Op 30 en 31 oktober, hebben Jacob de Ruyter en ik 4 gesprekken gehad met 4 scholen in het kader van het onderzoekslaboratorium Academische School. Deze gesprekken hebben voornamelijk in het teken gestaan van
de stelling " Van Opleidingsschool naar Academische School". Hieronder zal ik daar uitgebreider op ingaan. Voor wie
verder geinteresseerd is in dit thema verwijs ik naar mijn lezing op 7 november in de Eenhoorn in Amersfoort: " De academische school een academische ziekenhuis ?" Daarbij zal ik dieper ingaan op de metafoor van het Academisch Ziekenhuis en met name ook op de cultuur van een Academisch Ziekenhuis (cq.school) waar een permanente onderzoeken
de en experimenterende dialoog (onderzoek je eigen werk !) gaande is. De geintervieuwde scholen waren allemaal onderwijslaboratoria in oprichting t.w. ::
I Het Minkema College in Woerden
II Het CSV in Veenendaal
III Het Scala College in Alphen aan de Rijn
IV Heerenlanden in Leerdam
Minkema :
Het eerste gesprek heeft plaatsgevonden met Harry Frantzen, naast algemeen directeur ook de penvoerder van het project.
In dit gesprek is vooral gekeken naar de uitgangspunten van het project Academische Scholen. Aan de orde kwamen :
1. Status : aan de orde is gekomen hoe de Academiische School zich onderscheid van een gewone Opleidingsschool door
dat hier meer accent ligt op Onderzoek & Experiment. Daarmee worden de voorwaarden vervult voor een interessant en aantrekkelijk soort werkplaats waar mensen niet alleen uitvoerders, maar ook ontwerpers zijn. Op deze plekken neemt onderzoek & ontwerp een belangrijke plaats in.
2. Regionaal : net als Academische Ziekenhuizen heeft de Academische School een regionale voorbeeldfunctie.Dat
betekent dat ze een uitstraling heeft naar de andere (opleidings)scholen. Niet iedere opleidingsschool kan overigens een Academische School worden. Dit sluit aan bij de visie van Jan Nijboer (directeur van het Meerstroom) om deze functie meer
te centraliseren (voor hem meer als bestuurlijke unit).
3. Hogeschool : de Hogeschool is het expertisecentrum op basis waarvan scholen het tweede kernproces kunnen vormgeven. Belangrijk is dat op beide plaatsen het "zelfstandig leren leren" centraal staat. Daartoe moeten ook condities- een begelei-dingsstructuur, curriculum, organisatie en maatschappelijke uitstroom mogelijkheid worden gecreerd.De samenwerking tussen Hogeschool en Academische School is vergelijkbaar met die tussen Academisch Ziekenhuis en Universiteit.Ook qua bekostiging zou het interessant zijn te kijken naar twee stromen die te vergelijken zijn met gezondheidszorg en onderzoek. Hierbij zou je kunnen denken aan een verband tussen de sociale zorg en onderwijs (bundeling van de FE en de FMR in de Utrechtse Academie is een goed voorbeeld).
4. Experts : het niveau van personeel van de Academische School is doorgaans hoger dan dat van de gemiddelde opleidings
school. Het is ook goed denkbaar dat medewerkers van de Academische School ook (free-lance) lesgeven op een Hogeschool. Dit creert een win-win situatie. De experts zijn specialisten op een bepaald gebied dat ze ontwikkelen binnen
de eigen praktijk, maar dat zich verder uitontwikkelt op bovenschools niveau.
5. Onderzoek & experiment : in de Academische School is ruimte/facilitering voor onderzoek & experiment. Dit is voornamelijk "practice based" onderzoek. De Hogeschool-functie voegt hier literatuur studie aan toe, en maakt het zo "evidence based" onderzoek. Deze structuur/cultuur kost geld. Het "model Academische School" moet daartoe de aanzet geven bij de overheid. Centrale inhoudelijke "topics" zijn daarbij van belang. Net zo goed als sommige Academische Ziekenhuizen een specialisme hebben op het gebied van kankeronderzoek en weer andere excelleren op het gebied van gezondheid & sport.
6. Internationale omgeving : Academische scholen werken natuurlijk ook internationaal. Ze zoeken naar voorbeelden, bij voorbeeld in de VS, Engeland, Duitsland en Scandinavie waar reeds interessante vormen bestaan van "teacher training". In de VS bijvoorbeeld werken docenten soms graag in de 'slums' omdat ze met een team aan het werk zijn en zelf een eigen vorm van onderwijs kunnen ontwikkelen die doeltreffend werkt. Dit sluit aan bij de minor Educatief Design die is ontwikkelt door Jeroen Lutters, Nies van Lindenberg en Femke Boesenkool.
7. Menswetenschap : telkens blijkt een interdisciplinaire menswetenschappelijke benadering van groot belang is. Veel te veel wordt het onderwijs benaderd vanuit de management gedachte/ economische paradigma's. Deze moeten dienstbaar zijn aan de menswetenschappelijke benadering en niet andersom. Ook institutionele belangen komen vaak veel teveel op de voorgrond. Waar het om gaat is een bouwwerk op te trekken van Hogescholen-Academische Scholen en Opleidingsscholen
die samen een geheel vormen.
8. Promotiebeleid : bij de Academische School past meer aandacht voor promotiebeleid op en vanuit de Hogeschool. In het kader daarvan is het belangrijk dat het "scholarship" programma van de HU wordt gekoppeld aan dat van de scholen. Het
"upgraden" van het personeel in de Academische Scholen, vraagt verder ook dat het personeel binnen de Hogescholen ook een slag maakt. Specialismes dienen te worden ontwikkeld. Dat van mij is het ontwikkelen van een nieuwe Academische Cultuur.
9. Leerteams : de Academische School positioneert zich tussen Hogeschool en Opleidingsschool. Om dit goed te laten lopen is het belangrijk leerteams vorm te geven. Het kennisatelier is daarvan al een voorzichtig voorbeeld. Middelen worden gezocht binnen de project begroting om meer inzet vanuit de lerarenopleiding mogelijk te maken. Leerteams worden overigens al in een grote mate van diversiteit ingezet. Vanuit het lectoraat VOMD is dit model verder onbtwikkelt. Bruikbare publicaties zijn verder bekend van Hannah Wielinga.
10. Inspiratiebronnen : er zijn verschillende auteurs, maar ook scholen, zoals Parker High in Boston, die voorbeeldmatig werken. Uitwisseling kan meer gestimuleerd worden. Wellicht is het goed dat ik voorafgaand aan het schrijfproces een buitenlandse school bezoek. Dat kan veel werk bespraen en een legitimatie geven aan de opzet.
11. Lectoraat VOMD: het lectoraat zal zich in de komende tijd nog meer richtten op het onderwijskundig ondersteuning van dir project. De deelprojectleiders/projectleider zullen sturen op de organisatie. van belang is te beseffen dat in het verleden
veel vernieuwingstrajecten mislukt zijn omdat teveel werd gestuurd op de innovatie organisatie en het curriculum en te weinig op de professionalisering van de docent en de ontwikkeling van een geschikte leeromgeving voor de docent. Dit project wil daar verandering in brengen. "Innoveren begint als docent bij jezelf". Om dit te realiseren is de deialoog en daarmee het leerteam (onderzoeksteam) van groot belang.
CSV Veenendaal:
Het gesprek vond plaats met de directeur hans Wielink en de projectleider Ulke de Waal . Daarbij is duidelijk geworden
dat:
1. Projectniveau : er nog onduidelijkheid bestond over het verschil tussen Academische School en Opleidingsschool en dat het benoemen daarvan als verhelderend werd gezien. Tevens werd duidelijk dat de bijdrage tot nu toe teveel op schoolniveau was gericht, maar dat de gedachte van een Academische School, als Academisch Ziekenhuis vormgegeven, inspirerend was.
