In de afgelopen week maakte ik een aantal zaken mee die direct of indirect raakte aan het progressieve concept voor "Liberal Arts" zoals dat wordt ontwikkeld op de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) . Ik heb het dan
over :
- de introductie van het boek "Pure Schoonheid" van Susan West Kurz in het Artemis Dutch Design Hotel in Amsterdam
- een lezing van Anette Kraus of "Hidden Curriculum" in de Rietvelt Academie in Amsterdam
- de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan Al Gore voor zijn werk voor klimaatverbetering
In alle drie de gevallen hebben we te maken met een toenemend bewustzijn dat alles met alles samenhangt en dat de enige manier om de ontwikkeling van mens & natuur te stimuleren is de activiteiten voortdurend in samenhang te zien met het
geheel. Kortom : integraal bewustzijn op kleine en grote schaal.
Susan West Kurz: een gezonde "lifestyle"
De auteur sprak over de noodzaak te komen tot een nieuwe lifestyle. Een lifestyle gebasseerd op:
1. ritme : een flow tussen polariteiten,
2. rituelen: terugkerende markatiemomenten
3. duurzaamheid: in plaats van korte termijn "policy"
Dat resulteerde in een visie op het leven die ze benoemde als "celebration of life" en een proces van "gracefully aging".
Een wereld waarin we in toenemende mate bewust dienen te worden dat "me=we"; dat je alleen maar verder komt als je beseft dat je eigen geluk afhangt van de mate waarin je ook andere gelukkig maakt. Deze levenswijze leidt tot innerlijke/uiterlijke schoonheid. Susan West Kurz is directeur van Hauschka Cosmetics VS; natuurlijke cosmetica die o.a. door
Madonna wordt aanbevolen.
Anette Kraus: "Hidden Curriculum"
Het werk van de kunstenares Anette Kraus gaat over de samenhang tussen leven en leren. In leersituaties, zoals scholen,
zijn we ons vaak niet bewust dat leerlingen vaak net zo veel, of meer, leren in situaties die niet als zodanig zijn gedefinieerd.
Het is de wereld van het "Hidden Curriculum" . Leerlingen leren achter de televisie, in specifieke ruimtes, in de omgang met elkaar. Interessant is je de vraag te stellen in hoeverre we deze realiteit integreren in ons leven. Het werk van Anette Kraus
sluit prachtig aan bij het concept "Levend Leren" en de opleiding "Ecologische Pedagogiek"ontwikkelt door Hans Jansen (Lector Vernieuwende Opleidingsmethodiek & Didactiek). Op dit moment is zij bezig met een project in CASCO Utrecht. Op 3 november vindt een lezing plaats.
Al Gore: disastreus effect van de huidige "lifestyle"
Het zweedse comite kende de Nobelprijs voor de Vrede toe aan Al Gore vanwege zijn inzet op het gebied van klimaats
verandering. Al Gore waarschuwt in de vorm van film, lezingen en publicaties dat de wereld snel aan het afzakken
is richting een regelrechte catastrophe. In "An unconvenient truth" laat hij zien wat de gevolgen zijn van onze manier
van leven, onze huidige "lifestyle". In feite schetst hiij de wereld van de fotograaf Edward Burtynsky die exposeert in het gemeentemuseum in Helmond met zijn apocalyptische "Industrial Landscapes".
Al Gore analyseert de werkelijkheid. Anette Kraus experimenteert met nieuwe werkvormen. Susan West is bezig met
het ontwerpen van een nieuwe "lifestyle". Dit laatste acht ik vooral van groot belang. Hier ontstaat ook de overlap met de activiteiten voor vernieuwing van het Hoger Onderwijs.Ook daar is een "lifestyle" verandering nodig: gericht op gezondheid in plaats van welvaart, gericht op integratie van mens en professie in plaats van desintegratie, gericht op het aanspreken van de hele mens in plaats van alleen het cognitieve (wetenschappelijk) of praktische (HBO) aspect. Innovatie die geen rekening met deze aspecten houdt is , in mijn ogen, tot mislukken gedoemd.
