In het onderstaande essay "Opvoeding tot Zelfstandig Denken" (1934) betoogt Alfred Einstein waarom het van belang is
zelfstandig te leren denken en hoe je dat kan proces kan stimuleren. Deze visie sluit perfect aan bij de eerdere beschrijving van "Progressieve Liberal Arts Ideaal" zoals die wordt ontwikkelt door de Vrije Hogeschool/het Lectoraat Vernieuwende Opleidingsmethodiek & Didactiek. Naar verwachting zal in het studiejaar 2008-2009 onder de vleugels van de Faculteit Educatie (Pedagogiek) deze vorm van onderwijs als een "minor" worden aangeboden binnen de Hogeschool Utrecht.
Einstein:
" Het is niet genoeg mensen een vakspecialisme te leren. Daardoor wordt hij weliswaar een te gebruiken machine, maar geen volwaardige persoonlijkheid. Het gaat er om een levend gevoel te ontwikkelen wat nastrevenswaardig is. Mensen dienen een levende sensitiviteit te ontwikkelen wat mooi en wat moreel is. Anders lijkt hij met zijn gespecialiseerde kennis meer op een goedafgerichte hond, dan een harmonieus ontwikkelt schepsel. Hij moet de motieven van andere mensen, hun illusies, hun lijden leren begrijpen, om zo een juiste instelling tegenover individuele mensen en de de gemeenschap te ontwikkelen.Deze waardevolle zaken worden de jongere generatie door persoonlijk contact ,en niet door tekstboeken geleerd. Dit persoonlijk contact is wat cultuur in de eerste plaats kan maken en doen behouden. Dit (niet het droge vakmatige weten op geschied kun dig en filosofisch gebied) heb ik ook op het oog als ik "humanities" als belangrijk aanbeveel.Het teveel benadrukken van het competatieve systeem en het te vroeg specialiseren vanuit het gezichtspunt van een vanzelfsprekende nuttigheid doden uiteindelijk de geest, waarvan het culturele leven en daarmee ook de bloei van de specialismes afhankelijk is.Bij een waarde
volle opvoeding hoort verder dat het zelfstandige kritische denken van de jonge mens ontwikkelt wordt, een ontwikkeling die door een vergaande overbelasting met lesstof in gevaar gebracht wordt (puntensysteem). Overbelasting leidt noodzakelijk tot oppervlakkigheid en cutuurverval. Het leren dient zo ingericht te zijn, dat hetgeen aangeboden wordt als een waardevol geschenk en niet als een zure plicht wordt ervaren."
De Vrije(Hoge) School :
Nadrukkelijk sluit dit "Progressieve Liberal Arts Ideaal" ,deze progressieve vorm van "humanities", aan bij de Vrije (Hoge)school pedagogiek in optima forma. Net als Einstein willen Vrije Scholen kinderen helpen ontwikkelen tot volwaardige persoonlijkheden. Scholen, Hogescholen en Universiteiten moeten plekken zijn voor persoonlijk contact, waardoor werkelijke culturele interesse wordt gewekt. De vrije scholier schuwt daarom niet om hard te werken. Succesvolle scholen letten erop leerlingen niet eenzijdig over te belasten, en altijd weer plaats in te ruimen voor persoonlijke verdieping, praktische interesse en creatieve verwerking. Leren wordt zo een duurzaam "geschenk" inplaats van een "vervelende plicht.
zaterdag 29 september 2007
dinsdag 25 september 2007
Project Overvecht Presents
Voor de vakantie is het project "Overvecht Presents..." afgesloten, met het aanbieden van een slotdocument aan minister
Ellen Voogelaar. Na de vakantie volgt nog de fase van "nazorg" , om zo de opbrengst van het project te "borgen". De acties bestaan uit :
(1) gesprek met docenten VRC oktober/november
(2) gesprek met beleidsvoerders begin november
(3) workshop "Sociale Innovatie" op 8 november
ad 1. Het gesprek met de docenten van het Vader Rijn College (VRC) zal gevoerd worden aan de hand van de analyse door Jeroen Lutters/Friso van Wiersum. Aan de orde komt vooral hoe moeilijk het is jongeren te mobiliseren/motiveren in school & wijk en hoe "commitment", en "continuiteit" in beleid en uitvoering daarbij van belang zijn op de werkvloer.
ad 2. Een slotgesprek wordt gevoerd (te denken valt aan het Polmanshuis) met een kleine groep beleidsvoerders (NUOVO, Gemeente, HU) . Daarbij wordt aandacht besteed aan dezelfde analyse.Met aandacht wodt ook ingegegaan op de aanbeve-lingen en wat dat betekent op strategisch niveau.
ad 3. Op het openingscongres van de FMR, lectoraat Sociale Innovatie (van Hans van Ewijk) zullen wij mogelijk een worksop geven over succes en faalfactoren bij transformatieprocessen. Aandacht zal wordxen besteed aan het feit dat cultuurveran-dering daadwerkelijk "ownership" vraagt.
Net als voor de vakantie zal het geheel aan activiteiten worden gecoordineerd door Friso van Wiersum. Jeroen Lutters en Bart Engberts zijn de deelnemende partijen. Gemikt wordt op een duurzaam resultaat in de zin van kwaliteitsverbetering/profes-sionalisering/ innovatie van Jeugd, Stad en Opleiding. Deze eerste fase van het project zal echter worden afgerond
in 2007.
Ellen Voogelaar. Na de vakantie volgt nog de fase van "nazorg" , om zo de opbrengst van het project te "borgen". De acties bestaan uit :
(1) gesprek met docenten VRC oktober/november
(2) gesprek met beleidsvoerders begin november
(3) workshop "Sociale Innovatie" op 8 november
ad 1. Het gesprek met de docenten van het Vader Rijn College (VRC) zal gevoerd worden aan de hand van de analyse door Jeroen Lutters/Friso van Wiersum. Aan de orde komt vooral hoe moeilijk het is jongeren te mobiliseren/motiveren in school & wijk en hoe "commitment", en "continuiteit" in beleid en uitvoering daarbij van belang zijn op de werkvloer.
ad 2. Een slotgesprek wordt gevoerd (te denken valt aan het Polmanshuis) met een kleine groep beleidsvoerders (NUOVO, Gemeente, HU) . Daarbij wordt aandacht besteed aan dezelfde analyse.Met aandacht wodt ook ingegegaan op de aanbeve-lingen en wat dat betekent op strategisch niveau.
ad 3. Op het openingscongres van de FMR, lectoraat Sociale Innovatie (van Hans van Ewijk) zullen wij mogelijk een worksop geven over succes en faalfactoren bij transformatieprocessen. Aandacht zal wordxen besteed aan het feit dat cultuurveran-dering daadwerkelijk "ownership" vraagt.
Net als voor de vakantie zal het geheel aan activiteiten worden gecoordineerd door Friso van Wiersum. Jeroen Lutters en Bart Engberts zijn de deelnemende partijen. Gemikt wordt op een duurzaam resultaat in de zin van kwaliteitsverbetering/profes-sionalisering/ innovatie van Jeugd, Stad en Opleiding. Deze eerste fase van het project zal echter worden afgerond
in 2007.
maandag 24 september 2007
Onderzoek & Ontwerp Liberal Arts
Op 24 september heeft een gesprek plaatsgevonden met Hanke Drop over de Pre-Masters Liberal Arts. Het gaat om een produkt van de Vrije Hogeschool (zie eerder genoemde opdracht). De bedoeling is dat het produkt binnen HU context (Faculteit Educatie/Ecologische Pedagogiek) wordt uitgevoerd. Er aan meewerken medewerkers van de HU en de VH.Ondersteuning wordt verleend doorde Ionastichting. In het overleg is het nodige duidelijk geworden omtrent:
- taakverdeling
- netwerk
- internationalisering
Taakverdeling: Er komt een taakverdeling tussen Hanke en Jeroen. Jeroen zal het programma van de minor inhoudelijk verder uitwerken op basis van de eerder genoemde 'perspectivistische' benadering (die overigens ook van harte werd ondersteund door Hanke. Hanke zal zich met name bezighouden met het maken van een draaiboek waarin tot in detail is doorgedacht wie, wat, wanneer, waar moet doen. We gaan Jacob de Ruyter van het Scala College vragen of het een bijdrage wil leveren aan het ontwikkelen van engelstalig onderwijsmateriaal.
