrijke minor/pre-master zal gaan verzorgen, met deze benadering
in feite de kwaliteit van "het tussenjaar" inbouwt tussen bachelor en mastersfase van de Hogeschool/Universiteit. Al eerder deed de Vrije Hogeschool iets vergelijkbaars tussen de middelbare school & bachelorsfase. In feite was de basisgedachte daarbij hetzelfde.Bernard Lievegoed heeft steeds weer gewezen op het openen van meerdere perspectieven om zo te komen tot nieuwe kennis; kennis die anders verborgen blijft en zaken "non-existent" laat die in feite wel bestaan maar door een ge-brek aan mogelijkheden deze gebieden binnen te treden, niet wordt ontdekt. In een proces van "Dysacademia" (zie Blog Pedagogische Revolutie) is het gevaar aanwezig dat de student op een beperkt spoor blijft rijden en in feite niet komt tot "nieuwe kennis". Liberal Arts in de vorm zoals hier bepleit kan in "de vrije ruimte" dit tekort aanvullen.De student leert om niet verleden georienteerd (oude leerdoelen), maar toekomst georienteerd (nieuwe perspectieven) te zijn en daarmee zichzelf te overstijgen.
Voor meer info raadpleeg: Jeroen Lutters - Adolescentie in Fictie: Caravaggio's verbeelding van de adolescent.(Agiel 2006) Daarin wordt gewerkt met de genoemde "perspectivistische" methode.
(1) het formuleren van een ontwikkelplan voor de realisatie van een opleiding Liberal Arts
(2) het formuleren van een leerlandschap Liberal Arts voor de voorgenomen minor/pre-masters Liberal Arts
Minor Liberal Arts:
De minor heeft daarbij de prioriteit, omdat de minor wordt beschouwd als een "hefboom" om te komen tot realisatie van een volwaardige opleiding (zoals geformuleerd in het koersdocument). Anders gezegd : de minor is de eerste stap in het ontwikkel- plan. Om te komen tot een ontwikkelplan is Jeroen Lutters bezig met de samenstelling van een team. Daarbij betrokken zijn Hanke Drop (HU) en Jacob de Ruyter (docent Scala).Een eerste gesprek met Jacob de Ruter heeft op donderdag 20 september plaatsgevonden. Maandag 24 september volgt een gesprek met Hanke Drop. Het is de bedoeling dat het concept opleidingsplan van de minor rondom 18 oktober klaar is, zodat het voorgelegd kan worden aan de directie/het bestuur van de Vrije Hogeschool. Eind oktober kan dan een gesprek plaatsvinden met de directie van de masters ecologische pedagogiek en de faculteit educatie om het daar o0nder te brengen.
Visie op het doel:
Van groot belang is de visie op het doel en de werkwijze. Inmiddels heeft in dit verband een eerste gesprek plaatsgevonden tussen Jacob de Ruyter en Jeroen Lutters. Uitgangspunt is te komen tot een methodisch- didactische inzichtelijke opleiding structuur. De opleiding stelt zich ten doel studenten in de bachelorsfase, in de vorm van een pre-masters/minor, een moge-lijkheid aan te rijken te komen tot verbreding/verdieping van kennis door het aanreiken van een "andere" manier van leren. Centraal daarbij staat: de aandacht voor het detail, het andere, iets waarover ik al eerder sprak in termen van "poetisch bewustzijn", maar die ik nu samen wil vatten als "perspectivisme". Dit doel komt niet uit de lucht vallen. Het komt voort uit een door studenten en docenten van middelbare scholen en hogescholen gevoelde noodzaak en is daarmee zeer relevant om een plek te krijgen in het Hoger Onderwijs. Het probleem dat wordt ervaren is dat je als leerling/student vaak maar op een manier (de manier die ze al weten e vaststaande uitkomsten heeft) weet te leren. Dit leidt, bewust of onbewust, tot een beperking van kennis. In het opleidingstraject dat we hier voor ogen hebben is het juist van belang dat de student leert vanuit meerdere perspectieven een probleem te benaderen, om zo te komen tot (onvermoede) kennis. Behalve dat hij/zij leert vanuit verschillende perspectieven te handelen leert hij op meta-niveau zich bewust te worden van het bestaan van meerdere ingangen, hetgeen hem helpt in vrijheid te kiezen wat hij wil weten of zelfs een eigen (toegevoegde) weg te ontwikkelen. Kennis is een kwestie de juiste ingang, de juiste leerstrategie, te vinden, te maken. Door die te vinden, door
je daar bewust van te worden, door die te ontwerpen, ontwikkel je je eigen genialiteit.
