Woensdag 14 november sprak de onderwijsrevolutionair Taylor Gatto in Nederland op een congres georganiseerd door De Kampanje, een particuliere school die vrijheid van onderwijs nastreeft. Gatto is een gelauwerd (1990 beste leraar van de staat New York & 1991 van de stad New York) als leraar maar ziet de school als een straf die kinderen dom en gevangen houdt. Hij is daarmee een onderwijsrevolutionair in de traditie van Ivan Illich die met zijn befaamde "Deschooling Society" (1971) pleitte voor een ontmanteling van het schoolsysteem. Inmiddels is Gatto niet meer bij een school werkzaam omdat hij op wil houden met het "pijnigen" van kinderen.
In de pedagogische visie van Gatto draait goed onderwijs om :
- veel vrijheid geven
- veel praktijkervaringen
- aansluiten bij de werkelijke interesse van het kind
- solidariteit met de leerling
- het natuurlijk netwerk betrekken in het onderwijs
- minimaliseren van instructielessen
- motiveren van jongeren door focus op eigen doel te stimuleren
- kritisch beschouwen van de zogenaamde experts
- zoveel mogelijk onderwijzen binnen het eigen netwerk
- afschaffen van het huidig schoolsysteem
(Bron: NRC 15 november 2007)
Deze visie lijkt aan te sluiten bij de werkwijze van opleidingsscholen binnen SOS en IDEE. Ook daar zien we dat jongeren keihard werken vanuit een eigen motivatie. Er lijkt hier sprake van een gerealiseerde succesvolle pedagogische revolutie.
vrijdag 16 november 2007
zaterdag 10 november 2007
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
Deze week heb ik drie bijdrages geleverd voor het project Academische Scholen :
- 7 november : een lezing/workshop over de academische school als academische ziekenhuis op het congres "Hoe diep is uw pilot ?" van de Open Universiteit in Amersfoort.
- 8 november : een lezing/workshop op het openingscongres "Sociale Innovatie" van de Faculteit Maatschappij en Recht van de Hogeschool Utrecht over "Overvecht Presents...".
- 9 november : intervieuws met een 8 tal mensen betrrokken bij het project Academische Scholen ten behoeve van een promotie DVD "Academische Scholen in Werking" voor docenten op Academische Scholen.
De Academische School als Academisch Ziekenhuis :
De academische school lijkt op een academische ziekenhuis. Kenmerkennd bij een Academisch Ziekenhuis is dat zorg, opleiding en onderzoek de drie kernprocessen zijn. Mijn stelling is dat het van belang is dat het zaak is scholen 3 typen te onderscheiden : (1) scholen (2) opleidingsscholen en (3) academische scholen. Bij de eerste is het kernproces onderzwijzen. Bij de tweede is het onderwijzen en opleiden. Bij de derde is het onderwijzenn, opleiden & onderzoeken.
In navolging van een Academisch Ziekenhuis betekent het ontwikkelen van een Academische School:
- het ontwikkelen van topreferentie op regionaal/landelijk niveau
- het ontwikkelen van een center of excellence met specialismes
- het ontwikkelen van een wetenschappelijke agenda
- het ontwikkelen van personele unies met het Hoger Onderwijs
- het ontwikkelen van een engelstalig internationaal netwerk
De mensen in de zaal waren over het algemeen erg enthousiast. Met name het feit dat er meer plaats komt voor specialismes. Ook het feit dat dit voorstel is gebasseerd op diversiteit werd enthousiast begroet.
Overvecht Presents :
Een topic van de Academische School VRC is het integreren van "Stad, Jeugd, en Opleiding". In het kader daarvan heb ik
een kort evaluatief onderzoek gedaan. De resultaten daarvan , heb ik al eerder gepubliceerd in een paper voor o.a. Ella Voogelaar. Op dit congres stonden de gevolgen van de conclusies en acties voor het HBO opleidingen centraal.
Als case is ingegaan op het "t-shirt project" in het kader van het project " ontwikkel je eigen mini-onderneming" dat uiteindelijk halverwege fout liep, waardoor niet helemaal het beoogde resultaat kon worden behaald. In de analyse heb
ik dit proberen te herleiden tot een gebrek aan opleiding bij docenten om een crisis te managen.
Teneinde dit te verbeteren heb ik de suggestie gedaan een deel van de docenten opleiding in te richtten als een piloten-opleiding.Daarin komt dan aanbod :
1. de voorbereiding op een crisis in de opleiding als onvermijdelijk aspect van een vlucht
2. het maken van een instictieve "quick scan" bij het optreden van een crisis
3. het terugbrengen van het leiderschap tot het niveau van competentie; desnoods door een onconventionele charge
4. simpele acties gericht op een positieve afloop
5. gemeenschappelijke resultaatverplichting tot het toestel aan de grond staat
6. stand by van de omgeving in prioriteit fase 1
7. uitgebreid onderzoek om herhaling te voorkomen na afloop van de vlucht
Een protocol en het trainen van competenties als bij een pilotenopleiding sloeg aan. De aanwezige directeur van het ISK was bijvoorbeeld erg enthousiast. Hij heeft interesse om een training van de medewerkers hierop. Mogelijk kunnen ze deelnemen bij het traject van het VRC in het kader van onderzoek/ontwerp Academische Scholen.
Promotie DVD Academische Scholen
Tenslotte zijn opnames gemaakt voor een promotie DVD Academische Scholen. Opmerkelijk waren gesprekken met verschillende docenten, studenten en managers in het kader van de Academische Scholen. Daarbij kwam naar voren :
1. dat er enthousiasme is voor het concept "academische school als academisch ziekenhuis"
2. dat het centraal stellen van 3 kernprocessen het beroep van leraar veel interessanter maakt
3. dat plezier in het werk automatisch positieve gevolgen heeft voor de leerlingen
4. dat hiermee wellicht een "route" zichtbaar wordt naar onderwijsverbetering
Met materiaal wordt in de komende maanden gemonteerd. Naar verwachting zal begin januari, als de onderzoeksresultaten van de scholen binnekomen, de DVD kunnen worden gedistribueerd.
- 7 november : een lezing/workshop over de academische school als academische ziekenhuis op het congres "Hoe diep is uw pilot ?" van de Open Universiteit in Amersfoort.
- 8 november : een lezing/workshop op het openingscongres "Sociale Innovatie" van de Faculteit Maatschappij en Recht van de Hogeschool Utrecht over "Overvecht Presents...".
- 9 november : intervieuws met een 8 tal mensen betrrokken bij het project Academische Scholen ten behoeve van een promotie DVD "Academische Scholen in Werking" voor docenten op Academische Scholen.
De Academische School als Academisch Ziekenhuis :
De academische school lijkt op een academische ziekenhuis. Kenmerkennd bij een Academisch Ziekenhuis is dat zorg, opleiding en onderzoek de drie kernprocessen zijn. Mijn stelling is dat het van belang is dat het zaak is scholen 3 typen te onderscheiden : (1) scholen (2) opleidingsscholen en (3) academische scholen. Bij de eerste is het kernproces onderzwijzen. Bij de tweede is het onderwijzen en opleiden. Bij de derde is het onderwijzenn, opleiden & onderzoeken.
In navolging van een Academisch Ziekenhuis betekent het ontwikkelen van een Academische School:
- het ontwikkelen van topreferentie op regionaal/landelijk niveau
- het ontwikkelen van een center of excellence met specialismes
- het ontwikkelen van een wetenschappelijke agenda
- het ontwikkelen van personele unies met het Hoger Onderwijs
- het ontwikkelen van een engelstalig internationaal netwerk
De mensen in de zaal waren over het algemeen erg enthousiast. Met name het feit dat er meer plaats komt voor specialismes. Ook het feit dat dit voorstel is gebasseerd op diversiteit werd enthousiast begroet.
Overvecht Presents :
Een topic van de Academische School VRC is het integreren van "Stad, Jeugd, en Opleiding". In het kader daarvan heb ik
een kort evaluatief onderzoek gedaan. De resultaten daarvan , heb ik al eerder gepubliceerd in een paper voor o.a. Ella Voogelaar. Op dit congres stonden de gevolgen van de conclusies en acties voor het HBO opleidingen centraal.
Als case is ingegaan op het "t-shirt project" in het kader van het project " ontwikkel je eigen mini-onderneming" dat uiteindelijk halverwege fout liep, waardoor niet helemaal het beoogde resultaat kon worden behaald. In de analyse heb
ik dit proberen te herleiden tot een gebrek aan opleiding bij docenten om een crisis te managen.
Teneinde dit te verbeteren heb ik de suggestie gedaan een deel van de docenten opleiding in te richtten als een piloten-opleiding.Daarin komt dan aanbod :
1. de voorbereiding op een crisis in de opleiding als onvermijdelijk aspect van een vlucht
2. het maken van een instictieve "quick scan" bij het optreden van een crisis
3. het terugbrengen van het leiderschap tot het niveau van competentie; desnoods door een onconventionele charge
4. simpele acties gericht op een positieve afloop
5. gemeenschappelijke resultaatverplichting tot het toestel aan de grond staat
6. stand by van de omgeving in prioriteit fase 1
7. uitgebreid onderzoek om herhaling te voorkomen na afloop van de vlucht
Een protocol en het trainen van competenties als bij een pilotenopleiding sloeg aan. De aanwezige directeur van het ISK was bijvoorbeeld erg enthousiast. Hij heeft interesse om een training van de medewerkers hierop. Mogelijk kunnen ze deelnemen bij het traject van het VRC in het kader van onderzoek/ontwerp Academische Scholen.