Met name met het oog op het ontwikkelen van een eigen specialisme : het richtten op de beroepsgerichte poot in het onderwijs. Competentieontwikkeling van de docenten, als onderzoekende docenten, kwam meer op de voorgrond.
2. Schoolniveau : het project bij voertuigen zal meer worden gericht op het projectniveau, zodat de ontwikkeling niet alleen voor de school, maar ook voor het gehele project goed is. Daarbij richtten ze zich vermoedelijk meer dan nu het geval is op het ontwikkelen van analytische/onderzoekende competenties bij docenten. Praktisch : door het onderzoeken van de inno-vatie bij voertuigen ook te zien in termen van duurzame competentieontwikkeling en in het kader daarvan de docenten ook op hun onderzoekende vaardigheden te trainen/evalueren.
3. Onderzoeksniveau : binnen twee weken laat de school horen of ze in de toekomst behalve opleidingsschool ook aca
demische school beoogd te worden en hoe ze het onderzoek bij voertuigen net een slag verder willen brengen zodat het
op projectniveau ook een belangrijke inbreng heeft. Daarbij gaat het vooral over afspraken m.b.t. produkten voor januari
2008. Natuurlijk stopt de ontwikkeling niet in 2008. Het is slechts de aftrap. Overigens zal CSV er voor zorgen dat alle info (ook flankerend zoals het keurmerk) terecht komt bij Eva. Zij is het centrale meldpunt.
Het gesprek was openhartig en prettig. Duidelijk werd dat nog niet duidelijk was dat het project Academische
Scholeneen fundamentele verschuiving inhoud die een bewustzijn vraagt over het feit dat je (met een metafoor)
"nieuwe schoenen" moet aanschaffen, een kaart moet aanschaffen en je moet trainen voor een ophhandde zijnde
bergwandeling !
Het Scala College :
Nu : Het Scala College heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkelt tot een opleidingsschool in hart en nieren. (1) Studen-
ten, maken als junior docenten deel uit van de basisorganisatie. Bij vrijwel iedereen is dat een geaccepteerd gegeven. Sterker
nog : men zou niet meer zonder kunnen en willen. Studenten passen binnen het IPB. (2) Daaruit voortkomend is ook onderwijskundig de inzet van studenten van groot belang gebleken voor de school. Het past binnen de ontwikkelings gedachte van het onderwijsmodel om een pluriform team in leeftijd en competenties tot je beschikking te hebben. Studen
ten brengen ideeen in die leiden (o.a. in leerteams) tot andere vormen van lesgeven.(3) Om aan de ontwikkeling te werken zijn "laboratoria" situaties opgezet waarbinnen aan de ontwikkeling/professinalisering van de nieuwe en de bestaande groep docenten wordt gewerkt. Dit wordt opgezet door een groep docentenh/stafmedewerkers met ondersteuning van Caroline van Lereuwen die werkt met een zeer bruikbaar "reflectie-model". Net als op Via Nuova blijkt steeds weer reflectie (en daarmee analyse) de basis voor nieuwe vormen van design.
Toekomst : Het is nu interessant te gaan onderzoeken hoe het Scala de onderzoekende/experimenterende grondhouding verder kan gaan uitwerken en daarin een regionale positie bij in kan gaan nemen. Om de mogelijkheden te onderzoeken wordt een gesprek belegd met Ton van Gils. Daarin staat centraal : wat is er nu en wat willen we als Scala in de toekomst ? Willen we ons doorontwikkelen naar een Academische School volgend het eerder genoemmde model ? In ieder geval lijken
de voorwaarden gunstig te zijn, aangezien er al actief gewerkt wordt in laboratoria settings en een onderzoekende, en daarmee academische cultuur, aan het ontstaan is binnen de school.
Stappen : Hoe te komen "Van opleidingsschool naar Academische School" wordt de volgende stap. We kunnen daarbij gaan kijken of een routeplanner kan worden gemaakt, die mogelijk ook als inspiratiebron kan gaan dienen voor de "routeplanner"
die we aan het einde van het project willen presenteren. In die routeplanner kunnen ook de valkuilen worden opgenomen. Bijvoorbeeld de noodzaak van het duidelijk verankeren van het proces op het niveau van de lijn, op het niveau van de vestiging. Vestigingsdirecteuren moeten een model Academische School in hun hart dragen wil het werken naar de leerlingen, de studenten en de docenten. Steeds meer wordt duidelijk dat het model "Academische School" zoals dat
zoetjes aan zichtbaar wordt grenst aan een model " Excellente School". Kwaliteitsbeleid en Onderzoeksbeleid vallen daarmee samen.
Heerenlanden:
Projectniveau : Het bewustzijn te wekken voor het projectniveau bleek ook goed te zijn op Heerenlanden. Het gesprek
met Anton van de Velde, was een onderzoekend gesprek en daarmee een voorbeeld van de "Academische School in Werking".
Dit was een dialoog die zich kenmerkte door het analyseren van de werkelijkheid, en het nadenken over mogelijke scenario's op een abstractieniveau dat de dagelijkse werkelijkheid recht doet, maar die ook niet leidde tot gevangenschap in korte termijnsconclusies. Echt onderzoeken blijkt ook nu weer "niet leren weten" maar vooral ook "leren denken". Door het steeds weer bevrijdende denken ontstaat uiteindelijk handelingsvrijheid (keuzevrijheid). Dit heet ook wel "tripple loop
learning".
Productniveau : Heerenlanden is bezig met het ontwikkelen van een ELO in het kader van het onderzoekslaboratorium.
Dit product blijkt van grote waarde te zijn voor de school. Een ELO vergemakkelijkt het onderwijs. Sterker nog het is een onmisbaar instrument voor de Academische School. Om dit te accentueren wordt gevraagd aan Jan van de Berg, de projectleider, om hierover meer te komen vertellen binnen het kennisatelier. Daarmee wordt het deelonderzoek ook
naar het projectniveau getrokken, hetgeen ook de bedoeling is. Duidelijk zal immers moeten worden wat digitalisering binnen het model Academische School betekent. Hierover zullen ook nog gesprekken worden gevoerd met andere deskundigen (met name vanuit het paradigma web 2.0) zoals Paul Scheulderman.
Procesniveau : Op procesniveau wil Heerenlanden meer aandacht gaan besteden aan het ontwikkelen van een Academische Cultuur die past binnen de eigen schoolidentiteit. Dat betekent niet dat de allernieuwste uitvindingen op het gebied van onderwijs worden neergezet. Het kan bijvoorbeeld ook betekening dat met nasme wordt ingegaan op een werkzame samenhang tussen onderwijs en levensbeschouwing en dat daar ook meer systematisch dan nu het geval is onderzoek
naar wordt gedaan.In dat verband is het belangrijk te beseffen dat Heerenlasnden een "ontmoetingsschool" wil zijn. Communicatieve vaardigheden, de dialoog, staat daarmee centraal in de totale organisatie. Op dit gebied zou een specialisme kunnen groeien, net zoals bij het Minkema visie, bij het Scala professionalisering en bij Veenendaal de beroepsgerichtheid.