Netwerk: Hanke heeft de toegang gekregen tot een aantal personen, met wie ze binnenkort contact gaat opnemen. O.a. is dat met Jos Theunissen die de minoren/pre-masters coordineert voor de FE. Het draaiboek is dermate gedetailleerd dat het voor mensen die niet thuis zijn in de thematiek of het proces een gerustelling vanuit gaat. Dat wil niet zeggen dat het concept draaiboek meteen al vastgesteld is. Het lijkt een goed idee om de concept versie met een aantal personen door te spreken alvorens het wordt besproken in het voorgenomen directieoverleg eind oktober. Gezien de rol van de VH in dit geheel zal Hanke binnenkort een gesprek hebben met Marja Molenaar. Jeroen Lutters regelt een afspraak.
Internationalisering: Gezien het onderwerp van de Pre-Masters lijkt het interessant ook te mikken op een internationale doelgroep studenten. Indien mogelijk zal de Pre-Masters in het Engels worden gegeven. Ook de studieplekken kunnen voor een deel in het buitenland zijn. Daarbij wordt met name gedacht aan Engeland, en in een later stadium (na volgend jaar) aan de Verenigde Staten. In beide landen bestaat een rijke Liberal Arts traditie die de kwaliteit van de opleiding ten goede kan komen. Ook kan Hanke's bekendheid met de internationale context hierbij van hulp zijn (beurzenprogramma). Tenslotte past het product nu nog beter binnen het HU beleid omdat dat gericht is op internationalisering. Gezien de internationale opzet is het ook van belang dat de minor in "blok" wordt uitgevoerd en niet in "lint".
- taakverdeling
- netwerk
- internationalisering
Taakverdeling: Er komt een taakverdeling tussen Hanke en Jeroen. Jeroen zal het programma van de minor inhoudelijk verder uitwerken op basis van de eerder genoemde 'perspectivistische' benadering (die overigens ook van harte werd ondersteund door Hanke. Hanke zal zich met name bezighouden met het maken van een draaiboek waarin tot in detail is doorgedacht wie, wat, wanneer, waar moet doen. We gaan Jacob de Ruyter van het Scala College vragen of het een bijdrage wil leveren aan het ontwikkelen van engelstalig onderwijsmateriaal.
Netwerk: Hanke heeft de toegang gekregen tot een aantal personen, met wie ze binnenkort contact gaat opnemen. O.a. is dat met Jos Theunissen die de minoren/pre-masters coordineert voor de FE. Het draaiboek is dermate gedetailleerd dat het voor mensen die niet thuis zijn in de thematiek of het proces een gerustelling vanuit gaat. Dat wil niet zeggen dat het concept draaiboek meteen al vastgesteld is. Het lijkt een goed idee om de concept versie met een aantal personen door te spreken alvorens het wordt besproken in het voorgenomen directieoverleg eind oktober. Gezien de rol van de VH in dit geheel zal Hanke binnenkort een gesprek hebben met Marja Molenaar. Jeroen Lutters regelt een afspraak.
Internationalisering: Gezien het onderwerp van de Pre-Masters lijkt het interessant ook te mikken op een internationale doelgroep studenten. Indien mogelijk zal de Pre-Masters in het Engels worden gegeven. Ook de studieplekken kunnen voor een deel in het buitenland zijn. Daarbij wordt met name gedacht aan Engeland, en in een later stadium (na volgend jaar) aan de Verenigde Staten. In beide landen bestaat een rijke Liberal Arts traditie die de kwaliteit van de opleiding ten goede kan komen. Ook kan Hanke's bekendheid met de internationale context hierbij van hulp zijn (beurzenprogramma). Tenslotte past het product nu nog beter binnen het HU beleid omdat dat gericht is op internationalisering. Gezien de internationale opzet is het ook van belang dat de minor in "blok" wordt uitgevoerd en niet in "lint".
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
In het kader van dit onderzoek vonden op 24 september 3 belangrijke gesprekken plaats: een op het Delta College, een op de Archimedes Lerarenopleiding, en een over het Minkema College. Van belang om te weten is :
(1) Op het Delta College heeft een gesprek plaats gevonden tussen Colinda Burger (Archimedes) Guus Peek (Delta directeur) Paul de Ruiter( Delta projectleider) en Fiona (HKU) en Jeroen Lutters (FE). Afgesproken is dat het onderzoek nu in de uitvoe-ring moet komen. Daarvoor is belangrijk dat Paul en Colinda een uitvoeringsprogramma opstellen waarin : (1) vraag/thema (2) werkwijze (3) beoogd resultaat duidelijk naar voren komen. De aanbeveling is gedaan het onderzoek vooral klein/haal-baar te houden. Aan het einde moet het resultaat worden doorvertaald van school- naar projectniveau.Het thema van het onderzoek is: het scheppen van een leeromgeving ten behoeve van een continu proces professionaliseren van docenten binnen een pluriforme leercultuur (verschillende leerstijlen). Paul de Ruiter neemt de leiding. Hij professionaliseert zichzelf meteen door parallel de minor Educatief Design te volgen, Hij weet dat het ruwe materiaal in januari moet zijn opgeleverd. Het Delta College is bekend met het eindprodukt. Gestreefd wordt naar een bijdrage (onderzoeksverslag) voor de toolbox "Leerlandschap Academische School" . In deze "toolbox" komen de onderzoeksverslagen, een integrale publicatie, foto/filmmateriaal, en een "routeplanner" te zitten. Op 5 oktober om 13.30 staat een afspraak gepland met Uitgeverij Agiel om deze box uit te geven. De box moet in juni klaar zijn voor de "Slotmanifestatie".
(2) De Archimedes Lerarenopleiding wil meer betrokken raken bij de Dieptepilot Academische Scholen. Om meer inzicht te geven in de situatie krijgen ze van Jeroen Lutters/Eva van Berne een overzicht van de stand van zaken van de verschillende betrokken scholen. Met dit overzicht in de hand kan een gesprek plaatsvinden omtrent een omschreven "onderzoeks opdracht" voor de Archimedes Lerarenopleiding. Dit lijkt van belang omdat de Lerarenopleiding een aparte/uitzonderlijke functie vervult. Een onderzoeksverslag voor de 'box' is ook hier het doel op projectniveau. Een projectleider zal worden aangesteld. De directie vindt het overigens vooral van groot belang dat de Academische School structuur ook na het
project dat nog dit jaar loopt geborgd wordt. Zoals het er nu uitziet zal het onderzoek vooral gaan over de werking van leerteams. Te denken valt aan een vergelijkend onderzoek op 2 scholen met leerteams. Op een school kan dan de Archimedes intensief meewerken. Op de andere niet. Het is heel interessant erachter te komen wat dit betekent voor het functioneren van het leerteam, zowel in werkwijze als in resultaten. De wens van de Archimedes is overigens dat in principe medewerkers voor een deel onderzoeken en voor een deel meewerken in het onderwijs. Ideaal is een 60-40 verhouding.