Promotie DVD Academische Scholen
Tenslotte zijn opnames gemaakt voor een promotie DVD Academische Scholen. Opmerkelijk waren gesprekken met verschillende docenten, studenten en managers in het kader van de Academische Scholen. Daarbij kwam naar voren :
1. dat er enthousiasme is voor het concept "academische school als academisch ziekenhuis"
2. dat het centraal stellen van 3 kernprocessen het beroep van leraar veel interessanter maakt
3. dat plezier in het werk automatisch positieve gevolgen heeft voor de leerlingen
4. dat hiermee wellicht een "route" zichtbaar wordt naar onderwijsverbetering
Met materiaal wordt in de komende maanden gemonteerd. Naar verwachting zal begin januari, als de onderzoeksresultaten van de scholen binnekomen, de DVD kunnen worden gedistribueerd.
maandag 5 november 2007
Onderzoek & Ontwerp Liberal Arts
5 november vond op de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts) een gesprek plaats tussen de vertegenwoordigers van verschillende disciplines :
1. Marja Molenaar : voor de Vrije Hogeschool
2. Chris Wissenburg : voor het Pedagogische aspect (Helicon)
3. Erik van Luytengaarden : voor het Juridische aspect (NPI en HU)
4. John van Schaick : voor het Theologische aspect (Origenes)
5. Roel de Groot : voor het Orthopedagogische aspect (Agiel en HU)
6. Jeroen Lutters : voor het Cultuurhistorische aspect (VH en HU)
De bijeenkomst was zeer inspirerend. De verschillende personen vertelde vanuit hun eigen vakmatige perspectief over het belang te komen tot een Bernard Lievegoed College for Liberal Arts waar de verschillende vakgebieden een plaats zouden kunnen krijgen. Daarbij kwam aan de orde:
1. Het belang van het wetenschappelijk benaderen van esoterische fenomenen door John van Schaick
2. Het belang de "min 40" generatie kennis te laten maken met het werk van Lievegoed door Erik van Luytengaarden
3. Het belang om aan te sluiten bij een reeds aanwezig masters traject dooor Chris Wissenburg
4. Het belang om te komen tot een post pabo opleiding met een orthopedagogische insteek aldus Roel de Groot
5. het belang te sturen op het handelen in een post moderne tijd gekenmerkt door ontologische twijfel door Jeroen Lutters
De uitkomst van het gesprek was dat dit gezelschap een vorm van "manifest" gaat schrijven dat rond januari 2008 geplaatst kan worden in "Motief". Marja Molenaar en Jeroen Lutters zullen iemand aantrekken die het schrijfwerk verricht. De groep zal bij elkaar geroepen worden voor een gesprek dat de basis vormt voor een artikel. Dit proces kan een eerste stap vormen in het ontwikkelen van kenniskringen en lectoraten met als uiteindelijk resultaat master en minoir trajecten.
Behalve het gesprek over de masters vond een gesprek plaats tussen Marja Molenaar, Hanke Drop en Jeroen Lutters over de minor. inmiddels is een handzaam tijdspad opgesteld. Het is nu van belang dat zo snel mogelijk begonnen wordt met een ontwerp van de aansturing door Dick de Wolff en Marja Molenaar. Verder is het van belang dat een interne vacature wordt gesteld voor iemand die als onderzoeker/ontwerper en later uitvoerder drager wil worden van de minor in de Hogeschool.
Deze ontwerper/uitvoerder zal resulteren onder aansturing van een senior medewerker (Jeroen Lutters) en ondersteuning krijgen van een student-assistent.
1. Marja Molenaar : voor de Vrije Hogeschool
2. Chris Wissenburg : voor het Pedagogische aspect (Helicon)
3. Erik van Luytengaarden : voor het Juridische aspect (NPI en HU)
4. John van Schaick : voor het Theologische aspect (Origenes)
5. Roel de Groot : voor het Orthopedagogische aspect (Agiel en HU)
6. Jeroen Lutters : voor het Cultuurhistorische aspect (VH en HU)
De bijeenkomst was zeer inspirerend. De verschillende personen vertelde vanuit hun eigen vakmatige perspectief over het belang te komen tot een Bernard Lievegoed College for Liberal Arts waar de verschillende vakgebieden een plaats zouden kunnen krijgen. Daarbij kwam aan de orde:
1. Het belang van het wetenschappelijk benaderen van esoterische fenomenen door John van Schaick
2. Het belang de "min 40" generatie kennis te laten maken met het werk van Lievegoed door Erik van Luytengaarden
3. Het belang om aan te sluiten bij een reeds aanwezig masters traject dooor Chris Wissenburg
4. Het belang om te komen tot een post pabo opleiding met een orthopedagogische insteek aldus Roel de Groot
5. het belang te sturen op het handelen in een post moderne tijd gekenmerkt door ontologische twijfel door Jeroen Lutters
De uitkomst van het gesprek was dat dit gezelschap een vorm van "manifest" gaat schrijven dat rond januari 2008 geplaatst kan worden in "Motief". Marja Molenaar en Jeroen Lutters zullen iemand aantrekken die het schrijfwerk verricht. De groep zal bij elkaar geroepen worden voor een gesprek dat de basis vormt voor een artikel. Dit proces kan een eerste stap vormen in het ontwikkelen van kenniskringen en lectoraten met als uiteindelijk resultaat master en minoir trajecten.
Behalve het gesprek over de masters vond een gesprek plaats tussen Marja Molenaar, Hanke Drop en Jeroen Lutters over de minor. inmiddels is een handzaam tijdspad opgesteld. Het is nu van belang dat zo snel mogelijk begonnen wordt met een ontwerp van de aansturing door Dick de Wolff en Marja Molenaar. Verder is het van belang dat een interne vacature wordt gesteld voor iemand die als onderzoeker/ontwerper en later uitvoerder drager wil worden van de minor in de Hogeschool.
Deze ontwerper/uitvoerder zal resulteren onder aansturing van een senior medewerker (Jeroen Lutters) en ondersteuning krijgen van een student-assistent.
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
De dieptepilot vraagt om een prototype Academische School. Het ontwerpen van een structuur en cultuur voor academische scholen kan alleen maar totstand komen door gedegen onderzoek. Omdat onderdeel van het onderzoek ook het optimali
seren van onderzoek binnen de scholen is, is het echter van belang deze verschillende niveau's steeds duidelijk uit elkaar te houden. Het gaat daarbij om verschillende niveaus van abstractie. Ik heb het dan over :
1. De experimenten en het onderzoek binnen de school, die behoren tot de cathegorie van de feiten. Hier zien we de Academische School i.o. in werking.
2. Het onderzoek door analyse en interpretatie van de feiten, waaruit blijkt welke Academische School structuur/cultuur werkt en welke niet, met als metafoor het Academisch Ziekenhuis.
3. Het design op basis van analyse en interpretatie van een structuur/cultuur van Academische Scholing verwant aan die van het Academische Ziekenhuis.
Qua onderzoeksstructuur ga ik uit van de volgende principes :
1. Kwalitatief onderzoek : het onderzoek is kwalitatief van aard. De opgeleverde data geven een beeld van de betreffende scholen. Het is niet de bedoeling dat de school omgezet wordt in een aantal specifieke codes, op basis waarvan conclusies worden getrokken. Het is de bedoeling dat zich een onderzoekscultuur ontwikkelt waar dat mogelijk is, en wordt geholpen om daarbij passende structuren te vinden...
2. Etnografische benadering : het onderzoek is het meest verwant aan wat wel wordt aangeduid als een etnografische benadering. In deze benadering wordt de schoolcultuur onderzocht. In dit geval op zijn onderzoeksmatige kracht. Dit wordt
getoetst op basis van een experiment : het aannemen en uitvoeren van een onderzoek/experimentele opdracht. Op basis van deze graadmeter is enigzins vast te stellen welke scholen wel en welke niet in staat zijn Academische School te zijn en waar dat mee samenhangt.
3. Cultuur analyse : aansluitend bij de kwalitatief-etnografische benadering worden tussentijds resultaten bekenen, maar
ook procesbeschrijvingen in termen van "verhalen" geanalyseerd. Uit die evaluatieve verhalen kan worden opgemaakt welke
"beliefs" er in de school leven en hoe die van invloed zijn op de praktijk (resultaten) van de Academische School. In een tijd van epistemologische en ontologische twijfel is een "belief" de op basis van "fictie" ontworpen identiteitsstructuur. Identiteit is geen kwestie meer van (zogenaamd toetsbare) kennis, maar een "fantasy".
4. Narratologie als instrument : in deze benadering is van groot belang dat ieder van de partners zijn eigen verhaal vertelt.
Het vertellen van een verhaal veronderstelt rhetorische vermogens. Het ontwikkelen van die rhetorische vermogens geldt zowel verbaal, in beeld en in geschrift. Het is in dit kader ook van belang digitale hulpmiddelen te gebruiken.
5. Dialoog als instrument : in deze benadering is participatie van groot belang. Als gevolg van de aard van het onderzoek doet iedere school zijn eigen onderzoek, binnen zijn eigen te ontwikkelen onderzoekscultuur. Om die onderzoekscultuur
bovenwater te krijgen en tegelijk te stimuleren is de dialoog van groot belang. Vandaar dat we regelmatig op schoolbezoek gaan, kennisateliers instellen, een centrale meldpunt hebben waar archivering/vragen kunnen worden gesteld. Essentieel voor een effectieve dialoog is de menselijke constalatie.
5. Reflectie als instrument : kern van het onderzoek is de gedachte dat reflectie op de cultuur van groot belang is voor het ontwikkelen. Om te komen tot reflectie worden leerteams ingericht. In deze leerteams wordt de Academische School i.o. als schoolexperiment geevalueerd. Deze evaluatie kan vervolgens leiden tot een nieuw design.
6. Academische School Design : door reflectie ontstaan ideeen. We bevinden ons op het niveau van inspiratie van "fictieve standpunten". Om te komen tot een concrete toets dienen de ideeen echter ook (op integraal niveau) echter concrete structuren te veranderen. Daarvoor is een basisformat ontwikkelt die uit zal monden in een routeplanner. Verder is een project schoolontwerpen en educatief design ontwikkelt. In samenwerking met NUOVO is een project " Jeugd Stad & Opleiding" (Overvecht Presents...) van start gegaan.
7. Cultureel Ondernemen : uiteindelijk wordt het hele verhaal samengevat in een groot verhaal waarbinnen de afzonderlijke schoolverhalen een plaats zullen krijgen, maar ook een samenhangend verhaal zal worden vertelt. De bedoeling is dit onder te brengen in een "koffertje" met daarin : (1) een inleiding op de methode (2) de onderzoeksverslagen van de scholen (3) het prototype dat is ontwikkeld (4) de routeplanner naar een academische school (5) audio-visueel materiaal. Dit materiaal kan een hulpmiddel zijn bij het maken van keuzes.