Overall was het een week waarin steeds duidelijker is geworden hoe verhelderend het is om duidelijk te maken dat "De Academische School" iets anders is als de "Opleidingsschool". De Opleidingsschool is een eerste stap waarbij de student
functie centraal staat als tweede kernproces.De Academische School gaat een stap verder. Daarbinnen staat het onderzoeken
/experimenteren centraal. Studenten, maar ook docenten nemen daaraan deel. In het kader daarvan is ook passend dat
langzamerhand ook docenten uit het veld Educatief Design als minor gaan volgen(zoals weer duidelijk werd op het kennisatelier over Educatief Design op 31 oktober) omdat ze willen deelnemen in een Academische School. Overigens lijkt het gezien de ontwikkelingen interessant eens te kijken naar een samenwerkingsvorm in het kader van de "Academische School" met de "Utrechtse Academie". Van school, naar opleidingsschool, naar academische school : daarbij komt de utrechtse academie meer en meer in beeld.
donderdag 1 november 2007
donderdag 18 oktober 2007
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
18 november zijn Wim Ruitenbeek en ik in het kader van ons bezoek aan de Academische Scholen i.o. langs geweest op:
I Het Meerstroom College (Utrecht)
II Kandisnky (Nijmegen)
Net als in de voorgaande dagen blijkt het van groot belang te zijn regelmatig de scholen te bezoeken. Systematisch onder
zoek is geen eenvoudige zaak in de drukte van alledag. Samenwerking tussen school, projectleiding, & lectoraat heeft een duidelijke meerwaarde om een "Academische School in Werking" te realiseren.
ad I Meerstroom : De Academische School als gelaagd gebouw
Het gesprek op Het Meerstroom gaat aanvankelijk over de moeilijke situatie waarin de school verkeerd. De vraag is voor
directeur Jan Nijboer of hij binnen het vereiste tijdsbestek wel met een relevante bijdrage kan komen in het kader van het project "Academische Scholen". Na wat doorvragen blijkt hij al met een onderzoek bezig te zijn dat heel goed bruikbaar is in het kader van de Dieptepilot. De werktitel van het onderzoek zal gaan luiden : "Op weg naar een Nuovo Academie". De Nuovo Academie is een idee van Wim Ruitenbeek. Het draait om intensivering van de samenwerking op het gebied van de Opleidings scholen/Academische Scholen (onder een bestuur). Daardoor kan de effcientie en de kwaliteit van de opleiding worden verhoogd. Dit sluit aan bij de wens van Jan Nijboer om zich op lokateieniveau meer te richten op het primair proces en met betrekking tot het opleiden in de school meer samen te werken met het Vader Rijn College. Inmiddels is de samenwerking een feit en kunnen de studenten van het Meerstroom College deelnemen aan leergroepen op het Vader Rijn College. Daarmee is een "try out" van een "NUOVO academie in werking" gegaan die in het kader van het onderzoek zal worden gemonitord.
Dit zal gebeuren op 3 bijeenkomsten:
15/11 een start-bijeenkomst. Daarbij zullen de studenten van de Meerstroom, de directeur, de deelprojectleider, een vertegenwoordiger van het lectoraat VOMD, aanwezig zijn.
10/11 een monitor-bijeenkomst. Daarbij zullen de studenten worden geintervieuwd.
24/1 een slot-bijeenkomst. Daarbij zullen ook aanbevelingen worden geformuleerd.
Gekoppeld aan de slotbijeenkomst zulllen Jeroen Lutters & Jan Nijboer een dag lang samen aan de slag gaan om de resultaten te interpreteren en te plaatsen in de totale context . Daarvoor moet nog een datum worden geprikt. Het Meerstroom College wil met dit onderzoek aannemelijk maken dat "De Academische School" beter werkt in een gelaag
de structuur/cultuur waarbij : (1) de schoollokatie (2) een bovenschools opleidingscentrum (3) het hogeschool expertise centrum worden ingezet. Tot nu toe wordt nog te weinig aandacht besteed aan het tweede gebied. Daardoor vind er een onnodige fragmentering plaats en wordt het opleiden in de school te gecompliceerd. Op projectniveau kan dit deelproject een belangrijke bijdrage leveren op deelgebied 5 van het prototype : de benodigde leeromgeving.
ad II Kandinsky : De Lerende Docent
Het gesprek op het Kandinsky contreert zich vooral op de student/docent. Het Kandinsky is bezig met een onderzoek naar de mate waarin de doelstellingen van de school ook daadwerkelijk worden gehaald als het gaat om "Opleiden in de School" . Daartoe worden studenten ingezet die in een tweetal student-docent koppels, middels interviews,de uitgangspunten zullen toetsen. Op basis van kwaliteitsonderzoek (verhalen) zullen eerste conclusies worden getrokken op schoolniveau die dan kunnen leiden tot een vervolgonderzoek (leerlingniveau). Daarnaast zal een doorvertaling plaatsvinden op projectniveau. Verwacht word dat het onderzoek nieuwe inzichten oplevert aangaande de rol en de positie van de student op een Academische School. In dit verband is het onderzoeksproces van de studenten, op projectniveau, van groot belang. Uit hun (zelf)reflectie zal immers naar voren moeten komen hoe je komt tot een succesvol onderzoek m.n. welke tegenvallers je moet leren overwinnen om te komen tot een adequaat produkt. Aan de orde zijn gekomen : omvang, tijd, continuiteit,
eigenaarschap, kwaliteitsnorm, en pragmatisme versus idealisme.
Concreet worden in de komende 2 maanden ongeveer 6 interviews gerealiseerd. De 2 koppels zullen daarvoor eerst worden geprofessionaliseerd. De verslaglegging van de intervieuws zal mogelijk met beelden (audio-visueel) worden ondersteund.
Vervolgens zal eind december/begin januari het materiaal overhandigd worden aan Jeroen lutters die het verder kan polijs-
ten. Uiteindelijk zal hieruit een : (1) schoolverslag (2) inbreng voor het prototype (3) materiaal voor de routeplanner met zijn kansen en valkuilen en (4) audio-visueel materiaal voortkomen. Jeroen en Inge hebben afgesproken contact te onderhouden.
Wim en ik waren erg blij met de 2 gesprekken. Ons viel daarbij op dat :
1. Scholen vaak veel meer doen aan professionalisering dan ze zelf erkennen en herkennen
2. Scholen vaak op zoek zijn naar nieuwe vormen terwijl ze 'halfproducten' op het schap hebben/laten liggen
3. Scholen hun bestaand onderzoek door creatief-pragmatisme moeten koppelen aan een nieuwe geldstromen
Samen met de scholen kwamen we veelal tot de conclusie te kiezen voor een "pressure cooker" model. Het geheim daarbij licht in :
1. Het aanpakken van een klein thema dat als hefboom dienst kan doen
2. Het doen van het onderzoek in een afgemeten korte periode van hooguit een maand
3. Het produktgericht werken
4. Het mobiliseren van professionele hulp
5. Het integreren van de bestaande agenda
I Het Meerstroom College (Utrecht)
II Kandisnky (Nijmegen)
Net als in de voorgaande dagen blijkt het van groot belang te zijn regelmatig de scholen te bezoeken. Systematisch onder
zoek is geen eenvoudige zaak in de drukte van alledag. Samenwerking tussen school, projectleiding, & lectoraat heeft een duidelijke meerwaarde om een "Academische School in Werking" te realiseren.
ad I Meerstroom : De Academische School als gelaagd gebouw
Het gesprek op Het Meerstroom gaat aanvankelijk over de moeilijke situatie waarin de school verkeerd. De vraag is voor
directeur Jan Nijboer of hij binnen het vereiste tijdsbestek wel met een relevante bijdrage kan komen in het kader van het project "Academische Scholen". Na wat doorvragen blijkt hij al met een onderzoek bezig te zijn dat heel goed bruikbaar is in het kader van de Dieptepilot. De werktitel van het onderzoek zal gaan luiden : "Op weg naar een Nuovo Academie". De Nuovo Academie is een idee van Wim Ruitenbeek. Het draait om intensivering van de samenwerking op het gebied van de Opleidings scholen/Academische Scholen (onder een bestuur). Daardoor kan de effcientie en de kwaliteit van de opleiding worden verhoogd. Dit sluit aan bij de wens van Jan Nijboer om zich op lokateieniveau meer te richten op het primair proces en met betrekking tot het opleiden in de school meer samen te werken met het Vader Rijn College. Inmiddels is de samenwerking een feit en kunnen de studenten van het Meerstroom College deelnemen aan leergroepen op het Vader Rijn College. Daarmee is een "try out" van een "NUOVO academie in werking" gegaan die in het kader van het onderzoek zal worden gemonitord.