Visie op de werkwijze:
De minor wordt projectmatig opgezet waarbij studenten zich groeperen rondom een inhoudelijk inspirerend thema dat
ze zelf kiezen. Vereiste is dat een inhoudelijk thema's geen methodiek is. De methodiek bevindt zich op het niveau van het perspectief dat je hanteert om binnen te dringen in de inhoud. Dat is de tweede keuze die de student moet maken. Kortom voor iedere student/docent is het van belang een dubbele keuze te maken : op inhoudelijk niveau & op methodisch vlak. De inhoud werkt daarbij als inspiratiebron, de methode als onderzoeksvorm. Om te komen tot een heldere inhoudelijke keuze (identiteit te bepalen) wordt gevraagd het gekozen onderwerp te situeren binnen een van de volgende
3 inhoudsgebieden :
(1) natuur
(2) cultuur
(3) metafysica.
Als het gaat om de te hanteren methodiek wordt gevraagd in ieder geval de volgende 7 perspectieven te betrekken :
(1) analyse
(2) dialoog
(3) narratief
(4) systematiek
(5) ordening
(6) samenklank
(7) integratie
Deze beschrijving is ontleend aan de 7 Vrije Kunsten. Ze kunnen ook anders worden gedefinieerd.Ter introductie op het referentiekader, en als inspiratie, worden de studenten aan het begin van de opleiding bekend gemaakt met de 3 inhouds-gebieden en de 7 methodische perspectieven.
Resultaat:
Uiteindelijk is het zaak datt gewerkt wordt aan een produkt dat op persoonlijk niveau, op opleidingsniveau, en op maatschappelijk niveau kan worden verdedigd. Het is zaak dat deze informatie niet verloren gaat maar in een "open
source" vorm beschikbaar is voor ieder die daar behoefte aan heeft. De gedachte gaat daarom uit naar de ontwikkeling van een website/weblog waarop voortdurend produkten en tussenprodukten worden gepubliceerd. Omdat schriftelijke publicatie onvoldoende is wordt van de deelnemers gevraagd op gezette tijden binnen verschillende (ook openbare) contexten het podium te betreden en uitdrukking te geven (in gesprek te gaan over) waar je mee bezig bent . Daarbij wordt gestimuleerd een eigen stijl te ontwikkelen, of te wel te werken volgens een systeem van "meervoudige geletterdheid". Daarbij valt o.a. te denken aan Digital Story telling.Beoogd resultaat is dat de geslaagde student van de minor/pre-master aan het einde van het traject uitstroomt op een wijze die het hem (samen met de rest van het bachelorsprogramnma) mogelijk maakt om succes-volle masters te beginnen op een Hogeschool of Universiteit. In onze ogen mag je namelijk van een masterstudent verwach-ten dat hij/zij zich niet beperkt tot een enkele kenweg, maar zelfstandig een ingang kan vinden om een probleem/een thema te exploreren en daarmee op avontuurlijke & onverwachte wijze nieuwe resultaten te boeken.
Slot
Het is interessant dat de Vrije Hogeschool, die deze belangrijke minor/pre-master zal gaan verzorgen, met deze benadering
in feite de kwaliteit van "het tussenjaar" inbouwt tussen bachelor en mastersfase van de Hogeschool/Universiteit. Al eerder deed de Vrije Hogeschool iets vergelijkbaars tussen de middelbare school & bachelorsfase. In feite was de basisgedachte daarbij hetzelfde.Bernard Lievegoed heeft steeds weer gewezen op het openen van meerdere perspectieven om zo te komen tot nieuwe kennis; kennis die anders verborgen blijft en zaken "non-existent" laat die in feite wel bestaan maar door een ge-brek aan mogelijkheden deze gebieden binnen te treden, niet wordt ontdekt. In een proces van "Dysacademia" (zie Blog Pedagogische Revolutie) is het gevaar aanwezig dat de student op een beperkt spoor blijft rijden en in feite niet komt tot "nieuwe kennis". Liberal Arts in de vorm zoals hier bepleit kan in "de vrije ruimte" dit tekort aanvullen.De student leert om niet verleden georienteerd (oude leerdoelen), maar toekomst georienteerd (nieuwe perspectieven) te zijn en daarmee zichzelf te overstijgen.
Voor meer info raadpleeg: Jeroen Lutters - Adolescentie in Fictie: Caravaggio's verbeelding van de adolescent.(Agiel 2006) Daarin wordt gewerkt met de genoemde "perspectivistische" methode.
Abonneren op:
Posts (Atom)