Het Hoger Onderwijs is een spiegel van de wereld. Het is tijd voor verandering. Daarvoor is analyse van de huidige situatie, experimentele nieuwe werkvormen en het aanbieden van een gezonde "lifestyle" ook voor jongeren/studenten van groot belang. In een nieuwe vorm van Hoger Onderwijs dient het onderwijs in het verlengde daarvan iets te worden dat gericht is op:
1. kritisch bewustzijn : het analyseren van de gevolgen van het huidige ongezonde systeem van Hoger Onderwijs dat bijdraagt aan een mondiaal natuur & cultuurverval.
2. integrerend handelen : het werken aan de integratie van leven en werk d.m.v. aandacht voor het "hidden curriculum",
het levend leerlandschap enzovoort.
3. progressieve "lifestyle" : het bevorderen van een nieuwe "lifestyle" waardoor jongeren/studenten in een gezonde verhouding komen met de tijdsstroom en de ruimte waarin ze leven.
zaterdag 13 oktober 2007
vrijdag 12 oktober 2007
Publicatie script en postscript " Dreef 33"
Na overleg met de kerngroep is deze week besloten dat " Dreef 33" vooralsnog niet in produktie zal worden genomen. Dit heeft vooral te maken dat binnen afzienbare tijd aan de belangrijkste voorwaarde (voor de zomervakantie gesteld!) niet voldaan kan worden : het vinden van een geldschieter voor het realiseren van een dergelijke omvangrijke produktie. De begroting ziet er namelijk zo uit dat voor het realiseren van de produktie in personen en materieel een aanzienlijke investering nodig is. Ook als het gaat om een goedkopere distributievorm zoals "You Tube".
Het script en postscript zal niettemin worden gepubliceerd. Onderhandelingen zijn daarvoor gaande met Indigio en Agiel. Gedacht wordt aan een foto/tekst boek als "teaser" met achterin in handzame vorm het integrale script. Bijgeleverd wordt ook een CD met een postscript dat dient als handeling voor het werken met "soap" in (verschillende vormen van) onderwijs. De bedoeling is dat het boek uiteindelijk als artistieke produktie met een educatieve toepassingsmogelijkheid kan worden benut. Soap kijken past daarmee binnen het concept "hidden curriculae" zoals ontwikkelt door de kunstenares Anette Kraus.
Vooruitlopend op de publikatie zal op 12 januari een seminar worden georganiseerd waarin het werken met "soap" centraal staat. Er zal gewerkt gaan worden met 4 werkgroepen : (1) het onderzoeken van het leven als soap (2) het schrijven van een soap (3) het spelen van een soap (4) het analyseren van soaps. Het seminar wordt georganiseerd door de interfacultaire opleiding (Ecologische) Pedagogiek. Projectleider is Renee van der Linde. Voor meer informatie lees ook het weblog van "Dreef 33".
Het script en postscript zal niettemin worden gepubliceerd. Onderhandelingen zijn daarvoor gaande met Indigio en Agiel. Gedacht wordt aan een foto/tekst boek als "teaser" met achterin in handzame vorm het integrale script. Bijgeleverd wordt ook een CD met een postscript dat dient als handeling voor het werken met "soap" in (verschillende vormen van) onderwijs. De bedoeling is dat het boek uiteindelijk als artistieke produktie met een educatieve toepassingsmogelijkheid kan worden benut. Soap kijken past daarmee binnen het concept "hidden curriculae" zoals ontwikkelt door de kunstenares Anette Kraus.