Dit zal gebeuren op 3 bijeenkomsten:
15/11 een start-bijeenkomst. Daarbij zullen de studenten van de Meerstroom, de directeur, de deelprojectleider, een vertegenwoordiger van het lectoraat VOMD, aanwezig zijn.
10/11 een monitor-bijeenkomst. Daarbij zullen de studenten worden geintervieuwd.
24/1 een slot-bijeenkomst. Daarbij zullen ook aanbevelingen worden geformuleerd.
Gekoppeld aan de slotbijeenkomst zulllen Jeroen Lutters & Jan Nijboer een dag lang samen aan de slag gaan om de resultaten te interpreteren en te plaatsen in de totale context . Daarvoor moet nog een datum worden geprikt. Het Meerstroom College wil met dit onderzoek aannemelijk maken dat "De Academische School" beter werkt in een gelaag
de structuur/cultuur waarbij : (1) de schoollokatie (2) een bovenschools opleidingscentrum (3) het hogeschool expertise centrum worden ingezet. Tot nu toe wordt nog te weinig aandacht besteed aan het tweede gebied. Daardoor vind er een onnodige fragmentering plaats en wordt het opleiden in de school te gecompliceerd. Op projectniveau kan dit deelproject een belangrijke bijdrage leveren op deelgebied 5 van het prototype : de benodigde leeromgeving.
ad II Kandinsky : De Lerende Docent
Het gesprek op het Kandinsky contreert zich vooral op de student/docent. Het Kandinsky is bezig met een onderzoek naar de mate waarin de doelstellingen van de school ook daadwerkelijk worden gehaald als het gaat om "Opleiden in de School" . Daartoe worden studenten ingezet die in een tweetal student-docent koppels, middels interviews,de uitgangspunten zullen toetsen. Op basis van kwaliteitsonderzoek (verhalen) zullen eerste conclusies worden getrokken op schoolniveau die dan kunnen leiden tot een vervolgonderzoek (leerlingniveau). Daarnaast zal een doorvertaling plaatsvinden op projectniveau. Verwacht word dat het onderzoek nieuwe inzichten oplevert aangaande de rol en de positie van de student op een Academische School. In dit verband is het onderzoeksproces van de studenten, op projectniveau, van groot belang. Uit hun (zelf)reflectie zal immers naar voren moeten komen hoe je komt tot een succesvol onderzoek m.n. welke tegenvallers je moet leren overwinnen om te komen tot een adequaat produkt. Aan de orde zijn gekomen : omvang, tijd, continuiteit,
eigenaarschap, kwaliteitsnorm, en pragmatisme versus idealisme.
Concreet worden in de komende 2 maanden ongeveer 6 interviews gerealiseerd. De 2 koppels zullen daarvoor eerst worden geprofessionaliseerd. De verslaglegging van de intervieuws zal mogelijk met beelden (audio-visueel) worden ondersteund.
Vervolgens zal eind december/begin januari het materiaal overhandigd worden aan Jeroen lutters die het verder kan polijs-
ten. Uiteindelijk zal hieruit een : (1) schoolverslag (2) inbreng voor het prototype (3) materiaal voor de routeplanner met zijn kansen en valkuilen en (4) audio-visueel materiaal voortkomen. Jeroen en Inge hebben afgesproken contact te onderhouden.
Wim en ik waren erg blij met de 2 gesprekken. Ons viel daarbij op dat :
1. Scholen vaak veel meer doen aan professionalisering dan ze zelf erkennen en herkennen
2. Scholen vaak op zoek zijn naar nieuwe vormen terwijl ze 'halfproducten' op het schap hebben/laten liggen
3. Scholen hun bestaand onderzoek door creatief-pragmatisme moeten koppelen aan een nieuwe geldstromen
Samen met de scholen kwamen we veelal tot de conclusie te kiezen voor een "pressure cooker" model. Het geheim daarbij licht in :
1. Het aanpakken van een klein thema dat als hefboom dienst kan doen
2. Het doen van het onderzoek in een afgemeten korte periode van hooguit een maand
3. Het produktgericht werken
4. Het mobiliseren van professionele hulp
5. Het integreren van de bestaande agenda
dinsdag 16 oktober 2007
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
Vandaag, 16 oktober, hebben Wim Ruitenbeek en ik de stand van zaken opgenomen bij een aantal Academische Scholen i.o.
en hun voor zover mogelijk geadviseerd bij het realiseren van hun onderzoek. Aanbod kwamen vandaag :
- Het Vader Rijn College (Utrecht)
- Via Nuovo (Utrecht)
Vader Rijn College : de dragers van de academische school
Vraagstelling : Centraal in het onderzoek van het Vader Rijn College staat de vraag hoe je de dragers van een Academische School in werking kan: (1) identificeren (2) in ontwikkeling brengen (3) hun kennis/kunde kan laten overdragen aan collega's. Het Vader Rijn is, bij monde van de directeur, daarbij de mening toegedaan dat de dragers van de Academische School zich in alle geledingen van de organisatie bevinden. Voor zover het de docenten betreft is een onderscheid gemaakt tusse CIO's/LIDO's (Bachelorstudenten) en Ecologische Pedagogiek studenten (Mastersstudenten).
Experiment : Om in beeld te brengen hoe je de dragers kan identificeren en ontwikkelen wordt voor januari een periode
van ongeveer twee weken vastgesteld die zal gelden als " De Academische School in werking". De bedoeling is dat in deze periode aan alle medewerkers gevraagd zal worden een aantoonbare/actieve bijdrage te leveren aan de Academische School, om het zo van een "papieren" een "levende" werkelijkheid te maken. Om dit te realiseren zal in deze weken op actieve wijze de dialoog worden bevorderd tussen : (1) de leiding (2) de spelers die al bezig zijn met de Academische School (3) de spelers die nog in beeld moeten komen. Dostojevski signaleerde al dat voor een dialoog het "gesprek aangaan" met mensen van groot belang is . Anders vallen ze "stil" en worden ze tot "ongemotiveerde instrumenten". De organisatie zal worden opgetrokken in samenwerking met de masterstudenten die zich in het hart van de academische school bevinden. De bedoeling is dat tijdens deze weken gedacht-es worden uitgewisseld die aan het einde van de periode door de directeur worden geintegreerd en in een samenhangende beleidsvisie voor het komend jaar worden teruggegeven aan het personeel. Projectleider van het geheel is Wim Ruitenbeek. Indien nodig is hulp toegezegd door Jeroen Lutters.
Verslaglegging : In het VRC staat het "natuurlijk leren" centraal. In samenhang daarmee lijkt het vanzelfsprekend dat het VRC ook komt met een vorm van "natuurlijk opleiden". Omdat natuurlijke vormen van leren en opleiden vooral door kwalitatief onderzoek zijn te traceren is het van belang dat de opbrengst van de "laboratorium weken " van de Academische School in werking niet worden gekwantificeerd, maar vooral goed worden beschreven (narratieve insteek). Het gaat erom dat het verhaal van een school als het Vader Rijn College in beeld wordt gebracht door beschrijving en analyse van wat er (al) gebeurd. Het is vooral van belang vertrouwen te hebben en aandacht te besteden in wat er al is. Het is veel minder aan de orde (ten onrechte vaak gedacht) weer iets nieuws te verzinnen. Het verslag van het experiment zal half januari beschikbaar zijn voor verdere uitwerking. Gezien het onderwerp zal het op projectniveau vooral een bijdrage leveren aan het 2e onderwerp: de rol van docent/expert in de Academische School.