Vandaag had ik een gesprek met Gyan Ackveld die verbonden is aan het het project Samen op Scholen en in het kader van een evaluatieonderzoek samenwerkt met het lectoraat van Elly de Bruin. In het gesprek kwam naar voren dat mijn benadering
interessant is in het kader van de SOS ontwikkelingen en in de evaluatie kan worden meegenomen. Met name het cultuur analytisch perspectief bood vernieuwende inzichten. Andersom kan het evaluatief onderzoek SOS ook van belang zijn voor de ontwikkelinng van Academische Scholen. Wat betreft het materiaal dat Gyan Ackvelt aanreikt met name om professionalisering van docenten en communicatie binnen de organisatie methodisch te onderbouwen.
seren van onderzoek binnen de scholen is, is het echter van belang deze verschillende niveau's steeds duidelijk uit elkaar te houden. Het gaat daarbij om verschillende niveaus van abstractie. Ik heb het dan over :
1. De experimenten en het onderzoek binnen de school, die behoren tot de cathegorie van de feiten. Hier zien we de Academische School i.o. in werking.
2. Het onderzoek door analyse en interpretatie van de feiten, waaruit blijkt welke Academische School structuur/cultuur werkt en welke niet, met als metafoor het Academisch Ziekenhuis.
3. Het design op basis van analyse en interpretatie van een structuur/cultuur van Academische Scholing verwant aan die van het Academische Ziekenhuis.
Qua onderzoeksstructuur ga ik uit van de volgende principes :
1. Kwalitatief onderzoek : het onderzoek is kwalitatief van aard. De opgeleverde data geven een beeld van de betreffende scholen. Het is niet de bedoeling dat de school omgezet wordt in een aantal specifieke codes, op basis waarvan conclusies worden getrokken. Het is de bedoeling dat zich een onderzoekscultuur ontwikkelt waar dat mogelijk is, en wordt geholpen om daarbij passende structuren te vinden...
2. Etnografische benadering : het onderzoek is het meest verwant aan wat wel wordt aangeduid als een etnografische benadering. In deze benadering wordt de schoolcultuur onderzocht. In dit geval op zijn onderzoeksmatige kracht. Dit wordt
getoetst op basis van een experiment : het aannemen en uitvoeren van een onderzoek/experimentele opdracht. Op basis van deze graadmeter is enigzins vast te stellen welke scholen wel en welke niet in staat zijn Academische School te zijn en waar dat mee samenhangt.
3. Cultuur analyse : aansluitend bij de kwalitatief-etnografische benadering worden tussentijds resultaten bekenen, maar
ook procesbeschrijvingen in termen van "verhalen" geanalyseerd. Uit die evaluatieve verhalen kan worden opgemaakt welke
"beliefs" er in de school leven en hoe die van invloed zijn op de praktijk (resultaten) van de Academische School. In een tijd van epistemologische en ontologische twijfel is een "belief" de op basis van "fictie" ontworpen identiteitsstructuur. Identiteit is geen kwestie meer van (zogenaamd toetsbare) kennis, maar een "fantasy".
4. Narratologie als instrument : in deze benadering is van groot belang dat ieder van de partners zijn eigen verhaal vertelt.
Het vertellen van een verhaal veronderstelt rhetorische vermogens. Het ontwikkelen van die rhetorische vermogens geldt zowel verbaal, in beeld en in geschrift. Het is in dit kader ook van belang digitale hulpmiddelen te gebruiken.
5. Dialoog als instrument : in deze benadering is participatie van groot belang. Als gevolg van de aard van het onderzoek doet iedere school zijn eigen onderzoek, binnen zijn eigen te ontwikkelen onderzoekscultuur. Om die onderzoekscultuur
bovenwater te krijgen en tegelijk te stimuleren is de dialoog van groot belang. Vandaar dat we regelmatig op schoolbezoek gaan, kennisateliers instellen, een centrale meldpunt hebben waar archivering/vragen kunnen worden gesteld. Essentieel voor een effectieve dialoog is de menselijke constalatie.
5. Reflectie als instrument : kern van het onderzoek is de gedachte dat reflectie op de cultuur van groot belang is voor het ontwikkelen. Om te komen tot reflectie worden leerteams ingericht. In deze leerteams wordt de Academische School i.o. als schoolexperiment geevalueerd. Deze evaluatie kan vervolgens leiden tot een nieuw design.
6. Academische School Design : door reflectie ontstaan ideeen. We bevinden ons op het niveau van inspiratie van "fictieve standpunten". Om te komen tot een concrete toets dienen de ideeen echter ook (op integraal niveau) echter concrete structuren te veranderen. Daarvoor is een basisformat ontwikkelt die uit zal monden in een routeplanner. Verder is een project schoolontwerpen en educatief design ontwikkelt. In samenwerking met NUOVO is een project " Jeugd Stad & Opleiding" (Overvecht Presents...) van start gegaan.
7. Cultureel Ondernemen : uiteindelijk wordt het hele verhaal samengevat in een groot verhaal waarbinnen de afzonderlijke schoolverhalen een plaats zullen krijgen, maar ook een samenhangend verhaal zal worden vertelt. De bedoeling is dit onder te brengen in een "koffertje" met daarin : (1) een inleiding op de methode (2) de onderzoeksverslagen van de scholen (3) het prototype dat is ontwikkeld (4) de routeplanner naar een academische school (5) audio-visueel materiaal. Dit materiaal kan een hulpmiddel zijn bij het maken van keuzes.
Vandaag had ik een gesprek met Gyan Ackveld die verbonden is aan het het project Samen op Scholen en in het kader van een evaluatieonderzoek samenwerkt met het lectoraat van Elly de Bruin. In het gesprek kwam naar voren dat mijn benadering
interessant is in het kader van de SOS ontwikkelingen en in de evaluatie kan worden meegenomen. Met name het cultuur analytisch perspectief bood vernieuwende inzichten. Andersom kan het evaluatief onderzoek SOS ook van belang zijn voor de ontwikkelinng van Academische Scholen. Wat betreft het materiaal dat Gyan Ackvelt aanreikt met name om professionalisering van docenten en communicatie binnen de organisatie methodisch te onderbouwen.
donderdag 1 november 2007
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
Op 30 en 31 oktober, hebben Jacob de Ruyter en ik 4 gesprekken gehad met 4 scholen in het kader van het onderzoekslaboratorium Academische School. Deze gesprekken hebben voornamelijk in het teken gestaan van
de stelling " Van Opleidingsschool naar Academische School". Hieronder zal ik daar uitgebreider op ingaan. Voor wie
verder geinteresseerd is in dit thema verwijs ik naar mijn lezing op 7 november in de Eenhoorn in Amersfoort: " De academische school een academische ziekenhuis ?" Daarbij zal ik dieper ingaan op de metafoor van het Academisch Ziekenhuis en met name ook op de cultuur van een Academisch Ziekenhuis (cq.school) waar een permanente onderzoeken
de en experimenterende dialoog (onderzoek je eigen werk !) gaande is. De geintervieuwde scholen waren allemaal onderwijslaboratoria in oprichting t.w. ::
I Het Minkema College in Woerden
II Het CSV in Veenendaal
III Het Scala College in Alphen aan de Rijn
IV Heerenlanden in Leerdam
Minkema :
Het eerste gesprek heeft plaatsgevonden met Harry Frantzen, naast algemeen directeur ook de penvoerder van het project.
In dit gesprek is vooral gekeken naar de uitgangspunten van het project Academische Scholen. Aan de orde kwamen :
1. Status : aan de orde is gekomen hoe de Academiische School zich onderscheid van een gewone Opleidingsschool door
dat hier meer accent ligt op Onderzoek & Experiment. Daarmee worden de voorwaarden vervult voor een interessant en aantrekkelijk soort werkplaats waar mensen niet alleen uitvoerders, maar ook ontwerpers zijn. Op deze plekken neemt onderzoek & ontwerp een belangrijke plaats in.
2. Regionaal : net als Academische Ziekenhuizen heeft de Academische School een regionale voorbeeldfunctie.Dat
betekent dat ze een uitstraling heeft naar de andere (opleidings)scholen. Niet iedere opleidingsschool kan overigens een Academische School worden. Dit sluit aan bij de visie van Jan Nijboer (directeur van het Meerstroom) om deze functie meer
te centraliseren (voor hem meer als bestuurlijke unit).
3. Hogeschool : de Hogeschool is het expertisecentrum op basis waarvan scholen het tweede kernproces kunnen vormgeven. Belangrijk is dat op beide plaatsen het "zelfstandig leren leren" centraal staat. Daartoe moeten ook condities- een begelei-dingsstructuur, curriculum, organisatie en maatschappelijke uitstroom mogelijkheid worden gecreerd.De samenwerking tussen Hogeschool en Academische School is vergelijkbaar met die tussen Academisch Ziekenhuis en Universiteit.Ook qua bekostiging zou het interessant zijn te kijken naar twee stromen die te vergelijken zijn met gezondheidszorg en onderzoek. Hierbij zou je kunnen denken aan een verband tussen de sociale zorg en onderwijs (bundeling van de FE en de FMR in de Utrechtse Academie is een goed voorbeeld).
4. Experts : het niveau van personeel van de Academische School is doorgaans hoger dan dat van de gemiddelde opleidings
school. Het is ook goed denkbaar dat medewerkers van de Academische School ook (free-lance) lesgeven op een Hogeschool. Dit creert een win-win situatie. De experts zijn specialisten op een bepaald gebied dat ze ontwikkelen binnen
de eigen praktijk, maar dat zich verder uitontwikkelt op bovenschools niveau.
5. Onderzoek & experiment : in de Academische School is ruimte/facilitering voor onderzoek & experiment. Dit is voornamelijk "practice based" onderzoek. De Hogeschool-functie voegt hier literatuur studie aan toe, en maakt het zo "evidence based" onderzoek. Deze structuur/cultuur kost geld. Het "model Academische School" moet daartoe de aanzet geven bij de overheid. Centrale inhoudelijke "topics" zijn daarbij van belang. Net zo goed als sommige Academische Ziekenhuizen een specialisme hebben op het gebied van kankeronderzoek en weer andere excelleren op het gebied van gezondheid & sport.