Vooruitlopend op de publikatie zal op 12 januari een seminar worden georganiseerd waarin het werken met "soap" centraal staat. Er zal gewerkt gaan worden met 4 werkgroepen : (1) het onderzoeken van het leven als soap (2) het schrijven van een soap (3) het spelen van een soap (4) het analyseren van soaps. Het seminar wordt georganiseerd door de interfacultaire opleiding (Ecologische) Pedagogiek. Projectleider is Renee van der Linde. Voor meer informatie lees ook het weblog van "Dreef 33".
Onderzoek & Ontwerp Liberal Arts
Gisteren, 11 oktober, heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de directie/bestuur van de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) en de directie van de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Een mijlpaal in de geschiedenis van de Vrije Hogeschool omdat daarmee voor het eerst een institutionele samenwerking met het reguliere Hoger Onderwijs totstand is gekomen. In dit overleg is uitgesproken dat we graag in een intensieve samenwerking met elkaar willen komen. Daartoe zal tussen nu en december een "convenant" worden opgesteld. Dit "convenant" dient als een basis-document waarbinnen specifieke deeltrajecten kunnen worden gesitueerd.
Op dit moment lopen er overigens al meerdere lijnen in de samenwerking tussen de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) en het lectoraat VOMD van de Hogeschool Utrecht. Op het gebied van innovatie en profes- sionalisering bestaat er al een samenwerkingsverband om te komen tot een Vrije Hogeschool als laboratorium voor levend leren. Daartoe is een vraag neergelegd bij het lectoraat VOMD. Inmiddels hebben orienterende gesprekken plaatsgevonden met o.a. Jeroen Lutters en Paul Scheulderman (meervoudige geletterdheid).
Op het gebied van het ontwikkelen van lectoraten bestaat er een samenwerkingsverband waarbij medewerkers van de Hogeschool Utrecht betrokken zijn. Zo zijn o.a. Erik van de Luytengaarden (lector bij de FMR) en Roel de Groot (uitgever Agiel en medewerker van het lectoraat VOMD) betrokken bij de ontwikkeling van een toekomstige master, eventuele postacade-mische cursussen en de uitbouw van 3 lectoraten : kunst/cultuur, pedagogiek/andragogiek, ondernemerschap/recht.
Tenslotte is de ontwikkeling van een minor "Liberal Arts" in een versnelling gekomen. De faculteit educatie en de directie van ecologisch pedagogiek hebben hun wens uitgesproken deze minor in het aanbod van de FE op te nemen. De minor zal (mede dankzij de Ionastichting) worden ontwikkeld onder de vleugels van het de Vrije Hogeschool, die danook de eigenaar van het produkt is. De inhoudelijke ontwikkel vraag is neergelegd bij Jeroen Lutters (aangezien die ook de basisaanvraag heeft verzorgd). Het projectmanagement zal worden verzorgd door Hanke Drop. De (interne/externe) vermarkting van de minor is primair een zaak van de FE/Pedagogiek.
Vrijdag 16 november om 15.00 zal een volgend gesprek plaatsvinden met de faculteitsdirectie van de FE en de directie/het bestuur van de Vrije Hogeschool. Bij dat gesprek wordt vanzelfsprekend ook de directeur van de Ionastichting uitgenodigd. In het gesprek zal een eerste schets van het "convenant" worden besproken dat wordt opgesteld door Marcel Meer van de Hogeschool Utrecht. Intussen wordt o.l.v. Hanke Drop een deelcontract voor het minor-project opgesteld. Ook dat kan 16 november ter tafel komen. Iedereen was zeer ingenomen met het verloop van het gesprek en heeft vertrouwen in het vervolg.
Op dit moment lopen er overigens al meerdere lijnen in de samenwerking tussen de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) en het lectoraat VOMD van de Hogeschool Utrecht. Op het gebied van innovatie en profes- sionalisering bestaat er al een samenwerkingsverband om te komen tot een Vrije Hogeschool als laboratorium voor levend leren. Daartoe is een vraag neergelegd bij het lectoraat VOMD. Inmiddels hebben orienterende gesprekken plaatsgevonden met o.a. Jeroen Lutters en Paul Scheulderman (meervoudige geletterdheid).