Via Nuovo : kernreflectie als verbindend hart van de communicatie
Vraagstelling : Het onderzoek binnen Via Nuovo in het kader van de Academische School betreft het ontwikkelen van een kwaliteitszorg instrumentarium. Dit kwaliteitszorg instrumentarium draait vooral om het verbeteren van de communicatie door middel van het werken met kernreflecties.Communicatie is vervolgens de basis voor een verbinding tussen de verschil-lende partijen in de Academische School.
Experiment : Inmiddels is het onderzoek gestart olv. Mark Dees en onder verantwoordelijkheid van de directeur, Ron Dorreboom. In het onderzoek wordt gewekt op basis van een parallelle methode. Dat wil zeggen er wordt zowel onderzoek gedaan wordt naar de leerlingen, de studenten, de docenten, als de leiding. In het onderzoek wordt ook de etnografische context betrokken. Verder staat in het model het belang van de ritmische handeling (afwisseling tussen activiteit en rust) centraal.Van belang in het onderzoek is nu vooral alle reeds opgedane kennis te integreren onder de kop "Kernreflectie als hart van de academische school". Dat vraagt van de ene kant het afwerken van het bestaand onderzoek, maar vooral ook het in verband met elkaar brengen van reeds aanwezig materiaal.
Verslaglegging : De verslaglegging kan rond januari een feit zijn. In het verslag verwerkt worden de "Via Nuovo Academie" en de "Docenten Competenties Monitoring". Dit alles zal resulteren onder het eerder genoemde samenhangende thema: "Kern reflectie als hart van de Academische School". Op projectniveau zal het deelproject van Via Nuovo waarschijnlijk een bijdrage kunnen leveren aan het 4e onderwerp in de gemeenschappelijke publicatie : de rol van de communicatie in de Academische School.
Schoolbezoeken: De Academische School in werking
De begeleidingsgesprekken van Wim/Jeroen met de betrokken scholen waren staaltjes van de " Academische School in Werking". De oorzaak daarvan lag in het feit dat ieder van de betrokkenen duidelijk gecommiteerd was aan het thema opleiden in de school. Daarbij durfde ook ieder van de deelnemers op basis van ervaringen, analyses, experimenten en praktijk in het onderzoek te stappen. De Academische School is een " onderzoekende dialoog" gebasseerd op het thema "Onderzoek je eigen Werk". Op het moment dat de verschillende deelnemers als actoren in een "gesprek" durven/willen stappen is de Academische School al een feit.Keer op keer blijkt in dit type gesprekken dat veel van het benodigde materiaal (onbewust) al voor handen is en reeds doorwerkt in de organisatie. De bijdrage van het onderzoek is vooral de verschillende "fragmenten" in een samenhangend "verhaal" onder te brengen. Dit geintegreerd "verhaal" kan vervolgens dienst doen als basis voor een haalbaar en herkenbaar beleid.
en hun voor zover mogelijk geadviseerd bij het realiseren van hun onderzoek. Aanbod kwamen vandaag :
- Het Vader Rijn College (Utrecht)
- Via Nuovo (Utrecht)
Vader Rijn College : de dragers van de academische school
Vraagstelling : Centraal in het onderzoek van het Vader Rijn College staat de vraag hoe je de dragers van een Academische School in werking kan: (1) identificeren (2) in ontwikkeling brengen (3) hun kennis/kunde kan laten overdragen aan collega's. Het Vader Rijn is, bij monde van de directeur, daarbij de mening toegedaan dat de dragers van de Academische School zich in alle geledingen van de organisatie bevinden. Voor zover het de docenten betreft is een onderscheid gemaakt tusse CIO's/LIDO's (Bachelorstudenten) en Ecologische Pedagogiek studenten (Mastersstudenten).
Experiment : Om in beeld te brengen hoe je de dragers kan identificeren en ontwikkelen wordt voor januari een periode
van ongeveer twee weken vastgesteld die zal gelden als " De Academische School in werking". De bedoeling is dat in deze periode aan alle medewerkers gevraagd zal worden een aantoonbare/actieve bijdrage te leveren aan de Academische School, om het zo van een "papieren" een "levende" werkelijkheid te maken. Om dit te realiseren zal in deze weken op actieve wijze de dialoog worden bevorderd tussen : (1) de leiding (2) de spelers die al bezig zijn met de Academische School (3) de spelers die nog in beeld moeten komen. Dostojevski signaleerde al dat voor een dialoog het "gesprek aangaan" met mensen van groot belang is . Anders vallen ze "stil" en worden ze tot "ongemotiveerde instrumenten". De organisatie zal worden opgetrokken in samenwerking met de masterstudenten die zich in het hart van de academische school bevinden. De bedoeling is dat tijdens deze weken gedacht-es worden uitgewisseld die aan het einde van de periode door de directeur worden geintegreerd en in een samenhangende beleidsvisie voor het komend jaar worden teruggegeven aan het personeel. Projectleider van het geheel is Wim Ruitenbeek. Indien nodig is hulp toegezegd door Jeroen Lutters.
Verslaglegging : In het VRC staat het "natuurlijk leren" centraal. In samenhang daarmee lijkt het vanzelfsprekend dat het VRC ook komt met een vorm van "natuurlijk opleiden". Omdat natuurlijke vormen van leren en opleiden vooral door kwalitatief onderzoek zijn te traceren is het van belang dat de opbrengst van de "laboratorium weken " van de Academische School in werking niet worden gekwantificeerd, maar vooral goed worden beschreven (narratieve insteek). Het gaat erom dat het verhaal van een school als het Vader Rijn College in beeld wordt gebracht door beschrijving en analyse van wat er (al) gebeurd. Het is vooral van belang vertrouwen te hebben en aandacht te besteden in wat er al is. Het is veel minder aan de orde (ten onrechte vaak gedacht) weer iets nieuws te verzinnen. Het verslag van het experiment zal half januari beschikbaar zijn voor verdere uitwerking. Gezien het onderwerp zal het op projectniveau vooral een bijdrage leveren aan het 2e onderwerp: de rol van docent/expert in de Academische School.
Via Nuovo : kernreflectie als verbindend hart van de communicatie
Vraagstelling : Het onderzoek binnen Via Nuovo in het kader van de Academische School betreft het ontwikkelen van een kwaliteitszorg instrumentarium. Dit kwaliteitszorg instrumentarium draait vooral om het verbeteren van de communicatie door middel van het werken met kernreflecties.Communicatie is vervolgens de basis voor een verbinding tussen de verschil-lende partijen in de Academische School.
Experiment : Inmiddels is het onderzoek gestart olv. Mark Dees en onder verantwoordelijkheid van de directeur, Ron Dorreboom. In het onderzoek wordt gewekt op basis van een parallelle methode. Dat wil zeggen er wordt zowel onderzoek gedaan wordt naar de leerlingen, de studenten, de docenten, als de leiding. In het onderzoek wordt ook de etnografische context betrokken. Verder staat in het model het belang van de ritmische handeling (afwisseling tussen activiteit en rust) centraal.Van belang in het onderzoek is nu vooral alle reeds opgedane kennis te integreren onder de kop "Kernreflectie als hart van de academische school". Dat vraagt van de ene kant het afwerken van het bestaand onderzoek, maar vooral ook het in verband met elkaar brengen van reeds aanwezig materiaal.