(3) Op het Minkema College, wordt olv Karin Loggen en Wim Pon, hard gewerkt aan de Dieptepilot Academische Scholen. Er
is contact geweest met de leiding van Educatief Design over het onderzoek. Verder ligt er een vraag bij Centrum Archimedes/ vakgroep wiskunde voor een "Incompany Training" Educatief Design voor de medewerkers. De vraag is doorverwezen naar wiskunde omdat wiskunde aan de wieg staat van de minor Educatief Design. Deze vraag is een direct voortvloeisel van de Minor Educatief Design die vorig jaar succesvol heeft geopereerd op het Minkema College. Met deze stap is Minkema verder
gegaan op de lijn dat hun thema "Ontwerpen" in concreto " Het scheppen van een omgeving en een taal waarbinnen zich docent-ontwerpers" ontwikkelen. Mensen die instaat zijn projectmatig, vanuit kennis & kunde, het onderwijs permanent te vernieuwen. Zo bestaat er een grote verwantschap tussen dit deelonderzoek en dat van het Holland College en van het Delta College.
In week 42 doet Jeroen Lutters zijn ronde schoolbezoeken. Gezien de voortgang bij het Delta lijkt het niet nodig dat hier in week 42 een nieuw bezoek plaatsvind. Wel is van belang dat in de komende 2 weken een onderzoeksopdracht totstand komt. Daarnaast is het zaak dat in de komende 2 weken een bijeenkomst "Scholen Ontwerpen" wordt gepland op het Delta
College.
(1) Op het Delta College heeft een gesprek plaats gevonden tussen Colinda Burger (Archimedes) Guus Peek (Delta directeur) Paul de Ruiter( Delta projectleider) en Fiona (HKU) en Jeroen Lutters (FE). Afgesproken is dat het onderzoek nu in de uitvoe-ring moet komen. Daarvoor is belangrijk dat Paul en Colinda een uitvoeringsprogramma opstellen waarin : (1) vraag/thema (2) werkwijze (3) beoogd resultaat duidelijk naar voren komen. De aanbeveling is gedaan het onderzoek vooral klein/haal-baar te houden. Aan het einde moet het resultaat worden doorvertaald van school- naar projectniveau.Het thema van het onderzoek is: het scheppen van een leeromgeving ten behoeve van een continu proces professionaliseren van docenten binnen een pluriforme leercultuur (verschillende leerstijlen). Paul de Ruiter neemt de leiding. Hij professionaliseert zichzelf meteen door parallel de minor Educatief Design te volgen, Hij weet dat het ruwe materiaal in januari moet zijn opgeleverd. Het Delta College is bekend met het eindprodukt. Gestreefd wordt naar een bijdrage (onderzoeksverslag) voor de toolbox "Leerlandschap Academische School" . In deze "toolbox" komen de onderzoeksverslagen, een integrale publicatie, foto/filmmateriaal, en een "routeplanner" te zitten. Op 5 oktober om 13.30 staat een afspraak gepland met Uitgeverij Agiel om deze box uit te geven. De box moet in juni klaar zijn voor de "Slotmanifestatie".
(2) De Archimedes Lerarenopleiding wil meer betrokken raken bij de Dieptepilot Academische Scholen. Om meer inzicht te geven in de situatie krijgen ze van Jeroen Lutters/Eva van Berne een overzicht van de stand van zaken van de verschillende betrokken scholen. Met dit overzicht in de hand kan een gesprek plaatsvinden omtrent een omschreven "onderzoeks opdracht" voor de Archimedes Lerarenopleiding. Dit lijkt van belang omdat de Lerarenopleiding een aparte/uitzonderlijke functie vervult. Een onderzoeksverslag voor de 'box' is ook hier het doel op projectniveau. Een projectleider zal worden aangesteld. De directie vindt het overigens vooral van groot belang dat de Academische School structuur ook na het
project dat nog dit jaar loopt geborgd wordt. Zoals het er nu uitziet zal het onderzoek vooral gaan over de werking van leerteams. Te denken valt aan een vergelijkend onderzoek op 2 scholen met leerteams. Op een school kan dan de Archimedes intensief meewerken. Op de andere niet. Het is heel interessant erachter te komen wat dit betekent voor het functioneren van het leerteam, zowel in werkwijze als in resultaten. De wens van de Archimedes is overigens dat in principe medewerkers voor een deel onderzoeken en voor een deel meewerken in het onderwijs. Ideaal is een 60-40 verhouding.
(3) Op het Minkema College, wordt olv Karin Loggen en Wim Pon, hard gewerkt aan de Dieptepilot Academische Scholen. Er
is contact geweest met de leiding van Educatief Design over het onderzoek. Verder ligt er een vraag bij Centrum Archimedes/ vakgroep wiskunde voor een "Incompany Training" Educatief Design voor de medewerkers. De vraag is doorverwezen naar wiskunde omdat wiskunde aan de wieg staat van de minor Educatief Design. Deze vraag is een direct voortvloeisel van de Minor Educatief Design die vorig jaar succesvol heeft geopereerd op het Minkema College. Met deze stap is Minkema verder
gegaan op de lijn dat hun thema "Ontwerpen" in concreto " Het scheppen van een omgeving en een taal waarbinnen zich docent-ontwerpers" ontwikkelen. Mensen die instaat zijn projectmatig, vanuit kennis & kunde, het onderwijs permanent te vernieuwen. Zo bestaat er een grote verwantschap tussen dit deelonderzoek en dat van het Holland College en van het Delta College.
In week 42 doet Jeroen Lutters zijn ronde schoolbezoeken. Gezien de voortgang bij het Delta lijkt het niet nodig dat hier in week 42 een nieuw bezoek plaatsvind. Wel is van belang dat in de komende 2 weken een onderzoeksopdracht totstand komt. Daarnaast is het zaak dat in de komende 2 weken een bijeenkomst "Scholen Ontwerpen" wordt gepland op het Delta
College.
vrijdag 21 september 2007
Onderzoek & Ontwerp Liberal Arts
In het kader van het ontwikkelen van het ontwikkelen van een Progressief Liberal Arts Curriculum is door de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) gevraagd om vanuit het lectoraat VOMD op twee tereinen ondersteuning te bieden:
(1) het formuleren van een ontwikkelplan voor de realisatie van een opleiding Liberal Arts
(2) het formuleren van een leerlandschap Liberal Arts voor de voorgenomen minor/pre-masters Liberal Arts
Minor Liberal Arts:
De minor heeft daarbij de prioriteit, omdat de minor wordt beschouwd als een "hefboom" om te komen tot realisatie van een volwaardige opleiding (zoals geformuleerd in het koersdocument). Anders gezegd : de minor is de eerste stap in het ontwikkel- plan. Om te komen tot een ontwikkelplan is Jeroen Lutters bezig met de samenstelling van een team. Daarbij betrokken zijn Hanke Drop (HU) en Jacob de Ruyter (docent Scala).Een eerste gesprek met Jacob de Ruter heeft op donderdag 20 september plaatsgevonden. Maandag 24 september volgt een gesprek met Hanke Drop. Het is de bedoeling dat het concept opleidingsplan van de minor rondom 18 oktober klaar is, zodat het voorgelegd kan worden aan de directie/het bestuur van de Vrije Hogeschool. Eind oktober kan dan een gesprek plaatsvinden met de directie van de masters ecologische pedagogiek en de faculteit educatie om het daar o0nder te brengen.