Op het gebied van het ontwikkelen van lectoraten bestaat er een samenwerkingsverband waarbij medewerkers van de Hogeschool Utrecht betrokken zijn. Zo zijn o.a. Erik van de Luytengaarden (lector bij de FMR) en Roel de Groot (uitgever Agiel en medewerker van het lectoraat VOMD) betrokken bij de ontwikkeling van een toekomstige master, eventuele postacade-mische cursussen en de uitbouw van 3 lectoraten : kunst/cultuur, pedagogiek/andragogiek, ondernemerschap/recht.
Tenslotte is de ontwikkeling van een minor "Liberal Arts" in een versnelling gekomen. De faculteit educatie en de directie van ecologisch pedagogiek hebben hun wens uitgesproken deze minor in het aanbod van de FE op te nemen. De minor zal (mede dankzij de Ionastichting) worden ontwikkeld onder de vleugels van het de Vrije Hogeschool, die danook de eigenaar van het produkt is. De inhoudelijke ontwikkel vraag is neergelegd bij Jeroen Lutters (aangezien die ook de basisaanvraag heeft verzorgd). Het projectmanagement zal worden verzorgd door Hanke Drop. De (interne/externe) vermarkting van de minor is primair een zaak van de FE/Pedagogiek.
Vrijdag 16 november om 15.00 zal een volgend gesprek plaatsvinden met de faculteitsdirectie van de FE en de directie/het bestuur van de Vrije Hogeschool. Bij dat gesprek wordt vanzelfsprekend ook de directeur van de Ionastichting uitgenodigd. In het gesprek zal een eerste schets van het "convenant" worden besproken dat wordt opgesteld door Marcel Meer van de Hogeschool Utrecht. Intussen wordt o.l.v. Hanke Drop een deelcontract voor het minor-project opgesteld. Ook dat kan 16 november ter tafel komen. Iedereen was zeer ingenomen met het verloop van het gesprek en heeft vertrouwen in het vervolg.
donderdag 11 oktober 2007
Adolescentie in Fictie: Orlando
Vandaag is het bericht binnen gekomen dat een "voucher " is toegekend door de Hogeschool Utrecht om het promotie-onderzoek dat nu loopt onder de werktitel "Adolescentie in Fictie" te realiseren. Dit is een belangrijk moment omdat
daarmee:
1.het onderzoek ook wordt gelegitimeerd
binnen de Hogeschool Utrecht
2.er tijd vrij komt om het onderzoeks
proces te versnellen
3.er mogelijkheden onstaan voor meer
ondersteuning op dit project
4. er mogelijkheden ontstaan voor meer
ondersteuning op andere door mij aangestuurde projecten
5.het onderzoek wordt gehonoreerd als zijnde
van maatschappelijk belang
6.het belang van de werkzaamheden van
het lectoraat VOMD wordt bevestigd
Met deze toezegging is een proces tot een positief einde gekomen dat al meer dan een half jaar duurt. Om de "voucher" te realiseren moesten namelijk een groot aantal fasen worden doorlopen : (1) het mobiliseren van draagvlak in het veld (2) de aanvraag voor een facultaire comissie (3) de goedkeuring van de faculteitsdirecteur (4) de voorbereiding door de staforga-nisatie (5) de goedkeuring door een centrale comissie (6) het besluit door het CvB. Mijn dank gaat uit naar alle partijen die me hierbij hebben ondersteund in het bijzonder : Mieke Bal, Jan Brandsma, Hans Jansen, Dick de Wolff, Huib de Jong, Annelies de Jeu, Cees Sprenger, Bart Engbers, Marja Molenaar. Met name gaat mijn dank uit naar Mathi Vijgen.