6. Internationale omgeving : Academische scholen werken natuurlijk ook internationaal. Ze zoeken naar voorbeelden, bij voorbeeld in de VS, Engeland, Duitsland en Scandinavie waar reeds interessante vormen bestaan van "teacher training". In de VS bijvoorbeeld werken docenten soms graag in de 'slums' omdat ze met een team aan het werk zijn en zelf een eigen vorm van onderwijs kunnen ontwikkelen die doeltreffend werkt. Dit sluit aan bij de minor Educatief Design die is ontwikkelt door Jeroen Lutters, Nies van Lindenberg en Femke Boesenkool.
7. Menswetenschap : telkens blijkt een interdisciplinaire menswetenschappelijke benadering van groot belang is. Veel te veel wordt het onderwijs benaderd vanuit de management gedachte/ economische paradigma's. Deze moeten dienstbaar zijn aan de menswetenschappelijke benadering en niet andersom. Ook institutionele belangen komen vaak veel teveel op de voorgrond. Waar het om gaat is een bouwwerk op te trekken van Hogescholen-Academische Scholen en Opleidingsscholen
die samen een geheel vormen.
8. Promotiebeleid : bij de Academische School past meer aandacht voor promotiebeleid op en vanuit de Hogeschool. In het kader daarvan is het belangrijk dat het "scholarship" programma van de HU wordt gekoppeld aan dat van de scholen. Het
"upgraden" van het personeel in de Academische Scholen, vraagt verder ook dat het personeel binnen de Hogescholen ook een slag maakt. Specialismes dienen te worden ontwikkeld. Dat van mij is het ontwikkelen van een nieuwe Academische Cultuur.
9. Leerteams : de Academische School positioneert zich tussen Hogeschool en Opleidingsschool. Om dit goed te laten lopen is het belangrijk leerteams vorm te geven. Het kennisatelier is daarvan al een voorzichtig voorbeeld. Middelen worden gezocht binnen de project begroting om meer inzet vanuit de lerarenopleiding mogelijk te maken. Leerteams worden overigens al in een grote mate van diversiteit ingezet. Vanuit het lectoraat VOMD is dit model verder onbtwikkelt. Bruikbare publicaties zijn verder bekend van Hannah Wielinga.
10. Inspiratiebronnen : er zijn verschillende auteurs, maar ook scholen, zoals Parker High in Boston, die voorbeeldmatig werken. Uitwisseling kan meer gestimuleerd worden. Wellicht is het goed dat ik voorafgaand aan het schrijfproces een buitenlandse school bezoek. Dat kan veel werk bespraen en een legitimatie geven aan de opzet.
11. Lectoraat VOMD: het lectoraat zal zich in de komende tijd nog meer richtten op het onderwijskundig ondersteuning van dir project. De deelprojectleiders/projectleider zullen sturen op de organisatie. van belang is te beseffen dat in het verleden
veel vernieuwingstrajecten mislukt zijn omdat teveel werd gestuurd op de innovatie organisatie en het curriculum en te weinig op de professionalisering van de docent en de ontwikkeling van een geschikte leeromgeving voor de docent. Dit project wil daar verandering in brengen. "Innoveren begint als docent bij jezelf". Om dit te realiseren is de deialoog en daarmee het leerteam (onderzoeksteam) van groot belang.
CSV Veenendaal:
Het gesprek vond plaats met de directeur hans Wielink en de projectleider Ulke de Waal . Daarbij is duidelijk geworden
dat:
1. Projectniveau : er nog onduidelijkheid bestond over het verschil tussen Academische School en Opleidingsschool en dat het benoemen daarvan als verhelderend werd gezien. Tevens werd duidelijk dat de bijdrage tot nu toe teveel op schoolniveau was gericht, maar dat de gedachte van een Academische School, als Academisch Ziekenhuis vormgegeven, inspirerend was.
Met name met het oog op het ontwikkelen van een eigen specialisme : het richtten op de beroepsgerichte poot in het onderwijs. Competentieontwikkeling van de docenten, als onderzoekende docenten, kwam meer op de voorgrond.
2. Schoolniveau : het project bij voertuigen zal meer worden gericht op het projectniveau, zodat de ontwikkeling niet alleen voor de school, maar ook voor het gehele project goed is. Daarbij richtten ze zich vermoedelijk meer dan nu het geval is op het ontwikkelen van analytische/onderzoekende competenties bij docenten. Praktisch : door het onderzoeken van de inno-vatie bij voertuigen ook te zien in termen van duurzame competentieontwikkeling en in het kader daarvan de docenten ook op hun onderzoekende vaardigheden te trainen/evalueren.
3. Onderzoeksniveau : binnen twee weken laat de school horen of ze in de toekomst behalve opleidingsschool ook aca
demische school beoogd te worden en hoe ze het onderzoek bij voertuigen net een slag verder willen brengen zodat het
op projectniveau ook een belangrijke inbreng heeft. Daarbij gaat het vooral over afspraken m.b.t. produkten voor januari
2008. Natuurlijk stopt de ontwikkeling niet in 2008. Het is slechts de aftrap. Overigens zal CSV er voor zorgen dat alle info (ook flankerend zoals het keurmerk) terecht komt bij Eva. Zij is het centrale meldpunt.
Het gesprek was openhartig en prettig. Duidelijk werd dat nog niet duidelijk was dat het project Academische
Scholeneen fundamentele verschuiving inhoud die een bewustzijn vraagt over het feit dat je (met een metafoor)
"nieuwe schoenen" moet aanschaffen, een kaart moet aanschaffen en je moet trainen voor een ophhandde zijnde
bergwandeling !
Het Scala College :
Nu : Het Scala College heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkelt tot een opleidingsschool in hart en nieren. (1) Studen-
ten, maken als junior docenten deel uit van de basisorganisatie. Bij vrijwel iedereen is dat een geaccepteerd gegeven. Sterker
nog : men zou niet meer zonder kunnen en willen. Studenten passen binnen het IPB. (2) Daaruit voortkomend is ook onderwijskundig de inzet van studenten van groot belang gebleken voor de school. Het past binnen de ontwikkelings gedachte van het onderwijsmodel om een pluriform team in leeftijd en competenties tot je beschikking te hebben. Studen
ten brengen ideeen in die leiden (o.a. in leerteams) tot andere vormen van lesgeven.(3) Om aan de ontwikkeling te werken zijn "laboratoria" situaties opgezet waarbinnen aan de ontwikkeling/professinalisering van de nieuwe en de bestaande groep docenten wordt gewerkt. Dit wordt opgezet door een groep docentenh/stafmedewerkers met ondersteuning van Caroline van Lereuwen die werkt met een zeer bruikbaar "reflectie-model". Net als op Via Nuova blijkt steeds weer reflectie (en daarmee analyse) de basis voor nieuwe vormen van design.
Toekomst : Het is nu interessant te gaan onderzoeken hoe het Scala de onderzoekende/experimenterende grondhouding verder kan gaan uitwerken en daarin een regionale positie bij in kan gaan nemen. Om de mogelijkheden te onderzoeken wordt een gesprek belegd met Ton van Gils. Daarin staat centraal : wat is er nu en wat willen we als Scala in de toekomst ? Willen we ons doorontwikkelen naar een Academische School volgend het eerder genoemmde model ? In ieder geval lijken
de voorwaarden gunstig te zijn, aangezien er al actief gewerkt wordt in laboratoria settings en een onderzoekende, en daarmee academische cultuur, aan het ontstaan is binnen de school.
Stappen : Hoe te komen "Van opleidingsschool naar Academische School" wordt de volgende stap. We kunnen daarbij gaan kijken of een routeplanner kan worden gemaakt, die mogelijk ook als inspiratiebron kan gaan dienen voor de "routeplanner"
die we aan het einde van het project willen presenteren. In die routeplanner kunnen ook de valkuilen worden opgenomen. Bijvoorbeeld de noodzaak van het duidelijk verankeren van het proces op het niveau van de lijn, op het niveau van de vestiging. Vestigingsdirecteuren moeten een model Academische School in hun hart dragen wil het werken naar de leerlingen, de studenten en de docenten. Steeds meer wordt duidelijk dat het model "Academische School" zoals dat
zoetjes aan zichtbaar wordt grenst aan een model " Excellente School". Kwaliteitsbeleid en Onderzoeksbeleid vallen daarmee samen.
Heerenlanden:
Projectniveau : Het bewustzijn te wekken voor het projectniveau bleek ook goed te zijn op Heerenlanden. Het gesprek
met Anton van de Velde, was een onderzoekend gesprek en daarmee een voorbeeld van de "Academische School in Werking".
Dit was een dialoog die zich kenmerkte door het analyseren van de werkelijkheid, en het nadenken over mogelijke scenario's op een abstractieniveau dat de dagelijkse werkelijkheid recht doet, maar die ook niet leidde tot gevangenschap in korte termijnsconclusies. Echt onderzoeken blijkt ook nu weer "niet leren weten" maar vooral ook "leren denken". Door het steeds weer bevrijdende denken ontstaat uiteindelijk handelingsvrijheid (keuzevrijheid). Dit heet ook wel "tripple loop
learning".
Productniveau : Heerenlanden is bezig met het ontwikkelen van een ELO in het kader van het onderzoekslaboratorium.
Dit product blijkt van grote waarde te zijn voor de school. Een ELO vergemakkelijkt het onderwijs. Sterker nog het is een onmisbaar instrument voor de Academische School. Om dit te accentueren wordt gevraagd aan Jan van de Berg, de projectleider, om hierover meer te komen vertellen binnen het kennisatelier. Daarmee wordt het deelonderzoek ook
naar het projectniveau getrokken, hetgeen ook de bedoeling is. Duidelijk zal immers moeten worden wat digitalisering binnen het model Academische School betekent. Hierover zullen ook nog gesprekken worden gevoerd met andere deskundigen (met name vanuit het paradigma web 2.0) zoals Paul Scheulderman.