Visie op het doel:
Van groot belang is de visie op het doel en de werkwijze. Inmiddels heeft in dit verband een eerste gesprek plaatsgevonden tussen Jacob de Ruyter en Jeroen Lutters. Uitgangspunt is te komen tot een methodisch- didactische inzichtelijke opleiding structuur. De opleiding stelt zich ten doel studenten in de bachelorsfase, in de vorm van een pre-masters/minor, een moge-lijkheid aan te rijken te komen tot verbreding/verdieping van kennis door het aanreiken van een "andere" manier van leren. Centraal daarbij staat: de aandacht voor het detail, het andere, iets waarover ik al eerder sprak in termen van "poetisch bewustzijn", maar die ik nu samen wil vatten als "perspectivisme". Dit doel komt niet uit de lucht vallen. Het komt voort uit een door studenten en docenten van middelbare scholen en hogescholen gevoelde noodzaak en is daarmee zeer relevant om een plek te krijgen in het Hoger Onderwijs. Het probleem dat wordt ervaren is dat je als leerling/student vaak maar op een manier (de manier die ze al weten e vaststaande uitkomsten heeft) weet te leren. Dit leidt, bewust of onbewust, tot een beperking van kennis. In het opleidingstraject dat we hier voor ogen hebben is het juist van belang dat de student leert vanuit meerdere perspectieven een probleem te benaderen, om zo te komen tot (onvermoede) kennis. Behalve dat hij/zij leert vanuit verschillende perspectieven te handelen leert hij op meta-niveau zich bewust te worden van het bestaan van meerdere ingangen, hetgeen hem helpt in vrijheid te kiezen wat hij wil weten of zelfs een eigen (toegevoegde) weg te ontwikkelen. Kennis is een kwestie de juiste ingang, de juiste leerstrategie, te vinden, te maken. Door die te vinden, door
je daar bewust van te worden, door die te ontwerpen, ontwikkel je je eigen genialiteit.
Visie op de werkwijze:
De minor wordt projectmatig opgezet waarbij studenten zich groeperen rondom een inhoudelijk inspirerend thema dat
ze zelf kiezen. Vereiste is dat een inhoudelijk thema's geen methodiek is. De methodiek bevindt zich op het niveau van het perspectief dat je hanteert om binnen te dringen in de inhoud. Dat is de tweede keuze die de student moet maken. Kortom voor iedere student/docent is het van belang een dubbele keuze te maken : op inhoudelijk niveau & op methodisch vlak. De inhoud werkt daarbij als inspiratiebron, de methode als onderzoeksvorm. Om te komen tot een heldere inhoudelijke keuze (identiteit te bepalen) wordt gevraagd het gekozen onderwerp te situeren binnen een van de volgende
3 inhoudsgebieden :
(1) natuur
(2) cultuur
(3) metafysica.
Als het gaat om de te hanteren methodiek wordt gevraagd in ieder geval de volgende 7 perspectieven te betrekken :
(1) analyse
(2) dialoog
(3) narratief
(4) systematiek
(5) ordening
(6) samenklank
(7) integratie
Deze beschrijving is ontleend aan de 7 Vrije Kunsten. Ze kunnen ook anders worden gedefinieerd.Ter introductie op het referentiekader, en als inspiratie, worden de studenten aan het begin van de opleiding bekend gemaakt met de 3 inhouds-gebieden en de 7 methodische perspectieven.
Resultaat:
Uiteindelijk is het zaak datt gewerkt wordt aan een produkt dat op persoonlijk niveau, op opleidingsniveau, en op maatschappelijk niveau kan worden verdedigd. Het is zaak dat deze informatie niet verloren gaat maar in een "open
source" vorm beschikbaar is voor ieder die daar behoefte aan heeft. De gedachte gaat daarom uit naar de ontwikkeling van een website/weblog waarop voortdurend produkten en tussenprodukten worden gepubliceerd. Omdat schriftelijke publicatie onvoldoende is wordt van de deelnemers gevraagd op gezette tijden binnen verschillende (ook openbare) contexten het podium te betreden en uitdrukking te geven (in gesprek te gaan over) waar je mee bezig bent . Daarbij wordt gestimuleerd een eigen stijl te ontwikkelen, of te wel te werken volgens een systeem van "meervoudige geletterdheid". Daarbij valt o.a. te denken aan Digital Story telling.Beoogd resultaat is dat de geslaagde student van de minor/pre-master aan het einde van het traject uitstroomt op een wijze die het hem (samen met de rest van het bachelorsprogramnma) mogelijk maakt om succes-volle masters te beginnen op een Hogeschool of Universiteit. In onze ogen mag je namelijk van een masterstudent verwach-ten dat hij/zij zich niet beperkt tot een enkele kenweg, maar zelfstandig een ingang kan vinden om een probleem/een thema te exploreren en daarmee op avontuurlijke & onverwachte wijze nieuwe resultaten te boeken.
Slot
Het is interessant dat de Vrije Hogeschool, die deze belangrijke minor/pre-master zal gaan verzorgen, met deze benadering
in feite de kwaliteit van "het tussenjaar" inbouwt tussen bachelor en mastersfase van de Hogeschool/Universiteit. Al eerder deed de Vrije Hogeschool iets vergelijkbaars tussen de middelbare school & bachelorsfase. In feite was de basisgedachte daarbij hetzelfde.Bernard Lievegoed heeft steeds weer gewezen op het openen van meerdere perspectieven om zo te komen tot nieuwe kennis; kennis die anders verborgen blijft en zaken "non-existent" laat die in feite wel bestaan maar door een ge-brek aan mogelijkheden deze gebieden binnen te treden, niet wordt ontdekt. In een proces van "Dysacademia" (zie Blog Pedagogische Revolutie) is het gevaar aanwezig dat de student op een beperkt spoor blijft rijden en in feite niet komt tot "nieuwe kennis". Liberal Arts in de vorm zoals hier bepleit kan in "de vrije ruimte" dit tekort aanvullen.De student leert om niet verleden georienteerd (oude leerdoelen), maar toekomst georienteerd (nieuwe perspectieven) te zijn en daarmee zichzelf te overstijgen.
Voor meer info raadpleeg: Jeroen Lutters - Adolescentie in Fictie: Caravaggio's verbeelding van de adolescent.(Agiel 2006) Daarin wordt gewerkt met de genoemde "perspectivistische" methode.
(1) het formuleren van een ontwikkelplan voor de realisatie van een opleiding Liberal Arts
(2) het formuleren van een leerlandschap Liberal Arts voor de voorgenomen minor/pre-masters Liberal Arts
Minor Liberal Arts:
De minor heeft daarbij de prioriteit, omdat de minor wordt beschouwd als een "hefboom" om te komen tot realisatie van een volwaardige opleiding (zoals geformuleerd in het koersdocument). Anders gezegd : de minor is de eerste stap in het ontwikkel- plan. Om te komen tot een ontwikkelplan is Jeroen Lutters bezig met de samenstelling van een team. Daarbij betrokken zijn Hanke Drop (HU) en Jacob de Ruyter (docent Scala).Een eerste gesprek met Jacob de Ruter heeft op donderdag 20 september plaatsgevonden. Maandag 24 september volgt een gesprek met Hanke Drop. Het is de bedoeling dat het concept opleidingsplan van de minor rondom 18 oktober klaar is, zodat het voorgelegd kan worden aan de directie/het bestuur van de Vrije Hogeschool. Eind oktober kan dan een gesprek plaatsvinden met de directie van de masters ecologische pedagogiek en de faculteit educatie om het daar o0nder te brengen.