daarmee:
1.het onderzoek ook wordt gelegitimeerd
binnen de Hogeschool Utrecht
2.er tijd vrij komt om het onderzoeks
proces te versnellen
3.er mogelijkheden onstaan voor meer
ondersteuning op dit project
4. er mogelijkheden ontstaan voor meer
ondersteuning op andere door mij aangestuurde projecten
5.het onderzoek wordt gehonoreerd als zijnde
van maatschappelijk belang
6.het belang van de werkzaamheden van
het lectoraat VOMD wordt bevestigd
Met deze toezegging is een proces tot een positief einde gekomen dat al meer dan een half jaar duurt. Om de "voucher" te realiseren moesten namelijk een groot aantal fasen worden doorlopen : (1) het mobiliseren van draagvlak in het veld (2) de aanvraag voor een facultaire comissie (3) de goedkeuring van de faculteitsdirecteur (4) de voorbereiding door de staforga-nisatie (5) de goedkeuring door een centrale comissie (6) het besluit door het CvB. Mijn dank gaat uit naar alle partijen die me hierbij hebben ondersteund in het bijzonder : Mieke Bal, Jan Brandsma, Hans Jansen, Dick de Wolff, Huib de Jong, Annelies de Jeu, Cees Sprenger, Bart Engbers, Marja Molenaar. Met name gaat mijn dank uit naar Mathi Vijgen.
zaterdag 6 oktober 2007
Adolescentie in Fictie: Orlando
In mijn 'Adolescentie in Fictie' kies ik voor een specifieke wijze van denken. Omdat hierover regelmatig vragen krijg wil ik die bij deze nog eens te verhelderen. De tekst sluit aan bij mijn voorgaande BLOG over fictiviteit & wetenschap. Aan de orde komen :
- het verlaten van het realistisch denken
- het betreden van het nominalistisch denken
- het ontwikkelen van het esthetisch denken
Esthetisch denken:
Realistisch denken betekent dat je ervan uitgaat dat de werkelijkheid in woorden, in systemen, te vangen is. De woorden representeren de werkelijkheid. Als je de woorden, de systemen, benoemt, lees je de werkelijkheid. De meeste realisten zijn inmiddels ook relativisten. Dat wil zeggen : ze beseffen dat ze maar een deel, een afgebakend stukje, werkelijkheid kunnen beschrijven. Het komt aan op precisie. Veel empirisch onderzoekers passen in deze traditie.
Nominalistische denkers gaan ervan uit dat de talige wereld een onafhankelijke werkelijkheid is.Deze talige wereld gehoorzaamd aan eigen wetten. Vanuit een reaslistisch standpunt bezien is daarmee het geschreven woord een fictieve -activiteit is. De geschreven werkelijkheid representeert nooit daadwerkelijk de ' substantiele werkelijkheid' maar kan er slechts naar verwijzen. Daarmee is het geschreven woord per definitie fictief. Wetenschappelijk of niet wetenschappelijk; in principe maakt dat niets uit.
Esthetisch denken kenmerkt zich door de nadruk op de vormgeving van de gedachte. Binnen het esthetisch denken wordt een gedachte gezien als een compositie: een samenhangend geheel. Iedere geslaagde compositie heeft een overtuigende opbouw. Die opbouw hoeft helemaal niet logisch verklaarbaar te zijn. Wel is van belang dat de compositie een 'overtuigend verhaal oplevert'. Zo wordt de nominale werkelijkheid tot een vorm van schoonheid kent.
Work of Art:
De analyse zal een combinatie van taal en beeld zijn . Inmiddels is al overleg gepleegd met de Uitgeverij Agiel die het kijk-luister boek (tweede deel) ook nu weer gaat uitgeven. Voor de financiering wordt gekeken richting de Hogeschool Utrecht, de Vrije Hogeschool / Iona Stichting en het Prins Bernard Fonds. Dit laatste fonds komt met name in aanmerking omdat het gaat om een studie die een wetenschappelijke en kunstzinnige productie tegelijk is : een 'work of art'.