Procesniveau : Op procesniveau wil Heerenlanden meer aandacht gaan besteden aan het ontwikkelen van een Academische Cultuur die past binnen de eigen schoolidentiteit. Dat betekent niet dat de allernieuwste uitvindingen op het gebied van onderwijs worden neergezet. Het kan bijvoorbeeld ook betekening dat met nasme wordt ingegaan op een werkzame samenhang tussen onderwijs en levensbeschouwing en dat daar ook meer systematisch dan nu het geval is onderzoek
naar wordt gedaan.In dat verband is het belangrijk te beseffen dat Heerenlasnden een "ontmoetingsschool" wil zijn. Communicatieve vaardigheden, de dialoog, staat daarmee centraal in de totale organisatie. Op dit gebied zou een specialisme kunnen groeien, net zoals bij het Minkema visie, bij het Scala professionalisering en bij Veenendaal de beroepsgerichtheid.
Overall was het een week waarin steeds duidelijker is geworden hoe verhelderend het is om duidelijk te maken dat "De Academische School" iets anders is als de "Opleidingsschool". De Opleidingsschool is een eerste stap waarbij de student
functie centraal staat als tweede kernproces.De Academische School gaat een stap verder. Daarbinnen staat het onderzoeken
/experimenteren centraal. Studenten, maar ook docenten nemen daaraan deel. In het kader daarvan is ook passend dat
langzamerhand ook docenten uit het veld Educatief Design als minor gaan volgen(zoals weer duidelijk werd op het kennisatelier over Educatief Design op 31 oktober) omdat ze willen deelnemen in een Academische School. Overigens lijkt het gezien de ontwikkelingen interessant eens te kijken naar een samenwerkingsvorm in het kader van de "Academische School" met de "Utrechtse Academie". Van school, naar opleidingsschool, naar academische school : daarbij komt de utrechtse academie meer en meer in beeld.
de stelling " Van Opleidingsschool naar Academische School". Hieronder zal ik daar uitgebreider op ingaan. Voor wie
verder geinteresseerd is in dit thema verwijs ik naar mijn lezing op 7 november in de Eenhoorn in Amersfoort: " De academische school een academische ziekenhuis ?" Daarbij zal ik dieper ingaan op de metafoor van het Academisch Ziekenhuis en met name ook op de cultuur van een Academisch Ziekenhuis (cq.school) waar een permanente onderzoeken
de en experimenterende dialoog (onderzoek je eigen werk !) gaande is. De geintervieuwde scholen waren allemaal onderwijslaboratoria in oprichting t.w. ::
I Het Minkema College in Woerden
II Het CSV in Veenendaal
III Het Scala College in Alphen aan de Rijn
IV Heerenlanden in Leerdam
Minkema :
Het eerste gesprek heeft plaatsgevonden met Harry Frantzen, naast algemeen directeur ook de penvoerder van het project.
In dit gesprek is vooral gekeken naar de uitgangspunten van het project Academische Scholen. Aan de orde kwamen :
1. Status : aan de orde is gekomen hoe de Academiische School zich onderscheid van een gewone Opleidingsschool door
dat hier meer accent ligt op Onderzoek & Experiment. Daarmee worden de voorwaarden vervult voor een interessant en aantrekkelijk soort werkplaats waar mensen niet alleen uitvoerders, maar ook ontwerpers zijn. Op deze plekken neemt onderzoek & ontwerp een belangrijke plaats in.
2. Regionaal : net als Academische Ziekenhuizen heeft de Academische School een regionale voorbeeldfunctie.Dat
betekent dat ze een uitstraling heeft naar de andere (opleidings)scholen. Niet iedere opleidingsschool kan overigens een Academische School worden. Dit sluit aan bij de visie van Jan Nijboer (directeur van het Meerstroom) om deze functie meer
te centraliseren (voor hem meer als bestuurlijke unit).
3. Hogeschool : de Hogeschool is het expertisecentrum op basis waarvan scholen het tweede kernproces kunnen vormgeven. Belangrijk is dat op beide plaatsen het "zelfstandig leren leren" centraal staat. Daartoe moeten ook condities- een begelei-dingsstructuur, curriculum, organisatie en maatschappelijke uitstroom mogelijkheid worden gecreerd.De samenwerking tussen Hogeschool en Academische School is vergelijkbaar met die tussen Academisch Ziekenhuis en Universiteit.Ook qua bekostiging zou het interessant zijn te kijken naar twee stromen die te vergelijken zijn met gezondheidszorg en onderzoek. Hierbij zou je kunnen denken aan een verband tussen de sociale zorg en onderwijs (bundeling van de FE en de FMR in de Utrechtse Academie is een goed voorbeeld).
4. Experts : het niveau van personeel van de Academische School is doorgaans hoger dan dat van de gemiddelde opleidings
school. Het is ook goed denkbaar dat medewerkers van de Academische School ook (free-lance) lesgeven op een Hogeschool. Dit creert een win-win situatie. De experts zijn specialisten op een bepaald gebied dat ze ontwikkelen binnen
de eigen praktijk, maar dat zich verder uitontwikkelt op bovenschools niveau.
5. Onderzoek & experiment : in de Academische School is ruimte/facilitering voor onderzoek & experiment. Dit is voornamelijk "practice based" onderzoek. De Hogeschool-functie voegt hier literatuur studie aan toe, en maakt het zo "evidence based" onderzoek. Deze structuur/cultuur kost geld. Het "model Academische School" moet daartoe de aanzet geven bij de overheid. Centrale inhoudelijke "topics" zijn daarbij van belang. Net zo goed als sommige Academische Ziekenhuizen een specialisme hebben op het gebied van kankeronderzoek en weer andere excelleren op het gebied van gezondheid & sport.
6. Internationale omgeving : Academische scholen werken natuurlijk ook internationaal. Ze zoeken naar voorbeelden, bij voorbeeld in de VS, Engeland, Duitsland en Scandinavie waar reeds interessante vormen bestaan van "teacher training". In de VS bijvoorbeeld werken docenten soms graag in de 'slums' omdat ze met een team aan het werk zijn en zelf een eigen vorm van onderwijs kunnen ontwikkelen die doeltreffend werkt. Dit sluit aan bij de minor Educatief Design die is ontwikkelt door Jeroen Lutters, Nies van Lindenberg en Femke Boesenkool.
7. Menswetenschap : telkens blijkt een interdisciplinaire menswetenschappelijke benadering van groot belang is. Veel te veel wordt het onderwijs benaderd vanuit de management gedachte/ economische paradigma's. Deze moeten dienstbaar zijn aan de menswetenschappelijke benadering en niet andersom. Ook institutionele belangen komen vaak veel teveel op de voorgrond. Waar het om gaat is een bouwwerk op te trekken van Hogescholen-Academische Scholen en Opleidingsscholen
die samen een geheel vormen.
8. Promotiebeleid : bij de Academische School past meer aandacht voor promotiebeleid op en vanuit de Hogeschool. In het kader daarvan is het belangrijk dat het "scholarship" programma van de HU wordt gekoppeld aan dat van de scholen. Het
"upgraden" van het personeel in de Academische Scholen, vraagt verder ook dat het personeel binnen de Hogescholen ook een slag maakt. Specialismes dienen te worden ontwikkeld. Dat van mij is het ontwikkelen van een nieuwe Academische Cultuur.
9. Leerteams : de Academische School positioneert zich tussen Hogeschool en Opleidingsschool. Om dit goed te laten lopen is het belangrijk leerteams vorm te geven. Het kennisatelier is daarvan al een voorzichtig voorbeeld. Middelen worden gezocht binnen de project begroting om meer inzet vanuit de lerarenopleiding mogelijk te maken. Leerteams worden overigens al in een grote mate van diversiteit ingezet. Vanuit het lectoraat VOMD is dit model verder onbtwikkelt. Bruikbare publicaties zijn verder bekend van Hannah Wielinga.
10. Inspiratiebronnen : er zijn verschillende auteurs, maar ook scholen, zoals Parker High in Boston, die voorbeeldmatig werken. Uitwisseling kan meer gestimuleerd worden. Wellicht is het goed dat ik voorafgaand aan het schrijfproces een buitenlandse school bezoek. Dat kan veel werk bespraen en een legitimatie geven aan de opzet.
11. Lectoraat VOMD: het lectoraat zal zich in de komende tijd nog meer richtten op het onderwijskundig ondersteuning van dir project. De deelprojectleiders/projectleider zullen sturen op de organisatie. van belang is te beseffen dat in het verleden
veel vernieuwingstrajecten mislukt zijn omdat teveel werd gestuurd op de innovatie organisatie en het curriculum en te weinig op de professionalisering van de docent en de ontwikkeling van een geschikte leeromgeving voor de docent. Dit project wil daar verandering in brengen. "Innoveren begint als docent bij jezelf". Om dit te realiseren is de deialoog en daarmee het leerteam (onderzoeksteam) van groot belang.
CSV Veenendaal:
Het gesprek vond plaats met de directeur hans Wielink en de projectleider Ulke de Waal . Daarbij is duidelijk geworden
dat:
1. Projectniveau : er nog onduidelijkheid bestond over het verschil tussen Academische School en Opleidingsschool en dat het benoemen daarvan als verhelderend werd gezien. Tevens werd duidelijk dat de bijdrage tot nu toe teveel op schoolniveau was gericht, maar dat de gedachte van een Academische School, als Academisch Ziekenhuis vormgegeven, inspirerend was.
Met name met het oog op het ontwikkelen van een eigen specialisme : het richtten op de beroepsgerichte poot in het onderwijs. Competentieontwikkeling van de docenten, als onderzoekende docenten, kwam meer op de voorgrond.
2. Schoolniveau : het project bij voertuigen zal meer worden gericht op het projectniveau, zodat de ontwikkeling niet alleen voor de school, maar ook voor het gehele project goed is. Daarbij richtten ze zich vermoedelijk meer dan nu het geval is op het ontwikkelen van analytische/onderzoekende competenties bij docenten. Praktisch : door het onderzoeken van de inno-vatie bij voertuigen ook te zien in termen van duurzame competentieontwikkeling en in het kader daarvan de docenten ook op hun onderzoekende vaardigheden te trainen/evalueren.
3. Onderzoeksniveau : binnen twee weken laat de school horen of ze in de toekomst behalve opleidingsschool ook aca
demische school beoogd te worden en hoe ze het onderzoek bij voertuigen net een slag verder willen brengen zodat het
op projectniveau ook een belangrijke inbreng heeft. Daarbij gaat het vooral over afspraken m.b.t. produkten voor januari
2008. Natuurlijk stopt de ontwikkeling niet in 2008. Het is slechts de aftrap. Overigens zal CSV er voor zorgen dat alle info (ook flankerend zoals het keurmerk) terecht komt bij Eva. Zij is het centrale meldpunt.