Visie op het doel:
Van groot belang is de visie op het doel en de werkwijze. Inmiddels heeft in dit verband een eerste gesprek plaatsgevonden tussen Jacob de Ruyter en Jeroen Lutters. Uitgangspunt is te komen tot een methodisch- didactische inzichtelijke opleiding structuur. De opleiding stelt zich ten doel studenten in de bachelorsfase, in de vorm van een pre-masters/minor, een moge-lijkheid aan te rijken te komen tot verbreding/verdieping van kennis door het aanreiken van een "andere" manier van leren. Centraal daarbij staat: de aandacht voor het detail, het andere, iets waarover ik al eerder sprak in termen van "poetisch bewustzijn", maar die ik nu samen wil vatten als "perspectivisme". Dit doel komt niet uit de lucht vallen. Het komt voort uit een door studenten en docenten van middelbare scholen en hogescholen gevoelde noodzaak en is daarmee zeer relevant om een plek te krijgen in het Hoger Onderwijs. Het probleem dat wordt ervaren is dat je als leerling/student vaak maar op een manier (de manier die ze al weten e vaststaande uitkomsten heeft) weet te leren. Dit leidt, bewust of onbewust, tot een beperking van kennis. In het opleidingstraject dat we hier voor ogen hebben is het juist van belang dat de student leert vanuit meerdere perspectieven een probleem te benaderen, om zo te komen tot (onvermoede) kennis. Behalve dat hij/zij leert vanuit verschillende perspectieven te handelen leert hij op meta-niveau zich bewust te worden van het bestaan van meerdere ingangen, hetgeen hem helpt in vrijheid te kiezen wat hij wil weten of zelfs een eigen (toegevoegde) weg te ontwikkelen. Kennis is een kwestie de juiste ingang, de juiste leerstrategie, te vinden, te maken. Door die te vinden, door
je daar bewust van te worden, door die te ontwerpen, ontwikkel je je eigen genialiteit.
Visie op de werkwijze:
De minor wordt projectmatig opgezet waarbij studenten zich groeperen rondom een inhoudelijk inspirerend thema dat
ze zelf kiezen. Vereiste is dat een inhoudelijk thema's geen methodiek is. De methodiek bevindt zich op het niveau van het perspectief dat je hanteert om binnen te dringen in de inhoud. Dat is de tweede keuze die de student moet maken. Kortom voor iedere student/docent is het van belang een dubbele keuze te maken : op inhoudelijk niveau & op methodisch vlak. De inhoud werkt daarbij als inspiratiebron, de methode als onderzoeksvorm. Om te komen tot een heldere inhoudelijke keuze (identiteit te bepalen) wordt gevraagd het gekozen onderwerp te situeren binnen een van de volgende
3 inhoudsgebieden :
(1) natuur
(2) cultuur
(3) metafysica.
Als het gaat om de te hanteren methodiek wordt gevraagd in ieder geval de volgende 7 perspectieven te betrekken :
(1) analyse
(2) dialoog
(3) narratief
(4) systematiek
(5) ordening
(6) samenklank
(7) integratie
Deze beschrijving is ontleend aan de 7 Vrije Kunsten. Ze kunnen ook anders worden gedefinieerd.Ter introductie op het referentiekader, en als inspiratie, worden de studenten aan het begin van de opleiding bekend gemaakt met de 3 inhouds-gebieden en de 7 methodische perspectieven.
Resultaat:
Uiteindelijk is het zaak datt gewerkt wordt aan een produkt dat op persoonlijk niveau, op opleidingsniveau, en op maatschappelijk niveau kan worden verdedigd. Het is zaak dat deze informatie niet verloren gaat maar in een "open
source" vorm beschikbaar is voor ieder die daar behoefte aan heeft. De gedachte gaat daarom uit naar de ontwikkeling van een website/weblog waarop voortdurend produkten en tussenprodukten worden gepubliceerd. Omdat schriftelijke publicatie onvoldoende is wordt van de deelnemers gevraagd op gezette tijden binnen verschillende (ook openbare) contexten het podium te betreden en uitdrukking te geven (in gesprek te gaan over) waar je mee bezig bent . Daarbij wordt gestimuleerd een eigen stijl te ontwikkelen, of te wel te werken volgens een systeem van "meervoudige geletterdheid". Daarbij valt o.a. te denken aan Digital Story telling.Beoogd resultaat is dat de geslaagde student van de minor/pre-master aan het einde van het traject uitstroomt op een wijze die het hem (samen met de rest van het bachelorsprogramnma) mogelijk maakt om succes-volle masters te beginnen op een Hogeschool of Universiteit. In onze ogen mag je namelijk van een masterstudent verwach-ten dat hij/zij zich niet beperkt tot een enkele kenweg, maar zelfstandig een ingang kan vinden om een probleem/een thema te exploreren en daarmee op avontuurlijke & onverwachte wijze nieuwe resultaten te boeken.
Slot
Het is interessant dat de Vrije Hogeschool, die deze belangrijke minor/pre-master zal gaan verzorgen, met deze benadering
in feite de kwaliteit van "het tussenjaar" inbouwt tussen bachelor en mastersfase van de Hogeschool/Universiteit. Al eerder deed de Vrije Hogeschool iets vergelijkbaars tussen de middelbare school & bachelorsfase. In feite was de basisgedachte daarbij hetzelfde.Bernard Lievegoed heeft steeds weer gewezen op het openen van meerdere perspectieven om zo te komen tot nieuwe kennis; kennis die anders verborgen blijft en zaken "non-existent" laat die in feite wel bestaan maar door een ge-brek aan mogelijkheden deze gebieden binnen te treden, niet wordt ontdekt. In een proces van "Dysacademia" (zie Blog Pedagogische Revolutie) is het gevaar aanwezig dat de student op een beperkt spoor blijft rijden en in feite niet komt tot "nieuwe kennis". Liberal Arts in de vorm zoals hier bepleit kan in "de vrije ruimte" dit tekort aanvullen.De student leert om niet verleden georienteerd (oude leerdoelen), maar toekomst georienteerd (nieuwe perspectieven) te zijn en daarmee zichzelf te overstijgen.
Voor meer info raadpleeg: Jeroen Lutters - Adolescentie in Fictie: Caravaggio's verbeelding van de adolescent.(Agiel 2006) Daarin wordt gewerkt met de genoemde "perspectivistische" methode.
Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen
Waar in het vorig jaar nog sprake was van een orientatiefase/ontwerpfase is dit studiejaar de produktiefase aangebroken. Op dit proces te ondersteunen worden een aantal acties ondernomen vanuit het lectoraat VODM. De acties kunnen het beste worden beschouwd als "tools" om te komen tot succesvolle voltooiing van het project. Acties zijn :
- schoolbezoeken (week van 18 oktober)
- kennisatelieractiviteiten (zie kalender)
- teambijeenkomsten schoolbegeleiders (colinda, nies, ritie, femke,alice)
- website - link (sharepoint)
- podcast workshop (9 november)
Op 20 september heeft een schoolbezoek plaatsgevonden door Jeroen Lutters en Jacob de Ruyter op het Holland College in Naaldwijk. Gesproken is met de betrokken medewerkers en de schooldirecteur. Belangrijk bleek vooral in dit proces dat kennisuitwisseling/gesprek plaatsvond op een aantal terrein die de transformatie van "school" naar "academische school" vereenvoudigen. Samenvattend waren dat de volgende terreinen :
- verheldering concept
- focus op professionalisering
- aanreiken "tools"
- 3 x opbrengstformulering
Verheldering concept :
het blijkt (nog) steeds moeilijk om het concept Academische School vast te houden. Beeldtaal bleek daarbij uitstekend te werken. Steeds is de vergelijking gemaakt met een Academisch Ziekenhuis waar twee kernprocessen plaatsvinden. Een Academisch Ziekenhuis werkt vanuit een dubbel principe. Een daarvan is het werken met de patienten (eerste veld). Het andere is het opleiden van het personeel (tweede veld).Door steeds weer hier op terug te komen ontstond verheldering.Beide zijn kernprocessen, dus ook even belangrijk.
Focus op professionalisering :
Het project Academische Scholen gaat over het tweede veld. Samenhangend met het voorgaande is de aandacht van de deelnemers aan het project vaak nog erg leerlinggericht. De focus ligt al snel op de behoefte van de leerling(Noot : de patient in een ziekenhuis) en niet op het ontwikkelen van competenties bij de docenten (Noot : het opleiden van medewer-kers). Door te werken met de driehoek vakontwikkeling-pedagogische ontwikkeling-zelfontwikkeling werd duidelijk dat het nu vooral moet gaan om zelfontwikkeling van docenten. Door een infrastructuur aan te leggen voor zelfontwikkeling (het tweede veld van de academische school) ontstaat als vanzelf een optimale structuur voor het ontwikkelen van de ander. De betrokken docenten merkte dat ze nog teveel bezig waren met het eerste kernproces dat in het project academische scholen op de tweede plaats komt. Het gaat om de professionalisering in de school.