- het verlaten van het realistisch denken
- het betreden van het nominalistisch denken
- het ontwikkelen van het esthetisch denken
Esthetisch denken:
Realistisch denken betekent dat je ervan uitgaat dat de werkelijkheid in woorden, in systemen, te vangen is. De woorden representeren de werkelijkheid. Als je de woorden, de systemen, benoemt, lees je de werkelijkheid. De meeste realisten zijn inmiddels ook relativisten. Dat wil zeggen : ze beseffen dat ze maar een deel, een afgebakend stukje, werkelijkheid kunnen beschrijven. Het komt aan op precisie. Veel empirisch onderzoekers passen in deze traditie.
Nominalistische denkers gaan ervan uit dat de talige wereld een onafhankelijke werkelijkheid is.Deze talige wereld gehoorzaamd aan eigen wetten. Vanuit een reaslistisch standpunt bezien is daarmee het geschreven woord een fictieve -activiteit is. De geschreven werkelijkheid representeert nooit daadwerkelijk de ' substantiele werkelijkheid' maar kan er slechts naar verwijzen. Daarmee is het geschreven woord per definitie fictief. Wetenschappelijk of niet wetenschappelijk; in principe maakt dat niets uit.
Esthetisch denken kenmerkt zich door de nadruk op de vormgeving van de gedachte. Binnen het esthetisch denken wordt een gedachte gezien als een compositie: een samenhangend geheel. Iedere geslaagde compositie heeft een overtuigende opbouw. Die opbouw hoeft helemaal niet logisch verklaarbaar te zijn. Wel is van belang dat de compositie een 'overtuigend verhaal oplevert'. Zo wordt de nominale werkelijkheid tot een vorm van schoonheid kent.
Work of Art:
De analyse zal een combinatie van taal en beeld zijn . Inmiddels is al overleg gepleegd met de Uitgeverij Agiel die het kijk-luister boek (tweede deel) ook nu weer gaat uitgeven. Voor de financiering wordt gekeken richting de Hogeschool Utrecht, de Vrije Hogeschool / Iona Stichting en het Prins Bernard Fonds. Dit laatste fonds komt met name in aanmerking omdat het gaat om een studie die een wetenschappelijke en kunstzinnige productie tegelijk is : een 'work of art'.
zondag 30 september 2007
Adolescentie in Fictie: Orlando
In " Adolescentie in Fictie" wordt gewerkt aan een post-wetenschappelijke benadering. De post-wetenschappelijke benadering kan gezien worden als het verlengde van een postmoderne onderzoeksmethode. Waar de moderne benadering nog is gebaseerd op een verlichte traditie en stuurt op het vinden van de waarheid door het gebruik van de ratio, gaat deze benadering ervan uit dat de waarheid niet bestaat en dat we het moeten doen met verschillende verhalen (perspectieven). In mijn post wetenschappelijke benadering wil ik nog een stap verder gaan door ook de relkatieve waarheidsclaim van de verschillende perspectieven te laten vallen. Theorie wordt tot een literaire productie, en heeft daarmee de status van een fictief werk.
Het kenmerk van fictie is fantasie. Fantasie ontspruit uit de subjectieve verbeelding.Dat wil niet zeggen dat er niet bij wordt nagedacht. Sterker nog : ik ben van mening dat hoogstaande vormen van verbeelding, alleen kunnen voorkomen als de auteur zijn denkwerk ook heeft gedaan. Het is daarom geen wonder dat grote literatoren als Nabokov, Borges, Brodsky, om er maar een paar te noemen, niet alleen creatief , maar ook intellectueel mensen zijn met enorme vermogens. Voortdurend lijken ze als waarnemer, als analyticus, en als gesprekspartner in relatie te staan met de hun omringende werkelijkheid. Door deze voortdurende dialoog wordt de verbeelding geprikkeld en ontstaat een orgineel, genuanceerd beeld van de werkelijk-heid. Dit fictieve beeld is geen oud beeld, maar een nieuw beeld. Aangezien nieuwe beelden nog niet bestaan zijn ze automatisch werken van de fantasie.