Het gesprek was openhartig en prettig. Duidelijk werd dat nog niet duidelijk was dat het project Academische
Scholeneen fundamentele verschuiving inhoud die een bewustzijn vraagt over het feit dat je (met een metafoor)
"nieuwe schoenen" moet aanschaffen, een kaart moet aanschaffen en je moet trainen voor een ophhandde zijnde
bergwandeling !
Het Scala College :
Nu : Het Scala College heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkelt tot een opleidingsschool in hart en nieren. (1) Studen-
ten, maken als junior docenten deel uit van de basisorganisatie. Bij vrijwel iedereen is dat een geaccepteerd gegeven. Sterker
nog : men zou niet meer zonder kunnen en willen. Studenten passen binnen het IPB. (2) Daaruit voortkomend is ook onderwijskundig de inzet van studenten van groot belang gebleken voor de school. Het past binnen de ontwikkelings gedachte van het onderwijsmodel om een pluriform team in leeftijd en competenties tot je beschikking te hebben. Studen
ten brengen ideeen in die leiden (o.a. in leerteams) tot andere vormen van lesgeven.(3) Om aan de ontwikkeling te werken zijn "laboratoria" situaties opgezet waarbinnen aan de ontwikkeling/professinalisering van de nieuwe en de bestaande groep docenten wordt gewerkt. Dit wordt opgezet door een groep docentenh/stafmedewerkers met ondersteuning van Caroline van Lereuwen die werkt met een zeer bruikbaar "reflectie-model". Net als op Via Nuova blijkt steeds weer reflectie (en daarmee analyse) de basis voor nieuwe vormen van design.
Toekomst : Het is nu interessant te gaan onderzoeken hoe het Scala de onderzoekende/experimenterende grondhouding verder kan gaan uitwerken en daarin een regionale positie bij in kan gaan nemen. Om de mogelijkheden te onderzoeken wordt een gesprek belegd met Ton van Gils. Daarin staat centraal : wat is er nu en wat willen we als Scala in de toekomst ? Willen we ons doorontwikkelen naar een Academische School volgend het eerder genoemmde model ? In ieder geval lijken
de voorwaarden gunstig te zijn, aangezien er al actief gewerkt wordt in laboratoria settings en een onderzoekende, en daarmee academische cultuur, aan het ontstaan is binnen de school.
Stappen : Hoe te komen "Van opleidingsschool naar Academische School" wordt de volgende stap. We kunnen daarbij gaan kijken of een routeplanner kan worden gemaakt, die mogelijk ook als inspiratiebron kan gaan dienen voor de "routeplanner"
die we aan het einde van het project willen presenteren. In die routeplanner kunnen ook de valkuilen worden opgenomen. Bijvoorbeeld de noodzaak van het duidelijk verankeren van het proces op het niveau van de lijn, op het niveau van de vestiging. Vestigingsdirecteuren moeten een model Academische School in hun hart dragen wil het werken naar de leerlingen, de studenten en de docenten. Steeds meer wordt duidelijk dat het model "Academische School" zoals dat
zoetjes aan zichtbaar wordt grenst aan een model " Excellente School". Kwaliteitsbeleid en Onderzoeksbeleid vallen daarmee samen.
Heerenlanden:
Projectniveau : Het bewustzijn te wekken voor het projectniveau bleek ook goed te zijn op Heerenlanden. Het gesprek
met Anton van de Velde, was een onderzoekend gesprek en daarmee een voorbeeld van de "Academische School in Werking".
Dit was een dialoog die zich kenmerkte door het analyseren van de werkelijkheid, en het nadenken over mogelijke scenario's op een abstractieniveau dat de dagelijkse werkelijkheid recht doet, maar die ook niet leidde tot gevangenschap in korte termijnsconclusies. Echt onderzoeken blijkt ook nu weer "niet leren weten" maar vooral ook "leren denken". Door het steeds weer bevrijdende denken ontstaat uiteindelijk handelingsvrijheid (keuzevrijheid). Dit heet ook wel "tripple loop
learning".
Productniveau : Heerenlanden is bezig met het ontwikkelen van een ELO in het kader van het onderzoekslaboratorium.
Dit product blijkt van grote waarde te zijn voor de school. Een ELO vergemakkelijkt het onderwijs. Sterker nog het is een onmisbaar instrument voor de Academische School. Om dit te accentueren wordt gevraagd aan Jan van de Berg, de projectleider, om hierover meer te komen vertellen binnen het kennisatelier. Daarmee wordt het deelonderzoek ook
naar het projectniveau getrokken, hetgeen ook de bedoeling is. Duidelijk zal immers moeten worden wat digitalisering binnen het model Academische School betekent. Hierover zullen ook nog gesprekken worden gevoerd met andere deskundigen (met name vanuit het paradigma web 2.0) zoals Paul Scheulderman.
Procesniveau : Op procesniveau wil Heerenlanden meer aandacht gaan besteden aan het ontwikkelen van een Academische Cultuur die past binnen de eigen schoolidentiteit. Dat betekent niet dat de allernieuwste uitvindingen op het gebied van onderwijs worden neergezet. Het kan bijvoorbeeld ook betekening dat met nasme wordt ingegaan op een werkzame samenhang tussen onderwijs en levensbeschouwing en dat daar ook meer systematisch dan nu het geval is onderzoek
naar wordt gedaan.In dat verband is het belangrijk te beseffen dat Heerenlasnden een "ontmoetingsschool" wil zijn. Communicatieve vaardigheden, de dialoog, staat daarmee centraal in de totale organisatie. Op dit gebied zou een specialisme kunnen groeien, net zoals bij het Minkema visie, bij het Scala professionalisering en bij Veenendaal de beroepsgerichtheid.
Overall was het een week waarin steeds duidelijker is geworden hoe verhelderend het is om duidelijk te maken dat "De Academische School" iets anders is als de "Opleidingsschool". De Opleidingsschool is een eerste stap waarbij de student
functie centraal staat als tweede kernproces.De Academische School gaat een stap verder. Daarbinnen staat het onderzoeken
/experimenteren centraal. Studenten, maar ook docenten nemen daaraan deel. In het kader daarvan is ook passend dat
langzamerhand ook docenten uit het veld Educatief Design als minor gaan volgen(zoals weer duidelijk werd op het kennisatelier over Educatief Design op 31 oktober) omdat ze willen deelnemen in een Academische School. Overigens lijkt het gezien de ontwikkelingen interessant eens te kijken naar een samenwerkingsvorm in het kader van de "Academische School" met de "Utrechtse Academie". Van school, naar opleidingsschool, naar academische school : daarbij komt de utrechtse academie meer en meer in beeld.
donderdag 18 oktober 2007
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
18 november zijn Wim Ruitenbeek en ik in het kader van ons bezoek aan de Academische Scholen i.o. langs geweest op:
I Het Meerstroom College (Utrecht)
II Kandisnky (Nijmegen)
Net als in de voorgaande dagen blijkt het van groot belang te zijn regelmatig de scholen te bezoeken. Systematisch onder
zoek is geen eenvoudige zaak in de drukte van alledag. Samenwerking tussen school, projectleiding, & lectoraat heeft een duidelijke meerwaarde om een "Academische School in Werking" te realiseren.
ad I Meerstroom : De Academische School als gelaagd gebouw
Het gesprek op Het Meerstroom gaat aanvankelijk over de moeilijke situatie waarin de school verkeerd. De vraag is voor
directeur Jan Nijboer of hij binnen het vereiste tijdsbestek wel met een relevante bijdrage kan komen in het kader van het project "Academische Scholen". Na wat doorvragen blijkt hij al met een onderzoek bezig te zijn dat heel goed bruikbaar is in het kader van de Dieptepilot. De werktitel van het onderzoek zal gaan luiden : "Op weg naar een Nuovo Academie". De Nuovo Academie is een idee van Wim Ruitenbeek. Het draait om intensivering van de samenwerking op het gebied van de Opleidings scholen/Academische Scholen (onder een bestuur). Daardoor kan de effcientie en de kwaliteit van de opleiding worden verhoogd. Dit sluit aan bij de wens van Jan Nijboer om zich op lokateieniveau meer te richten op het primair proces en met betrekking tot het opleiden in de school meer samen te werken met het Vader Rijn College. Inmiddels is de samenwerking een feit en kunnen de studenten van het Meerstroom College deelnemen aan leergroepen op het Vader Rijn College. Daarmee is een "try out" van een "NUOVO academie in werking" gegaan die in het kader van het onderzoek zal worden gemonitord.
Dit zal gebeuren op 3 bijeenkomsten:
15/11 een start-bijeenkomst. Daarbij zullen de studenten van de Meerstroom, de directeur, de deelprojectleider, een vertegenwoordiger van het lectoraat VOMD, aanwezig zijn.
10/11 een monitor-bijeenkomst. Daarbij zullen de studenten worden geintervieuwd.
24/1 een slot-bijeenkomst. Daarbij zullen ook aanbevelingen worden geformuleerd.
Gekoppeld aan de slotbijeenkomst zulllen Jeroen Lutters & Jan Nijboer een dag lang samen aan de slag gaan om de resultaten te interpreteren en te plaatsen in de totale context . Daarvoor moet nog een datum worden geprikt. Het Meerstroom College wil met dit onderzoek aannemelijk maken dat "De Academische School" beter werkt in een gelaag
de structuur/cultuur waarbij : (1) de schoollokatie (2) een bovenschools opleidingscentrum (3) het hogeschool expertise centrum worden ingezet. Tot nu toe wordt nog te weinig aandacht besteed aan het tweede gebied. Daardoor vind er een onnodige fragmentering plaats en wordt het opleiden in de school te gecompliceerd. Op projectniveau kan dit deelproject een belangrijke bijdrage leveren op deelgebied 5 van het prototype : de benodigde leeromgeving.
ad II Kandinsky : De Lerende Docent
Het gesprek op het Kandinsky contreert zich vooral op de student/docent. Het Kandinsky is bezig met een onderzoek naar de mate waarin de doelstellingen van de school ook daadwerkelijk worden gehaald als het gaat om "Opleiden in de School" . Daartoe worden studenten ingezet die in een tweetal student-docent koppels, middels interviews,de uitgangspunten zullen toetsen. Op basis van kwaliteitsonderzoek (verhalen) zullen eerste conclusies worden getrokken op schoolniveau die dan kunnen leiden tot een vervolgonderzoek (leerlingniveau). Daarnaast zal een doorvertaling plaatsvinden op projectniveau. Verwacht word dat het onderzoek nieuwe inzichten oplevert aangaande de rol en de positie van de student op een Academische School. In dit verband is het onderzoeksproces van de studenten, op projectniveau, van groot belang. Uit hun (zelf)reflectie zal immers naar voren moeten komen hoe je komt tot een succesvol onderzoek m.n. welke tegenvallers je moet leren overwinnen om te komen tot een adequaat produkt. Aan de orde zijn gekomen : omvang, tijd, continuiteit,
eigenaarschap, kwaliteitsnorm, en pragmatisme versus idealisme.