Aanreiken van "tools" :
Binnen de opzet is het van belang dat iedere school met de onderzoeksgroep binnen de school zijn eigen leeromgeving ontwerpt om te komen tot het beoogde resultaat. Dat blijkt niet altijd gemakkelijk. Vooral van belang blijkt de afbakening van het ontwerp, de vaststelling van de werkwijze en de verwoording van het beoogde resultaat op individueel, school en projectniveau. Behalve de methodiek was er ook een vraag naar "tools". Door samen te zoeken kwamen we in het geval van het Delta college op 4 belangrijke "tools" van belang bij het halen van de doelstellingen van het eigen (deel)onderzoek.
1. inspiratieniveau : literatuur. Een lijst van favoriete, inspirerende boeken, maar ook films, muziek enz. te gebruiken naar eigen inzicht door het betrokken onderzoeksteam.Door dit materiaal te delen onstaat een samenhangende taal binnen de onderzoeksgroep.
2. expert niveau : op basis van een te ontwerpen lijst. Belangrijk is mensen uit allerlei velden (dus niet alleen het onderwijs) te raadplegen. Ingangen kunnen zijn : menskundige uitgangspunten, onderwijskundige tools, persoonlijke ervaringen.
3. ervaringsniveau : onderzoek dient participererend onderzoek te zijn. Je moet je zelf ook blootstellen aan datgene wat je bij onderrzoekt. Alleen zo kun je gevoel ontwikkelen voor de werkelijke werking.
4. resultaatniveau : vasttstellen van tussentijdse presentaties binnen verschillende (leer) contexten. Daarbij werd vooral ook gedacht aan de mogelijkheid van het presenteren binnen de kennisateliers met collega'sin vergelijkbare situaties.
3 x opbrengstformuling :
van belang bleek steeds weer te wijzen op een formulering van het eindresultaat voor jezelf, aar ook op school en project niveau. Kortom : op de vraag, wat is de betekenis van ons deelonderzoek voor het beoogd design van het "prototype academische school" . Deze stap bleek niet gemakkelijk, maar uiteindelijk wel te maken. Voortdurende interactie tussen persoonlijk niveau , schoolniveau en projectniveau is daarom van groot belang.
Concreet is het Deltacollege nu bezig met het ontwerpen van een structuur/cultuur (laboratorium) voor het leren ontwikkelen van onderwijskundig materiaal. Daarvoor wordt (experimenteel/action research) door een team van medewerkers uit Mens & Natuur gewerkt aan een onderwerp. Door te werken aan dit onderwerp hopen zij dat helder wordt hoe een effectieve structuur/cultuur voor Educatief Design totstand kan komen. Het belang daarvan is persoonlijk (mikroniveau), op schoolniveau (mesoniveau) en op projectniveau (makroniveau) vast te stellen.Om te komen tot een goed onderzoek/ontwerp is afbakening van het onderwerp van groot belang. Gekozen is om materiaal te gaan ontwikkelen (een handleiding/instructie/ondersteuning/inspiratie) omtrent "het leren coachen van leerlingen". Het gaat erom kennis te ontwikkelen op inzicht niveau, die straks kan worden toegepast binnen de school. (aansluiting professionalisering minor Educatief Design van Femke (betrokken bij 's Heerenlanden)en Nies (betrokken bij Kandinsky) en het onderzoek van het Minkema College (door Wim Pon/Karin Loggen) ligt voor de hand. De werkwijze die gevolgd gaat worden zal onderdelen omvatten van wat hiervoor genoemd is als "tools". Zo kan ervoor gekozen gaan worden om zelf een test te doen met coaching die net zo intensief is als die bij de leerlingen op de school, om vervolgens te onderzoeken of die coaching het beoogde resultaat heeft, en zo niet, hoe dit resultaat wel/beter te bereiken is.Daarnaast wordt gedacht aan het presenteren van tussenprodukten voor het docententeam en op het kennisatelier.Het beoogde resultaat is op persoonlijk niveau : "anders" te leren coachen. De gedachte "anders" opent de weg naar het inzicht niveau. Het opent de weg naar een "alternatief scenario" voor coaching, waar in de toekomst mee kan worden geexperimenteerd. Op schoolniveau is het beoogd resultaat : te komen tot een "andere" infrastructuur voor Educatief Design (als een permanent proces). Op projectniveau gaat het erom : te komen tot advies voor het maken van een schoolopleidingsplan van (aankomend) docenten waarbij de leerling, de docent, maar ook de leeromgeving wordt betrokken.
Slot
Het schoolbezoek bleek voor alle betrokkenen een inspirerend leermoment. Hier was sprake van een leerteam. Alle betrokkenen hebben daarbij geleerd. Hier was de horizontale "academische school" in werking. Op projectniveau (lectoraat/deelcoordinator) op schoolniveau(directeur/projectleider) en op leerlingniveau (docenten) was iedereen paraat. De acade-mische school bleek vooral te werken omdat ervaring, theoretische kennis, en praktische organisatie samen kwamen. Tot zover deze korte reflectie. De bijgestelde opzet van het onderzoek wordt vrijdag 28 september ingeleverd bij Eva.
- schoolbezoeken (week van 18 oktober)
- kennisatelieractiviteiten (zie kalender)
- teambijeenkomsten schoolbegeleiders (colinda, nies, ritie, femke,alice)
- website - link (sharepoint)
- podcast workshop (9 november)
Op 20 september heeft een schoolbezoek plaatsgevonden door Jeroen Lutters en Jacob de Ruyter op het Holland College in Naaldwijk. Gesproken is met de betrokken medewerkers en de schooldirecteur. Belangrijk bleek vooral in dit proces dat kennisuitwisseling/gesprek plaatsvond op een aantal terrein die de transformatie van "school" naar "academische school" vereenvoudigen. Samenvattend waren dat de volgende terreinen :
- verheldering concept
- focus op professionalisering
- aanreiken "tools"
- 3 x opbrengstformulering
Verheldering concept :
het blijkt (nog) steeds moeilijk om het concept Academische School vast te houden. Beeldtaal bleek daarbij uitstekend te werken. Steeds is de vergelijking gemaakt met een Academisch Ziekenhuis waar twee kernprocessen plaatsvinden. Een Academisch Ziekenhuis werkt vanuit een dubbel principe. Een daarvan is het werken met de patienten (eerste veld). Het andere is het opleiden van het personeel (tweede veld).Door steeds weer hier op terug te komen ontstond verheldering.Beide zijn kernprocessen, dus ook even belangrijk.
Focus op professionalisering :
Het project Academische Scholen gaat over het tweede veld. Samenhangend met het voorgaande is de aandacht van de deelnemers aan het project vaak nog erg leerlinggericht. De focus ligt al snel op de behoefte van de leerling(Noot : de patient in een ziekenhuis) en niet op het ontwikkelen van competenties bij de docenten (Noot : het opleiden van medewer-kers). Door te werken met de driehoek vakontwikkeling-pedagogische ontwikkeling-zelfontwikkeling werd duidelijk dat het nu vooral moet gaan om zelfontwikkeling van docenten. Door een infrastructuur aan te leggen voor zelfontwikkeling (het tweede veld van de academische school) ontstaat als vanzelf een optimale structuur voor het ontwikkelen van de ander. De betrokken docenten merkte dat ze nog teveel bezig waren met het eerste kernproces dat in het project academische scholen op de tweede plaats komt. Het gaat om de professionalisering in de school.