Een tweede kenmerk van fictie is de levende samenhang. Een fictieve wereld heeft zijn eigen samenhang.Het is een wereld met zijn eigen taal, personages en decors. Het is een wereld die in elkaar grijpt als een levend organisme. Door deze organische samenhang heeft fictie ook altijd een ongebruikt potentieel. Het is een geen geisoleerde wereld als een ambtelijke tekst. Het is in feite groter dan de auteur. Het zet aan tot denken. Het inspireert anderen om er verder aan verder te werken. Fictie is geen statische wereld, maar een wereld die voortdurend in beweging is. Elke creatie kan , achter een boom, of een huis, weer een nieuwe creatie oproepen. Niemand is eigenaar van het geheel. Het geheel leeft zijn eigen leven.
Werken vanuit fictie maakt de postwetenschappelijke benadering pas echt interessant. Als onderzoeker stijg je als het goed is uit boven het cognitieve. De intellectuele arbeid is het huiswerk dat gedaan moet worden. Maar dan begint het pas echt; de creatieve daad van een nieuw design.De validiteit daarvan hangt af van een onophoudelijk proces van ontdekking en heront-dekking en een esthetische vormgeving. De verantwoorde theorie die de werkelijkheid vangt kan hooguit de tekst van een personage zijn.
Het kenmerk van fictie is fantasie. Fantasie ontspruit uit de subjectieve verbeelding.Dat wil niet zeggen dat er niet bij wordt nagedacht. Sterker nog : ik ben van mening dat hoogstaande vormen van verbeelding, alleen kunnen voorkomen als de auteur zijn denkwerk ook heeft gedaan. Het is daarom geen wonder dat grote literatoren als Nabokov, Borges, Brodsky, om er maar een paar te noemen, niet alleen creatief , maar ook intellectueel mensen zijn met enorme vermogens. Voortdurend lijken ze als waarnemer, als analyticus, en als gesprekspartner in relatie te staan met de hun omringende werkelijkheid. Door deze voortdurende dialoog wordt de verbeelding geprikkeld en ontstaat een orgineel, genuanceerd beeld van de werkelijk-heid. Dit fictieve beeld is geen oud beeld, maar een nieuw beeld. Aangezien nieuwe beelden nog niet bestaan zijn ze automatisch werken van de fantasie.
Een tweede kenmerk van fictie is de levende samenhang. Een fictieve wereld heeft zijn eigen samenhang.Het is een wereld met zijn eigen taal, personages en decors. Het is een wereld die in elkaar grijpt als een levend organisme. Door deze organische samenhang heeft fictie ook altijd een ongebruikt potentieel. Het is een geen geisoleerde wereld als een ambtelijke tekst. Het is in feite groter dan de auteur. Het zet aan tot denken. Het inspireert anderen om er verder aan verder te werken. Fictie is geen statische wereld, maar een wereld die voortdurend in beweging is. Elke creatie kan , achter een boom, of een huis, weer een nieuwe creatie oproepen. Niemand is eigenaar van het geheel. Het geheel leeft zijn eigen leven.
Werken vanuit fictie maakt de postwetenschappelijke benadering pas echt interessant. Als onderzoeker stijg je als het goed is uit boven het cognitieve. De intellectuele arbeid is het huiswerk dat gedaan moet worden. Maar dan begint het pas echt; de creatieve daad van een nieuw design.De validiteit daarvan hangt af van een onophoudelijk proces van ontdekking en heront-dekking en een esthetische vormgeving. De verantwoorde theorie die de werkelijkheid vangt kan hooguit de tekst van een personage zijn.