Verslaglegging : De verslaglegging kan rond januari een feit zijn. In het verslag verwerkt worden de "Via Nuovo Academie" en de "Docenten Competenties Monitoring". Dit alles zal resulteren onder het eerder genoemde samenhangende thema: "Kern reflectie als hart van de Academische School". Op projectniveau zal het deelproject van Via Nuovo waarschijnlijk een bijdrage kunnen leveren aan het 4e onderwerp in de gemeenschappelijke publicatie : de rol van de communicatie in de Academische School.
Schoolbezoeken: De Academische School in werking
De begeleidingsgesprekken van Wim/Jeroen met de betrokken scholen waren staaltjes van de " Academische School in Werking". De oorzaak daarvan lag in het feit dat ieder van de betrokkenen duidelijk gecommiteerd was aan het thema opleiden in de school. Daarbij durfde ook ieder van de deelnemers op basis van ervaringen, analyses, experimenten en praktijk in het onderzoek te stappen. De Academische School is een " onderzoekende dialoog" gebasseerd op het thema "Onderzoek je eigen Werk". Op het moment dat de verschillende deelnemers als actoren in een "gesprek" durven/willen stappen is de Academische School al een feit.Keer op keer blijkt in dit type gesprekken dat veel van het benodigde materiaal (onbewust) al voor handen is en reeds doorwerkt in de organisatie. De bijdrage van het onderzoek is vooral de verschillende "fragmenten" in een samenhangend "verhaal" onder te brengen. Dit geintegreerd "verhaal" kan vervolgens dienst doen als basis voor een haalbaar en herkenbaar beleid.
zaterdag 13 oktober 2007
Onderzoek & Ontwerp Liberal Arts
In de afgelopen week maakte ik een aantal zaken mee die direct of indirect raakte aan het progressieve concept voor "Liberal Arts" zoals dat wordt ontwikkeld op de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) . Ik heb het dan
over :
- de introductie van het boek "Pure Schoonheid" van Susan West Kurz in het Artemis Dutch Design Hotel in Amsterdam
- een lezing van Anette Kraus of "Hidden Curriculum" in de Rietvelt Academie in Amsterdam
- de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan Al Gore voor zijn werk voor klimaatverbetering
In alle drie de gevallen hebben we te maken met een toenemend bewustzijn dat alles met alles samenhangt en dat de enige manier om de ontwikkeling van mens & natuur te stimuleren is de activiteiten voortdurend in samenhang te zien met het
geheel. Kortom : integraal bewustzijn op kleine en grote schaal.
Susan West Kurz: een gezonde "lifestyle"
De auteur sprak over de noodzaak te komen tot een nieuwe lifestyle. Een lifestyle gebasseerd op:
1. ritme : een flow tussen polariteiten,
2. rituelen: terugkerende markatiemomenten
3. duurzaamheid: in plaats van korte termijn "policy"
Dat resulteerde in een visie op het leven die ze benoemde als "celebration of life" en een proces van "gracefully aging".
Een wereld waarin we in toenemende mate bewust dienen te worden dat "me=we"; dat je alleen maar verder komt als je beseft dat je eigen geluk afhangt van de mate waarin je ook andere gelukkig maakt. Deze levenswijze leidt tot innerlijke/uiterlijke schoonheid. Susan West Kurz is directeur van Hauschka Cosmetics VS; natuurlijke cosmetica die o.a. door
Madonna wordt aanbevolen.
Anette Kraus: "Hidden Curriculum"
Het werk van de kunstenares Anette Kraus gaat over de samenhang tussen leven en leren. In leersituaties, zoals scholen,
zijn we ons vaak niet bewust dat leerlingen vaak net zo veel, of meer, leren in situaties die niet als zodanig zijn gedefinieerd.
Het is de wereld van het "Hidden Curriculum" . Leerlingen leren achter de televisie, in specifieke ruimtes, in de omgang met elkaar. Interessant is je de vraag te stellen in hoeverre we deze realiteit integreren in ons leven. Het werk van Anette Kraus
sluit prachtig aan bij het concept "Levend Leren" en de opleiding "Ecologische Pedagogiek"ontwikkelt door Hans Jansen (Lector Vernieuwende Opleidingsmethodiek & Didactiek). Op dit moment is zij bezig met een project in CASCO Utrecht. Op 3 november vindt een lezing plaats.
Al Gore: disastreus effect van de huidige "lifestyle"
Het zweedse comite kende de Nobelprijs voor de Vrede toe aan Al Gore vanwege zijn inzet op het gebied van klimaats
verandering. Al Gore waarschuwt in de vorm van film, lezingen en publicaties dat de wereld snel aan het afzakken
is richting een regelrechte catastrophe. In "An unconvenient truth" laat hij zien wat de gevolgen zijn van onze manier
van leven, onze huidige "lifestyle". In feite schetst hiij de wereld van de fotograaf Edward Burtynsky die exposeert in het gemeentemuseum in Helmond met zijn apocalyptische "Industrial Landscapes".
Al Gore analyseert de werkelijkheid. Anette Kraus experimenteert met nieuwe werkvormen. Susan West is bezig met
het ontwerpen van een nieuwe "lifestyle". Dit laatste acht ik vooral van groot belang. Hier ontstaat ook de overlap met de activiteiten voor vernieuwing van het Hoger Onderwijs.Ook daar is een "lifestyle" verandering nodig: gericht op gezondheid in plaats van welvaart, gericht op integratie van mens en professie in plaats van desintegratie, gericht op het aanspreken van de hele mens in plaats van alleen het cognitieve (wetenschappelijk) of praktische (HBO) aspect. Innovatie die geen rekening met deze aspecten houdt is , in mijn ogen, tot mislukken gedoemd.
Het Hoger Onderwijs is een spiegel van de wereld. Het is tijd voor verandering. Daarvoor is analyse van de huidige situatie, experimentele nieuwe werkvormen en het aanbieden van een gezonde "lifestyle" ook voor jongeren/studenten van groot belang. In een nieuwe vorm van Hoger Onderwijs dient het onderwijs in het verlengde daarvan iets te worden dat gericht is op:
1. kritisch bewustzijn : het analyseren van de gevolgen van het huidige ongezonde systeem van Hoger Onderwijs dat bijdraagt aan een mondiaal natuur & cultuurverval.
2. integrerend handelen : het werken aan de integratie van leven en werk d.m.v. aandacht voor het "hidden curriculum",
het levend leerlandschap enzovoort.
3. progressieve "lifestyle" : het bevorderen van een nieuwe "lifestyle" waardoor jongeren/studenten in een gezonde verhouding komen met de tijdsstroom en de ruimte waarin ze leven.
over :
- de introductie van het boek "Pure Schoonheid" van Susan West Kurz in het Artemis Dutch Design Hotel in Amsterdam
- een lezing van Anette Kraus of "Hidden Curriculum" in de Rietvelt Academie in Amsterdam
- de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan Al Gore voor zijn werk voor klimaatverbetering
In alle drie de gevallen hebben we te maken met een toenemend bewustzijn dat alles met alles samenhangt en dat de enige manier om de ontwikkeling van mens & natuur te stimuleren is de activiteiten voortdurend in samenhang te zien met het
geheel. Kortom : integraal bewustzijn op kleine en grote schaal.
Susan West Kurz: een gezonde "lifestyle"
De auteur sprak over de noodzaak te komen tot een nieuwe lifestyle. Een lifestyle gebasseerd op:
1. ritme : een flow tussen polariteiten,
2. rituelen: terugkerende markatiemomenten
3. duurzaamheid: in plaats van korte termijn "policy"
Dat resulteerde in een visie op het leven die ze benoemde als "celebration of life" en een proces van "gracefully aging".