Aanreiken van "tools" :
Binnen de opzet is het van belang dat iedere school met de onderzoeksgroep binnen de school zijn eigen leeromgeving ontwerpt om te komen tot het beoogde resultaat. Dat blijkt niet altijd gemakkelijk. Vooral van belang blijkt de afbakening van het ontwerp, de vaststelling van de werkwijze en de verwoording van het beoogde resultaat op individueel, school en projectniveau. Behalve de methodiek was er ook een vraag naar "tools". Door samen te zoeken kwamen we in het geval van het Delta college op 4 belangrijke "tools" van belang bij het halen van de doelstellingen van het eigen (deel)onderzoek.
1. inspiratieniveau : literatuur. Een lijst van favoriete, inspirerende boeken, maar ook films, muziek enz. te gebruiken naar eigen inzicht door het betrokken onderzoeksteam.Door dit materiaal te delen onstaat een samenhangende taal binnen de onderzoeksgroep.
2. expert niveau : op basis van een te ontwerpen lijst. Belangrijk is mensen uit allerlei velden (dus niet alleen het onderwijs) te raadplegen. Ingangen kunnen zijn : menskundige uitgangspunten, onderwijskundige tools, persoonlijke ervaringen.
3. ervaringsniveau : onderzoek dient participererend onderzoek te zijn. Je moet je zelf ook blootstellen aan datgene wat je bij onderrzoekt. Alleen zo kun je gevoel ontwikkelen voor de werkelijke werking.
4. resultaatniveau : vasttstellen van tussentijdse presentaties binnen verschillende (leer) contexten. Daarbij werd vooral ook gedacht aan de mogelijkheid van het presenteren binnen de kennisateliers met collega'sin vergelijkbare situaties.
3 x opbrengstformuling :
van belang bleek steeds weer te wijzen op een formulering van het eindresultaat voor jezelf, aar ook op school en project niveau. Kortom : op de vraag, wat is de betekenis van ons deelonderzoek voor het beoogd design van het "prototype academische school" . Deze stap bleek niet gemakkelijk, maar uiteindelijk wel te maken. Voortdurende interactie tussen persoonlijk niveau , schoolniveau en projectniveau is daarom van groot belang.
Concreet is het Deltacollege nu bezig met het ontwerpen van een structuur/cultuur (laboratorium) voor het leren ontwikkelen van onderwijskundig materiaal. Daarvoor wordt (experimenteel/action research) door een team van medewerkers uit Mens & Natuur gewerkt aan een onderwerp. Door te werken aan dit onderwerp hopen zij dat helder wordt hoe een effectieve structuur/cultuur voor Educatief Design totstand kan komen. Het belang daarvan is persoonlijk (mikroniveau), op schoolniveau (mesoniveau) en op projectniveau (makroniveau) vast te stellen.Om te komen tot een goed onderzoek/ontwerp is afbakening van het onderwerp van groot belang. Gekozen is om materiaal te gaan ontwikkelen (een handleiding/instructie/ondersteuning/inspiratie) omtrent "het leren coachen van leerlingen". Het gaat erom kennis te ontwikkelen op inzicht niveau, die straks kan worden toegepast binnen de school. (aansluiting professionalisering minor Educatief Design van Femke (betrokken bij 's Heerenlanden)en Nies (betrokken bij Kandinsky) en het onderzoek van het Minkema College (door Wim Pon/Karin Loggen) ligt voor de hand. De werkwijze die gevolgd gaat worden zal onderdelen omvatten van wat hiervoor genoemd is als "tools". Zo kan ervoor gekozen gaan worden om zelf een test te doen met coaching die net zo intensief is als die bij de leerlingen op de school, om vervolgens te onderzoeken of die coaching het beoogde resultaat heeft, en zo niet, hoe dit resultaat wel/beter te bereiken is.Daarnaast wordt gedacht aan het presenteren van tussenprodukten voor het docententeam en op het kennisatelier.Het beoogde resultaat is op persoonlijk niveau : "anders" te leren coachen. De gedachte "anders" opent de weg naar het inzicht niveau. Het opent de weg naar een "alternatief scenario" voor coaching, waar in de toekomst mee kan worden geexperimenteerd. Op schoolniveau is het beoogd resultaat : te komen tot een "andere" infrastructuur voor Educatief Design (als een permanent proces). Op projectniveau gaat het erom : te komen tot advies voor het maken van een schoolopleidingsplan van (aankomend) docenten waarbij de leerling, de docent, maar ook de leeromgeving wordt betrokken.
Slot
Het schoolbezoek bleek voor alle betrokkenen een inspirerend leermoment. Hier was sprake van een leerteam. Alle betrokkenen hebben daarbij geleerd. Hier was de horizontale "academische school" in werking. Op projectniveau (lectoraat/deelcoordinator) op schoolniveau(directeur/projectleider) en op leerlingniveau (docenten) was iedereen paraat. De acade-mische school bleek vooral te werken omdat ervaring, theoretische kennis, en praktische organisatie samen kwamen. Tot zover deze korte reflectie. De bijgestelde opzet van het onderzoek wordt vrijdag 28 september ingeleverd bij Eva.
woensdag 19 september 2007
Minor/Project Educatief Design
Dit jaar gaat voor het tweede jaar, de met medewerking van het lectoraat VOMD ontwikkelde minor, Educatief Design van start.Waar schoolontwerpen (eveneens mee ontwikkeld door het lectoraat VOMD) meer gericht was op het ontwerpen van een leeromgeving is educatief design vooral gericht op het curriculum van de leerlingen/studenten. In het navolgende wil ik hierover kort mijn gedachten laten gaan. Ik hoop : als inspiratie voor de nieuwe studenten/(aankomend)docenten educatief design. Voor mij staan daarbij twee begrippen centraal "herhaling" en "deviatie".
Herhaling :
In mijn optiek dient onderwijs ervoor om kennis en kunde door te geven van de ene persoon op de andere. Kennisoverdracht. Deze "herhalingsoefening" leidt ertoe dat er ruimte kan onstaan voor vooruitgang. Immers als eenieder telkens weer bij nul zou moeten beginnen, zou er nooit tijd overblijven om verder te komen dan de vorige generatie. Van belang is dat deze "kennis" die wordt herhaald deugdelijk voorhanden is. Dat betekent dat het van belang is dat scholen en opleidingscentra partciperen in een netwerk van beschikbaar opleidingsmateriaal.Volgens de eerder genoemde criteria bij schooldesign vindt daarbij vooruitgang op basis van gezonde concurentie plaats.Van belang is verder dat bij iedere vorm van opleiding ook een basis aanwezig is waar iemand in kan worden onderwezen/geproffessionaliseerd. In hoeverre iemand deze basis nodig heeft hangt af van zijn persoonlijke competenties. Het onderwijs hoeft ook niet te beginnen met een algemeen basisideoom. Onderwijs dient veel meer dan tot nu toe het geval is georganiseerd te worden op basis van verschillen in leerstijlen. De een leert vanuit de theorie, de andere vanuit de praktijk. Dat betekent dat leermateriaal veel meer "simultaan" dan "lineair" beschikbaar moet zijn.