Concreet worden in de komende 2 maanden ongeveer 6 interviews gerealiseerd. De 2 koppels zullen daarvoor eerst worden geprofessionaliseerd. De verslaglegging van de intervieuws zal mogelijk met beelden (audio-visueel) worden ondersteund.
Vervolgens zal eind december/begin januari het materiaal overhandigd worden aan Jeroen lutters die het verder kan polijs-
ten. Uiteindelijk zal hieruit een : (1) schoolverslag (2) inbreng voor het prototype (3) materiaal voor de routeplanner met zijn kansen en valkuilen en (4) audio-visueel materiaal voortkomen. Jeroen en Inge hebben afgesproken contact te onderhouden.
Wim en ik waren erg blij met de 2 gesprekken. Ons viel daarbij op dat :
1. Scholen vaak veel meer doen aan professionalisering dan ze zelf erkennen en herkennen
2. Scholen vaak op zoek zijn naar nieuwe vormen terwijl ze 'halfproducten' op het schap hebben/laten liggen
3. Scholen hun bestaand onderzoek door creatief-pragmatisme moeten koppelen aan een nieuwe geldstromen
Samen met de scholen kwamen we veelal tot de conclusie te kiezen voor een "pressure cooker" model. Het geheim daarbij licht in :
1. Het aanpakken van een klein thema dat als hefboom dienst kan doen
2. Het doen van het onderzoek in een afgemeten korte periode van hooguit een maand
3. Het produktgericht werken
4. Het mobiliseren van professionele hulp
5. Het integreren van de bestaande agenda
I Het Meerstroom College (Utrecht)
II Kandisnky (Nijmegen)
Net als in de voorgaande dagen blijkt het van groot belang te zijn regelmatig de scholen te bezoeken. Systematisch onder
zoek is geen eenvoudige zaak in de drukte van alledag. Samenwerking tussen school, projectleiding, & lectoraat heeft een duidelijke meerwaarde om een "Academische School in Werking" te realiseren.
ad I Meerstroom : De Academische School als gelaagd gebouw
Het gesprek op Het Meerstroom gaat aanvankelijk over de moeilijke situatie waarin de school verkeerd. De vraag is voor
directeur Jan Nijboer of hij binnen het vereiste tijdsbestek wel met een relevante bijdrage kan komen in het kader van het project "Academische Scholen". Na wat doorvragen blijkt hij al met een onderzoek bezig te zijn dat heel goed bruikbaar is in het kader van de Dieptepilot. De werktitel van het onderzoek zal gaan luiden : "Op weg naar een Nuovo Academie". De Nuovo Academie is een idee van Wim Ruitenbeek. Het draait om intensivering van de samenwerking op het gebied van de Opleidings scholen/Academische Scholen (onder een bestuur). Daardoor kan de effcientie en de kwaliteit van de opleiding worden verhoogd. Dit sluit aan bij de wens van Jan Nijboer om zich op lokateieniveau meer te richten op het primair proces en met betrekking tot het opleiden in de school meer samen te werken met het Vader Rijn College. Inmiddels is de samenwerking een feit en kunnen de studenten van het Meerstroom College deelnemen aan leergroepen op het Vader Rijn College. Daarmee is een "try out" van een "NUOVO academie in werking" gegaan die in het kader van het onderzoek zal worden gemonitord.
Dit zal gebeuren op 3 bijeenkomsten:
15/11 een start-bijeenkomst. Daarbij zullen de studenten van de Meerstroom, de directeur, de deelprojectleider, een vertegenwoordiger van het lectoraat VOMD, aanwezig zijn.
10/11 een monitor-bijeenkomst. Daarbij zullen de studenten worden geintervieuwd.
24/1 een slot-bijeenkomst. Daarbij zullen ook aanbevelingen worden geformuleerd.
Gekoppeld aan de slotbijeenkomst zulllen Jeroen Lutters & Jan Nijboer een dag lang samen aan de slag gaan om de resultaten te interpreteren en te plaatsen in de totale context . Daarvoor moet nog een datum worden geprikt. Het Meerstroom College wil met dit onderzoek aannemelijk maken dat "De Academische School" beter werkt in een gelaag
de structuur/cultuur waarbij : (1) de schoollokatie (2) een bovenschools opleidingscentrum (3) het hogeschool expertise centrum worden ingezet. Tot nu toe wordt nog te weinig aandacht besteed aan het tweede gebied. Daardoor vind er een onnodige fragmentering plaats en wordt het opleiden in de school te gecompliceerd. Op projectniveau kan dit deelproject een belangrijke bijdrage leveren op deelgebied 5 van het prototype : de benodigde leeromgeving.
ad II Kandinsky : De Lerende Docent
Het gesprek op het Kandinsky contreert zich vooral op de student/docent. Het Kandinsky is bezig met een onderzoek naar de mate waarin de doelstellingen van de school ook daadwerkelijk worden gehaald als het gaat om "Opleiden in de School" . Daartoe worden studenten ingezet die in een tweetal student-docent koppels, middels interviews,de uitgangspunten zullen toetsen. Op basis van kwaliteitsonderzoek (verhalen) zullen eerste conclusies worden getrokken op schoolniveau die dan kunnen leiden tot een vervolgonderzoek (leerlingniveau). Daarnaast zal een doorvertaling plaatsvinden op projectniveau. Verwacht word dat het onderzoek nieuwe inzichten oplevert aangaande de rol en de positie van de student op een Academische School. In dit verband is het onderzoeksproces van de studenten, op projectniveau, van groot belang. Uit hun (zelf)reflectie zal immers naar voren moeten komen hoe je komt tot een succesvol onderzoek m.n. welke tegenvallers je moet leren overwinnen om te komen tot een adequaat produkt. Aan de orde zijn gekomen : omvang, tijd, continuiteit,
eigenaarschap, kwaliteitsnorm, en pragmatisme versus idealisme.
Concreet worden in de komende 2 maanden ongeveer 6 interviews gerealiseerd. De 2 koppels zullen daarvoor eerst worden geprofessionaliseerd. De verslaglegging van de intervieuws zal mogelijk met beelden (audio-visueel) worden ondersteund.
Vervolgens zal eind december/begin januari het materiaal overhandigd worden aan Jeroen lutters die het verder kan polijs-
ten. Uiteindelijk zal hieruit een : (1) schoolverslag (2) inbreng voor het prototype (3) materiaal voor de routeplanner met zijn kansen en valkuilen en (4) audio-visueel materiaal voortkomen. Jeroen en Inge hebben afgesproken contact te onderhouden.
Wim en ik waren erg blij met de 2 gesprekken. Ons viel daarbij op dat :
1. Scholen vaak veel meer doen aan professionalisering dan ze zelf erkennen en herkennen
2. Scholen vaak op zoek zijn naar nieuwe vormen terwijl ze 'halfproducten' op het schap hebben/laten liggen
3. Scholen hun bestaand onderzoek door creatief-pragmatisme moeten koppelen aan een nieuwe geldstromen
Samen met de scholen kwamen we veelal tot de conclusie te kiezen voor een "pressure cooker" model. Het geheim daarbij licht in :
1. Het aanpakken van een klein thema dat als hefboom dienst kan doen
2. Het doen van het onderzoek in een afgemeten korte periode van hooguit een maand
3. Het produktgericht werken
4. Het mobiliseren van professionele hulp
5. Het integreren van de bestaande agenda
dinsdag 16 oktober 2007
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
Vandaag, 16 oktober, hebben Wim Ruitenbeek en ik de stand van zaken opgenomen bij een aantal Academische Scholen i.o.
en hun voor zover mogelijk geadviseerd bij het realiseren van hun onderzoek. Aanbod kwamen vandaag :
- Het Vader Rijn College (Utrecht)
- Via Nuovo (Utrecht)
Vader Rijn College : de dragers van de academische school
Vraagstelling : Centraal in het onderzoek van het Vader Rijn College staat de vraag hoe je de dragers van een Academische School in werking kan: (1) identificeren (2) in ontwikkeling brengen (3) hun kennis/kunde kan laten overdragen aan collega's. Het Vader Rijn is, bij monde van de directeur, daarbij de mening toegedaan dat de dragers van de Academische School zich in alle geledingen van de organisatie bevinden. Voor zover het de docenten betreft is een onderscheid gemaakt tusse CIO's/LIDO's (Bachelorstudenten) en Ecologische Pedagogiek studenten (Mastersstudenten).
Experiment : Om in beeld te brengen hoe je de dragers kan identificeren en ontwikkelen wordt voor januari een periode
van ongeveer twee weken vastgesteld die zal gelden als " De Academische School in werking". De bedoeling is dat in deze periode aan alle medewerkers gevraagd zal worden een aantoonbare/actieve bijdrage te leveren aan de Academische School, om het zo van een "papieren" een "levende" werkelijkheid te maken. Om dit te realiseren zal in deze weken op actieve wijze de dialoog worden bevorderd tussen : (1) de leiding (2) de spelers die al bezig zijn met de Academische School (3) de spelers die nog in beeld moeten komen. Dostojevski signaleerde al dat voor een dialoog het "gesprek aangaan" met mensen van groot belang is . Anders vallen ze "stil" en worden ze tot "ongemotiveerde instrumenten". De organisatie zal worden opgetrokken in samenwerking met de masterstudenten die zich in het hart van de academische school bevinden. De bedoeling is dat tijdens deze weken gedacht-es worden uitgewisseld die aan het einde van de periode door de directeur worden geintegreerd en in een samenhangende beleidsvisie voor het komend jaar worden teruggegeven aan het personeel. Projectleider van het geheel is Wim Ruitenbeek. Indien nodig is hulp toegezegd door Jeroen Lutters.