Een wereld waarin we in toenemende mate bewust dienen te worden dat "me=we"; dat je alleen maar verder komt als je beseft dat je eigen geluk afhangt van de mate waarin je ook andere gelukkig maakt. Deze levenswijze leidt tot innerlijke/uiterlijke schoonheid. Susan West Kurz is directeur van Hauschka Cosmetics VS; natuurlijke cosmetica die o.a. door
Madonna wordt aanbevolen.
Anette Kraus: "Hidden Curriculum"
Het werk van de kunstenares Anette Kraus gaat over de samenhang tussen leven en leren. In leersituaties, zoals scholen,
zijn we ons vaak niet bewust dat leerlingen vaak net zo veel, of meer, leren in situaties die niet als zodanig zijn gedefinieerd.
Het is de wereld van het "Hidden Curriculum" . Leerlingen leren achter de televisie, in specifieke ruimtes, in de omgang met elkaar. Interessant is je de vraag te stellen in hoeverre we deze realiteit integreren in ons leven. Het werk van Anette Kraus
sluit prachtig aan bij het concept "Levend Leren" en de opleiding "Ecologische Pedagogiek"ontwikkelt door Hans Jansen (Lector Vernieuwende Opleidingsmethodiek & Didactiek). Op dit moment is zij bezig met een project in CASCO Utrecht. Op 3 november vindt een lezing plaats.
Al Gore: disastreus effect van de huidige "lifestyle"
Het zweedse comite kende de Nobelprijs voor de Vrede toe aan Al Gore vanwege zijn inzet op het gebied van klimaats
verandering. Al Gore waarschuwt in de vorm van film, lezingen en publicaties dat de wereld snel aan het afzakken
is richting een regelrechte catastrophe. In "An unconvenient truth" laat hij zien wat de gevolgen zijn van onze manier
van leven, onze huidige "lifestyle". In feite schetst hiij de wereld van de fotograaf Edward Burtynsky die exposeert in het gemeentemuseum in Helmond met zijn apocalyptische "Industrial Landscapes".
Al Gore analyseert de werkelijkheid. Anette Kraus experimenteert met nieuwe werkvormen. Susan West is bezig met
het ontwerpen van een nieuwe "lifestyle". Dit laatste acht ik vooral van groot belang. Hier ontstaat ook de overlap met de activiteiten voor vernieuwing van het Hoger Onderwijs.Ook daar is een "lifestyle" verandering nodig: gericht op gezondheid in plaats van welvaart, gericht op integratie van mens en professie in plaats van desintegratie, gericht op het aanspreken van de hele mens in plaats van alleen het cognitieve (wetenschappelijk) of praktische (HBO) aspect. Innovatie die geen rekening met deze aspecten houdt is , in mijn ogen, tot mislukken gedoemd.
Het Hoger Onderwijs is een spiegel van de wereld. Het is tijd voor verandering. Daarvoor is analyse van de huidige situatie, experimentele nieuwe werkvormen en het aanbieden van een gezonde "lifestyle" ook voor jongeren/studenten van groot belang. In een nieuwe vorm van Hoger Onderwijs dient het onderwijs in het verlengde daarvan iets te worden dat gericht is op:
1. kritisch bewustzijn : het analyseren van de gevolgen van het huidige ongezonde systeem van Hoger Onderwijs dat bijdraagt aan een mondiaal natuur & cultuurverval.
2. integrerend handelen : het werken aan de integratie van leven en werk d.m.v. aandacht voor het "hidden curriculum",
het levend leerlandschap enzovoort.
3. progressieve "lifestyle" : het bevorderen van een nieuwe "lifestyle" waardoor jongeren/studenten in een gezonde verhouding komen met de tijdsstroom en de ruimte waarin ze leven.
vrijdag 12 oktober 2007
Publicatie script en postscript " Dreef 33"
Na overleg met de kerngroep is deze week besloten dat " Dreef 33" vooralsnog niet in produktie zal worden genomen. Dit heeft vooral te maken dat binnen afzienbare tijd aan de belangrijkste voorwaarde (voor de zomervakantie gesteld!) niet voldaan kan worden : het vinden van een geldschieter voor het realiseren van een dergelijke omvangrijke produktie. De begroting ziet er namelijk zo uit dat voor het realiseren van de produktie in personen en materieel een aanzienlijke investering nodig is. Ook als het gaat om een goedkopere distributievorm zoals "You Tube".
Het script en postscript zal niettemin worden gepubliceerd. Onderhandelingen zijn daarvoor gaande met Indigio en Agiel. Gedacht wordt aan een foto/tekst boek als "teaser" met achterin in handzame vorm het integrale script. Bijgeleverd wordt ook een CD met een postscript dat dient als handeling voor het werken met "soap" in (verschillende vormen van) onderwijs. De bedoeling is dat het boek uiteindelijk als artistieke produktie met een educatieve toepassingsmogelijkheid kan worden benut. Soap kijken past daarmee binnen het concept "hidden curriculae" zoals ontwikkelt door de kunstenares Anette Kraus.
Vooruitlopend op de publikatie zal op 12 januari een seminar worden georganiseerd waarin het werken met "soap" centraal staat. Er zal gewerkt gaan worden met 4 werkgroepen : (1) het onderzoeken van het leven als soap (2) het schrijven van een soap (3) het spelen van een soap (4) het analyseren van soaps. Het seminar wordt georganiseerd door de interfacultaire opleiding (Ecologische) Pedagogiek. Projectleider is Renee van der Linde. Voor meer informatie lees ook het weblog van "Dreef 33".
Het script en postscript zal niettemin worden gepubliceerd. Onderhandelingen zijn daarvoor gaande met Indigio en Agiel. Gedacht wordt aan een foto/tekst boek als "teaser" met achterin in handzame vorm het integrale script. Bijgeleverd wordt ook een CD met een postscript dat dient als handeling voor het werken met "soap" in (verschillende vormen van) onderwijs. De bedoeling is dat het boek uiteindelijk als artistieke produktie met een educatieve toepassingsmogelijkheid kan worden benut. Soap kijken past daarmee binnen het concept "hidden curriculae" zoals ontwikkelt door de kunstenares Anette Kraus.
Vooruitlopend op de publikatie zal op 12 januari een seminar worden georganiseerd waarin het werken met "soap" centraal staat. Er zal gewerkt gaan worden met 4 werkgroepen : (1) het onderzoeken van het leven als soap (2) het schrijven van een soap (3) het spelen van een soap (4) het analyseren van soaps. Het seminar wordt georganiseerd door de interfacultaire opleiding (Ecologische) Pedagogiek. Projectleider is Renee van der Linde. Voor meer informatie lees ook het weblog van "Dreef 33".
Onderzoek & Ontwerp Liberal Arts
Gisteren, 11 oktober, heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de directie/bestuur van de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) en de directie van de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Een mijlpaal in de geschiedenis van de Vrije Hogeschool omdat daarmee voor het eerst een institutionele samenwerking met het reguliere Hoger Onderwijs totstand is gekomen. In dit overleg is uitgesproken dat we graag in een intensieve samenwerking met elkaar willen komen. Daartoe zal tussen nu en december een "convenant" worden opgesteld. Dit "convenant" dient als een basis-document waarbinnen specifieke deeltrajecten kunnen worden gesitueerd.
Op dit moment lopen er overigens al meerdere lijnen in de samenwerking tussen de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) en het lectoraat VOMD van de Hogeschool Utrecht. Op het gebied van innovatie en profes- sionalisering bestaat er al een samenwerkingsverband om te komen tot een Vrije Hogeschool als laboratorium voor levend leren. Daartoe is een vraag neergelegd bij het lectoraat VOMD. Inmiddels hebben orienterende gesprekken plaatsgevonden met o.a. Jeroen Lutters en Paul Scheulderman (meervoudige geletterdheid).