Deviatie:
Een wijze man zei ooit eens : "creativiteit ontstaat vanuit overschotskracht" (Lievegoed). Daarmee bedoelde hij, nadat je de basis verzorgd hebt, ontstaat een overschot aan kennis en energie, die je beschikbaar hebt om nieuwe dingen totstand te brengen. Werken met dat overschot is wat het leven leuk maakt.Rijk sterven (met overschot) is in zekere zin een gemiste kans.In het traditionele Educatief Design vind ik dat doorgaans de herhaling teveel een doel op zichzelf geworden. Voor mij is het niet meer en niet minder dan het huiswerk dat je moet doen om serieus werk te kunnen verrichten in dit tweede veld.Naar mijn idee moet danook in het "eerste veld" snel worden gewerkt. Dat vraagt grote onderwijskundige "skills" van de docenten.Snelheid hangt immers vaak samen met de mate waarin iemand prettig les weet te geven. Daarom is het van groot belang dat de beste docenten steeeds weer worden uitgedaagd ook in de laagste klassen les te geven. In het tweede "veld" kan worden geexperimenteerd met persoonlijke, nieuwe vormen van kennis/kunde. Dat is het gebied waar het eigenlijk omdraait. Hierop dienen de ogen gericht te zijn. In het kader hiervan ben ik een groot voorstander van versnelde onderwijs/opleidingstrajecten "in het basisveld" als dat kan/verantwoord is en verlengingsmogelijkheden/specialistische verdieping "in het creatieve veld".In het laatste veld dient de docent "participerend" te werk te gaan. Niet het doceren wordt zijn hoofdtaak. Net als in de oude gildes is hij bezig met een eigen werk te maken. De leerling/student werkt naast hem, kan hem vragen stellen, kan begeleiding krijgen, maar hoeft dat niet. Hij kan ook gewoon over de schouder van de docent meekijken hoe die het doet.Deze werkwijze is inspirerend en drukt de kosten van het onderwijs omdat de docent niet "full time" doceert.
Slot
Voor het opleidingsprogramma Educatief Design geldt in feite hetzelfde als voor de hier besproken voorbeelden uit de schoolpraktijk. Binnen het opleidingsconcept is van groot belang dat er basiskennis wordt aangereikt die ook steeds weer wordt geactualiseerd. Vermeden moet worden dat de basis doel wordt in plaats van middel. Het doel is het ontwikkelen van een eigenzinnig pragmatisch-creatief vermogen. Van belang is dat een student/docent Educatief -Design zich daarbij kan oefenen om docent-onderzoeker(ontwerper) te worden. Al eerder is genoemd de school van morgen kan gaan bestaan uit docenten die niet alleen lesgeven, maar ook komen met persoonlijke ontwerpen. Voor mij is bij dit allees duidelijk geworden dat een gedegen Educatief Design niet bestaat uit 2 maar uit 3 componenten. Het gaat om : (1) onderzoek (2) design(3) ondernemen.Het is nooit de bedoeling geweest om studenten Educatief Design op te leiden tot abstracte ontwerpers. Het gaat er om dat iets werkt. Succesvol ondernemen blijkt daarbij van groot belang. Voor de minor betekent dat dat studenten zich niet alleen dienen te richten op de innovatieve kracht van een produkt, maar ook op de organisatie van het proces (met name communicatie) richting de betrokkenen (breefing-debreefing enz.).Gezien de resultaten van vorig jaar (zie evaluaties van de mnor en de evaluaties van de betrokken academische scholen i.o) is dit proces al aardig opgang gekomen
Herhaling :
In mijn optiek dient onderwijs ervoor om kennis en kunde door te geven van de ene persoon op de andere. Kennisoverdracht. Deze "herhalingsoefening" leidt ertoe dat er ruimte kan onstaan voor vooruitgang. Immers als eenieder telkens weer bij nul zou moeten beginnen, zou er nooit tijd overblijven om verder te komen dan de vorige generatie. Van belang is dat deze "kennis" die wordt herhaald deugdelijk voorhanden is. Dat betekent dat het van belang is dat scholen en opleidingscentra partciperen in een netwerk van beschikbaar opleidingsmateriaal.Volgens de eerder genoemde criteria bij schooldesign vindt daarbij vooruitgang op basis van gezonde concurentie plaats.Van belang is verder dat bij iedere vorm van opleiding ook een basis aanwezig is waar iemand in kan worden onderwezen/geproffessionaliseerd. In hoeverre iemand deze basis nodig heeft hangt af van zijn persoonlijke competenties. Het onderwijs hoeft ook niet te beginnen met een algemeen basisideoom. Onderwijs dient veel meer dan tot nu toe het geval is georganiseerd te worden op basis van verschillen in leerstijlen. De een leert vanuit de theorie, de andere vanuit de praktijk. Dat betekent dat leermateriaal veel meer "simultaan" dan "lineair" beschikbaar moet zijn.
Deviatie:
Een wijze man zei ooit eens : "creativiteit ontstaat vanuit overschotskracht" (Lievegoed). Daarmee bedoelde hij, nadat je de basis verzorgd hebt, ontstaat een overschot aan kennis en energie, die je beschikbaar hebt om nieuwe dingen totstand te brengen. Werken met dat overschot is wat het leven leuk maakt.Rijk sterven (met overschot) is in zekere zin een gemiste kans.In het traditionele Educatief Design vind ik dat doorgaans de herhaling teveel een doel op zichzelf geworden. Voor mij is het niet meer en niet minder dan het huiswerk dat je moet doen om serieus werk te kunnen verrichten in dit tweede veld.Naar mijn idee moet danook in het "eerste veld" snel worden gewerkt. Dat vraagt grote onderwijskundige "skills" van de docenten.Snelheid hangt immers vaak samen met de mate waarin iemand prettig les weet te geven. Daarom is het van groot belang dat de beste docenten steeeds weer worden uitgedaagd ook in de laagste klassen les te geven. In het tweede "veld" kan worden geexperimenteerd met persoonlijke, nieuwe vormen van kennis/kunde. Dat is het gebied waar het eigenlijk omdraait. Hierop dienen de ogen gericht te zijn. In het kader hiervan ben ik een groot voorstander van versnelde onderwijs/opleidingstrajecten "in het basisveld" als dat kan/verantwoord is en verlengingsmogelijkheden/specialistische verdieping "in het creatieve veld".In het laatste veld dient de docent "participerend" te werk te gaan. Niet het doceren wordt zijn hoofdtaak. Net als in de oude gildes is hij bezig met een eigen werk te maken. De leerling/student werkt naast hem, kan hem vragen stellen, kan begeleiding krijgen, maar hoeft dat niet. Hij kan ook gewoon over de schouder van de docent meekijken hoe die het doet.Deze werkwijze is inspirerend en drukt de kosten van het onderwijs omdat de docent niet "full time" doceert.
Slot
Voor het opleidingsprogramma Educatief Design geldt in feite hetzelfde als voor de hier besproken voorbeelden uit de schoolpraktijk. Binnen het opleidingsconcept is van groot belang dat er basiskennis wordt aangereikt die ook steeds weer wordt geactualiseerd. Vermeden moet worden dat de basis doel wordt in plaats van middel. Het doel is het ontwikkelen van een eigenzinnig pragmatisch-creatief vermogen. Van belang is dat een student/docent Educatief -Design zich daarbij kan oefenen om docent-onderzoeker(ontwerper) te worden. Al eerder is genoemd de school van morgen kan gaan bestaan uit docenten die niet alleen lesgeven, maar ook komen met persoonlijke ontwerpen. Voor mij is bij dit allees duidelijk geworden dat een gedegen Educatief Design niet bestaat uit 2 maar uit 3 componenten. Het gaat om : (1) onderzoek (2) design(3) ondernemen.Het is nooit de bedoeling geweest om studenten Educatief Design op te leiden tot abstracte ontwerpers. Het gaat er om dat iets werkt. Succesvol ondernemen blijkt daarbij van groot belang. Voor de minor betekent dat dat studenten zich niet alleen dienen te richten op de innovatieve kracht van een produkt, maar ook op de organisatie van het proces (met name communicatie) richting de betrokkenen (breefing-debreefing enz.).Gezien de resultaten van vorig jaar (zie evaluaties van de mnor en de evaluaties van de betrokken academische scholen i.o) is dit proces al aardig opgang gekomen
Abonneren op:
Reacties (Atom)