Verslaglegging : In het VRC staat het "natuurlijk leren" centraal. In samenhang daarmee lijkt het vanzelfsprekend dat het VRC ook komt met een vorm van "natuurlijk opleiden". Omdat natuurlijke vormen van leren en opleiden vooral door kwalitatief onderzoek zijn te traceren is het van belang dat de opbrengst van de "laboratorium weken " van de Academische School in werking niet worden gekwantificeerd, maar vooral goed worden beschreven (narratieve insteek). Het gaat erom dat het verhaal van een school als het Vader Rijn College in beeld wordt gebracht door beschrijving en analyse van wat er (al) gebeurd. Het is vooral van belang vertrouwen te hebben en aandacht te besteden in wat er al is. Het is veel minder aan de orde (ten onrechte vaak gedacht) weer iets nieuws te verzinnen. Het verslag van het experiment zal half januari beschikbaar zijn voor verdere uitwerking. Gezien het onderwerp zal het op projectniveau vooral een bijdrage leveren aan het 2e onderwerp: de rol van docent/expert in de Academische School.
Via Nuovo : kernreflectie als verbindend hart van de communicatie
Vraagstelling : Het onderzoek binnen Via Nuovo in het kader van de Academische School betreft het ontwikkelen van een kwaliteitszorg instrumentarium. Dit kwaliteitszorg instrumentarium draait vooral om het verbeteren van de communicatie door middel van het werken met kernreflecties.Communicatie is vervolgens de basis voor een verbinding tussen de verschil-lende partijen in de Academische School.
Experiment : Inmiddels is het onderzoek gestart olv. Mark Dees en onder verantwoordelijkheid van de directeur, Ron Dorreboom. In het onderzoek wordt gewekt op basis van een parallelle methode. Dat wil zeggen er wordt zowel onderzoek gedaan wordt naar de leerlingen, de studenten, de docenten, als de leiding. In het onderzoek wordt ook de etnografische context betrokken. Verder staat in het model het belang van de ritmische handeling (afwisseling tussen activiteit en rust) centraal.Van belang in het onderzoek is nu vooral alle reeds opgedane kennis te integreren onder de kop "Kernreflectie als hart van de academische school". Dat vraagt van de ene kant het afwerken van het bestaand onderzoek, maar vooral ook het in verband met elkaar brengen van reeds aanwezig materiaal.
Verslaglegging : De verslaglegging kan rond januari een feit zijn. In het verslag verwerkt worden de "Via Nuovo Academie" en de "Docenten Competenties Monitoring". Dit alles zal resulteren onder het eerder genoemde samenhangende thema: "Kern reflectie als hart van de Academische School". Op projectniveau zal het deelproject van Via Nuovo waarschijnlijk een bijdrage kunnen leveren aan het 4e onderwerp in de gemeenschappelijke publicatie : de rol van de communicatie in de Academische School.
Schoolbezoeken: De Academische School in werking
De begeleidingsgesprekken van Wim/Jeroen met de betrokken scholen waren staaltjes van de " Academische School in Werking". De oorzaak daarvan lag in het feit dat ieder van de betrokkenen duidelijk gecommiteerd was aan het thema opleiden in de school. Daarbij durfde ook ieder van de deelnemers op basis van ervaringen, analyses, experimenten en praktijk in het onderzoek te stappen. De Academische School is een " onderzoekende dialoog" gebasseerd op het thema "Onderzoek je eigen Werk". Op het moment dat de verschillende deelnemers als actoren in een "gesprek" durven/willen stappen is de Academische School al een feit.Keer op keer blijkt in dit type gesprekken dat veel van het benodigde materiaal (onbewust) al voor handen is en reeds doorwerkt in de organisatie. De bijdrage van het onderzoek is vooral de verschillende "fragmenten" in een samenhangend "verhaal" onder te brengen. Dit geintegreerd "verhaal" kan vervolgens dienst doen als basis voor een haalbaar en herkenbaar beleid.
en hun voor zover mogelijk geadviseerd bij het realiseren van hun onderzoek. Aanbod kwamen vandaag :
- Het Vader Rijn College (Utrecht)
- Via Nuovo (Utrecht)
Vader Rijn College : de dragers van de academische school
Vraagstelling : Centraal in het onderzoek van het Vader Rijn College staat de vraag hoe je de dragers van een Academische School in werking kan: (1) identificeren (2) in ontwikkeling brengen (3) hun kennis/kunde kan laten overdragen aan collega's. Het Vader Rijn is, bij monde van de directeur, daarbij de mening toegedaan dat de dragers van de Academische School zich in alle geledingen van de organisatie bevinden. Voor zover het de docenten betreft is een onderscheid gemaakt tusse CIO's/LIDO's (Bachelorstudenten) en Ecologische Pedagogiek studenten (Mastersstudenten).
Experiment : Om in beeld te brengen hoe je de dragers kan identificeren en ontwikkelen wordt voor januari een periode
van ongeveer twee weken vastgesteld die zal gelden als " De Academische School in werking". De bedoeling is dat in deze periode aan alle medewerkers gevraagd zal worden een aantoonbare/actieve bijdrage te leveren aan de Academische School, om het zo van een "papieren" een "levende" werkelijkheid te maken. Om dit te realiseren zal in deze weken op actieve wijze de dialoog worden bevorderd tussen : (1) de leiding (2) de spelers die al bezig zijn met de Academische School (3) de spelers die nog in beeld moeten komen. Dostojevski signaleerde al dat voor een dialoog het "gesprek aangaan" met mensen van groot belang is . Anders vallen ze "stil" en worden ze tot "ongemotiveerde instrumenten". De organisatie zal worden opgetrokken in samenwerking met de masterstudenten die zich in het hart van de academische school bevinden. De bedoeling is dat tijdens deze weken gedacht-es worden uitgewisseld die aan het einde van de periode door de directeur worden geintegreerd en in een samenhangende beleidsvisie voor het komend jaar worden teruggegeven aan het personeel. Projectleider van het geheel is Wim Ruitenbeek. Indien nodig is hulp toegezegd door Jeroen Lutters.
Verslaglegging : In het VRC staat het "natuurlijk leren" centraal. In samenhang daarmee lijkt het vanzelfsprekend dat het VRC ook komt met een vorm van "natuurlijk opleiden". Omdat natuurlijke vormen van leren en opleiden vooral door kwalitatief onderzoek zijn te traceren is het van belang dat de opbrengst van de "laboratorium weken " van de Academische School in werking niet worden gekwantificeerd, maar vooral goed worden beschreven (narratieve insteek). Het gaat erom dat het verhaal van een school als het Vader Rijn College in beeld wordt gebracht door beschrijving en analyse van wat er (al) gebeurd. Het is vooral van belang vertrouwen te hebben en aandacht te besteden in wat er al is. Het is veel minder aan de orde (ten onrechte vaak gedacht) weer iets nieuws te verzinnen. Het verslag van het experiment zal half januari beschikbaar zijn voor verdere uitwerking. Gezien het onderwerp zal het op projectniveau vooral een bijdrage leveren aan het 2e onderwerp: de rol van docent/expert in de Academische School.
Via Nuovo : kernreflectie als verbindend hart van de communicatie
Vraagstelling : Het onderzoek binnen Via Nuovo in het kader van de Academische School betreft het ontwikkelen van een kwaliteitszorg instrumentarium. Dit kwaliteitszorg instrumentarium draait vooral om het verbeteren van de communicatie door middel van het werken met kernreflecties.Communicatie is vervolgens de basis voor een verbinding tussen de verschil-lende partijen in de Academische School.
Experiment : Inmiddels is het onderzoek gestart olv. Mark Dees en onder verantwoordelijkheid van de directeur, Ron Dorreboom. In het onderzoek wordt gewekt op basis van een parallelle methode. Dat wil zeggen er wordt zowel onderzoek gedaan wordt naar de leerlingen, de studenten, de docenten, als de leiding. In het onderzoek wordt ook de etnografische context betrokken. Verder staat in het model het belang van de ritmische handeling (afwisseling tussen activiteit en rust) centraal.Van belang in het onderzoek is nu vooral alle reeds opgedane kennis te integreren onder de kop "Kernreflectie als hart van de academische school". Dat vraagt van de ene kant het afwerken van het bestaand onderzoek, maar vooral ook het in verband met elkaar brengen van reeds aanwezig materiaal.
Verslaglegging : De verslaglegging kan rond januari een feit zijn. In het verslag verwerkt worden de "Via Nuovo Academie" en de "Docenten Competenties Monitoring". Dit alles zal resulteren onder het eerder genoemde samenhangende thema: "Kern reflectie als hart van de Academische School". Op projectniveau zal het deelproject van Via Nuovo waarschijnlijk een bijdrage kunnen leveren aan het 4e onderwerp in de gemeenschappelijke publicatie : de rol van de communicatie in de Academische School.
Schoolbezoeken: De Academische School in werking
De begeleidingsgesprekken van Wim/Jeroen met de betrokken scholen waren staaltjes van de " Academische School in Werking". De oorzaak daarvan lag in het feit dat ieder van de betrokkenen duidelijk gecommiteerd was aan het thema opleiden in de school. Daarbij durfde ook ieder van de deelnemers op basis van ervaringen, analyses, experimenten en praktijk in het onderzoek te stappen. De Academische School is een " onderzoekende dialoog" gebasseerd op het thema "Onderzoek je eigen Werk". Op het moment dat de verschillende deelnemers als actoren in een "gesprek" durven/willen stappen is de Academische School al een feit.Keer op keer blijkt in dit type gesprekken dat veel van het benodigde materiaal (onbewust) al voor handen is en reeds doorwerkt in de organisatie. De bijdrage van het onderzoek is vooral de verschillende "fragmenten" in een samenhangend "verhaal" onder te brengen. Dit geintegreerd "verhaal" kan vervolgens dienst doen als basis voor een haalbaar en herkenbaar beleid.
Abonneren op:
Reacties (Atom)