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
In het kader van de verdere ontwikkeling van de Academische School heeft op 27 september een training plaatsgevonden voor een aantal medewerkers aan het project academische scholen (teambijeenkomst) in het kader van de professiona-lisering van de groep. Verder vond een bespreking (seminar) plaats met de leden van de stuurgroep academische scholen in het kader van de voortgang.
De teamleden waren zeer te spreken over de professionalisering. We hebben gewerkt aan de systematiek van het begeleiden/coachen van onderzoekers in de scholen. Dit blijkt niet altijd even gemakkelijk. We hebben gebruik gemaakt van het "driehoekenmodel" zoals dat ook is te vinden in "Van TDL naar SDL" van Hans Janssen.In dit model wordt duidelijk dat begeleiding meestal in drie stappen gaat:
- sturen
- meewerken
- ondersteunen
De onderzoeker werkt ook op derie niveaus waar hij/zij achtereenvolgens in relatie wil t.w. :
- doen
- denken
- willen/durven
Op de bijeenkomst met de leden van de stuurgroep werd duidelijk dat er veel enthousiasme is voor de aanpak van het lectoraat. Steun werd toegezegd aan het plan aan het einde van het jaar te komen met een "toolbox" met onderzoeks-verslagen, een prototype design, een routeplanner & beeld/geluidsmateriaal. Verder werd o.a. duidelijk dat :
- de academische school betekent als elk transformatieproces "leren omgaan met tegenslagen"
- de academische school is een werkwoord, een proces, in plaats van een zelfstandig naamwoord
- de academische school is een al een feit zodra je hem onderzoeksmatig begint te ontwikkelen
- de academische school genereert van meet af aan resultaten zoals op het VRC (Overvecht Presents...)
- de academiische school onderzoeken worden nog vaak te groot aangepakt wat de haalbaarheid in gevaar brengt
Er ligt een vraag vanuit de stuurgroep aan Jeroen Lutters (VODM) om te komen tot een bespreking hoe "lerend" omgaan met proces en problemen (ook in deelprojecten 1 en 4) te beschouwen zijn als leermomenten/leeropbrengsten die het project ten goede komen (ook in resultaat termen).
De teamleden waren zeer te spreken over de professionalisering. We hebben gewerkt aan de systematiek van het begeleiden/coachen van onderzoekers in de scholen. Dit blijkt niet altijd even gemakkelijk. We hebben gebruik gemaakt van het "driehoekenmodel" zoals dat ook is te vinden in "Van TDL naar SDL" van Hans Janssen.In dit model wordt duidelijk dat begeleiding meestal in drie stappen gaat:
- sturen
- meewerken
- ondersteunen
De onderzoeker werkt ook op derie niveaus waar hij/zij achtereenvolgens in relatie wil t.w. :
- doen
- denken
- willen/durven
Op de bijeenkomst met de leden van de stuurgroep werd duidelijk dat er veel enthousiasme is voor de aanpak van het lectoraat. Steun werd toegezegd aan het plan aan het einde van het jaar te komen met een "toolbox" met onderzoeks-verslagen, een prototype design, een routeplanner & beeld/geluidsmateriaal. Verder werd o.a. duidelijk dat :
- de academische school betekent als elk transformatieproces "leren omgaan met tegenslagen"
- de academische school is een werkwoord, een proces, in plaats van een zelfstandig naamwoord
- de academische school is een al een feit zodra je hem onderzoeksmatig begint te ontwikkelen
- de academische school genereert van meet af aan resultaten zoals op het VRC (Overvecht Presents...)
- de academiische school onderzoeken worden nog vaak te groot aangepakt wat de haalbaarheid in gevaar brengt
Er ligt een vraag vanuit de stuurgroep aan Jeroen Lutters (VODM) om te komen tot een bespreking hoe "lerend" omgaan met proces en problemen (ook in deelprojecten 1 en 4) te beschouwen zijn als leermomenten/leeropbrengsten die het project ten goede komen (ook in resultaat termen).
Abonneren op:
Posts (Atom)