Op het gebied van het ontwikkelen van lectoraten bestaat er een samenwerkingsverband waarbij medewerkers van de Hogeschool Utrecht betrokken zijn. Zo zijn o.a. Erik van de Luytengaarden (lector bij de FMR) en Roel de Groot (uitgever Agiel en medewerker van het lectoraat VOMD) betrokken bij de ontwikkeling van een toekomstige master, eventuele postacade-mische cursussen en de uitbouw van 3 lectoraten : kunst/cultuur, pedagogiek/andragogiek, ondernemerschap/recht.
Tenslotte is de ontwikkeling van een minor "Liberal Arts" in een versnelling gekomen. De faculteit educatie en de directie van ecologisch pedagogiek hebben hun wens uitgesproken deze minor in het aanbod van de FE op te nemen. De minor zal (mede dankzij de Ionastichting) worden ontwikkeld onder de vleugels van het de Vrije Hogeschool, die danook de eigenaar van het produkt is. De inhoudelijke ontwikkel vraag is neergelegd bij Jeroen Lutters (aangezien die ook de basisaanvraag heeft verzorgd). Het projectmanagement zal worden verzorgd door Hanke Drop. De (interne/externe) vermarkting van de minor is primair een zaak van de FE/Pedagogiek.
Vrijdag 16 november om 15.00 zal een volgend gesprek plaatsvinden met de faculteitsdirectie van de FE en de directie/het bestuur van de Vrije Hogeschool. Bij dat gesprek wordt vanzelfsprekend ook de directeur van de Ionastichting uitgenodigd. In het gesprek zal een eerste schets van het "convenant" worden besproken dat wordt opgesteld door Marcel Meer van de Hogeschool Utrecht. Intussen wordt o.l.v. Hanke Drop een deelcontract voor het minor-project opgesteld. Ook dat kan 16 november ter tafel komen. Iedereen was zeer ingenomen met het verloop van het gesprek en heeft vertrouwen in het vervolg.
Op dit moment lopen er overigens al meerdere lijnen in de samenwerking tussen de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) en het lectoraat VOMD van de Hogeschool Utrecht. Op het gebied van innovatie en profes- sionalisering bestaat er al een samenwerkingsverband om te komen tot een Vrije Hogeschool als laboratorium voor levend leren. Daartoe is een vraag neergelegd bij het lectoraat VOMD. Inmiddels hebben orienterende gesprekken plaatsgevonden met o.a. Jeroen Lutters en Paul Scheulderman (meervoudige geletterdheid).
Op het gebied van het ontwikkelen van lectoraten bestaat er een samenwerkingsverband waarbij medewerkers van de Hogeschool Utrecht betrokken zijn. Zo zijn o.a. Erik van de Luytengaarden (lector bij de FMR) en Roel de Groot (uitgever Agiel en medewerker van het lectoraat VOMD) betrokken bij de ontwikkeling van een toekomstige master, eventuele postacade-mische cursussen en de uitbouw van 3 lectoraten : kunst/cultuur, pedagogiek/andragogiek, ondernemerschap/recht.
Tenslotte is de ontwikkeling van een minor "Liberal Arts" in een versnelling gekomen. De faculteit educatie en de directie van ecologisch pedagogiek hebben hun wens uitgesproken deze minor in het aanbod van de FE op te nemen. De minor zal (mede dankzij de Ionastichting) worden ontwikkeld onder de vleugels van het de Vrije Hogeschool, die danook de eigenaar van het produkt is. De inhoudelijke ontwikkel vraag is neergelegd bij Jeroen Lutters (aangezien die ook de basisaanvraag heeft verzorgd). Het projectmanagement zal worden verzorgd door Hanke Drop. De (interne/externe) vermarkting van de minor is primair een zaak van de FE/Pedagogiek.
Vrijdag 16 november om 15.00 zal een volgend gesprek plaatsvinden met de faculteitsdirectie van de FE en de directie/het bestuur van de Vrije Hogeschool. Bij dat gesprek wordt vanzelfsprekend ook de directeur van de Ionastichting uitgenodigd. In het gesprek zal een eerste schets van het "convenant" worden besproken dat wordt opgesteld door Marcel Meer van de Hogeschool Utrecht. Intussen wordt o.l.v. Hanke Drop een deelcontract voor het minor-project opgesteld. Ook dat kan 16 november ter tafel komen. Iedereen was zeer ingenomen met het verloop van het gesprek en heeft vertrouwen in het vervolg.
donderdag 11 oktober 2007
Adolescentie in Fictie: Orlando
Vandaag is het bericht binnen gekomen dat een "voucher " is toegekend door de Hogeschool Utrecht om het promotie-onderzoek dat nu loopt onder de werktitel "Adolescentie in Fictie" te realiseren. Dit is een belangrijk moment omdat
daarmee:
1.het onderzoek ook wordt gelegitimeerd
binnen de Hogeschool Utrecht
2.er tijd vrij komt om het onderzoeks
proces te versnellen
3.er mogelijkheden onstaan voor meer
ondersteuning op dit project
4. er mogelijkheden ontstaan voor meer
ondersteuning op andere door mij aangestuurde projecten
5.het onderzoek wordt gehonoreerd als zijnde
van maatschappelijk belang
6.het belang van de werkzaamheden van
het lectoraat VOMD wordt bevestigd
Met deze toezegging is een proces tot een positief einde gekomen dat al meer dan een half jaar duurt. Om de "voucher" te realiseren moesten namelijk een groot aantal fasen worden doorlopen : (1) het mobiliseren van draagvlak in het veld (2) de aanvraag voor een facultaire comissie (3) de goedkeuring van de faculteitsdirecteur (4) de voorbereiding door de staforga-nisatie (5) de goedkeuring door een centrale comissie (6) het besluit door het CvB. Mijn dank gaat uit naar alle partijen die me hierbij hebben ondersteund in het bijzonder : Mieke Bal, Jan Brandsma, Hans Jansen, Dick de Wolff, Huib de Jong, Annelies de Jeu, Cees Sprenger, Bart Engbers, Marja Molenaar. Met name gaat mijn dank uit naar Mathi Vijgen.
daarmee:
1.het onderzoek ook wordt gelegitimeerd
binnen de Hogeschool Utrecht
2.er tijd vrij komt om het onderzoeks
proces te versnellen
3.er mogelijkheden onstaan voor meer
ondersteuning op dit project
4. er mogelijkheden ontstaan voor meer
ondersteuning op andere door mij aangestuurde projecten
5.het onderzoek wordt gehonoreerd als zijnde
van maatschappelijk belang
6.het belang van de werkzaamheden van
het lectoraat VOMD wordt bevestigd
Met deze toezegging is een proces tot een positief einde gekomen dat al meer dan een half jaar duurt. Om de "voucher" te realiseren moesten namelijk een groot aantal fasen worden doorlopen : (1) het mobiliseren van draagvlak in het veld (2) de aanvraag voor een facultaire comissie (3) de goedkeuring van de faculteitsdirecteur (4) de voorbereiding door de staforga-nisatie (5) de goedkeuring door een centrale comissie (6) het besluit door het CvB. Mijn dank gaat uit naar alle partijen die me hierbij hebben ondersteund in het bijzonder : Mieke Bal, Jan Brandsma, Hans Jansen, Dick de Wolff, Huib de Jong, Annelies de Jeu, Cees Sprenger, Bart Engbers, Marja Molenaar. Met name gaat mijn dank uit naar Mathi Vijgen.
Abonneren op:
Reacties (Atom)