donderdag 18 oktober 2007

Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen

18 november zijn Wim Ruitenbeek en ik in het kader van ons bezoek aan de Academische Scholen i.o. langs geweest op:

I Het Meerstroom College (Utrecht)
II Kandisnky (Nijmegen)

Net als in de voorgaande dagen blijkt het van groot belang te zijn regelmatig de scholen te bezoeken. Systematisch onder
zoek is geen eenvoudige zaak in de drukte van alledag. Samenwerking tussen school, projectleiding, & lectoraat heeft een duidelijke meerwaarde om een "Academische School in Werking" te realiseren.

ad I Meerstroom : De Academische School als gelaagd gebouw

Het gesprek op Het Meerstroom gaat aanvankelijk over de moeilijke situatie waarin de school verkeerd. De vraag is voor
directeur Jan Nijboer of hij binnen het vereiste tijdsbestek wel met een relevante bijdrage kan komen in het kader van het project "Academische Scholen". Na wat doorvragen blijkt hij al met een onderzoek bezig te zijn dat heel goed bruikbaar is in het kader van de Dieptepilot. De werktitel van het onderzoek zal gaan luiden : "Op weg naar een Nuovo Academie". De Nuovo Academie is een idee van Wim Ruitenbeek. Het draait om intensivering van de samenwerking op het gebied van de Opleidings scholen/Academische Scholen (onder een bestuur). Daardoor kan de effcientie en de kwaliteit van de opleiding worden verhoogd. Dit sluit aan bij de wens van Jan Nijboer om zich op lokateieniveau meer te richten op het primair proces en met betrekking tot het opleiden in de school meer samen te werken met het Vader Rijn College. Inmiddels is de samenwerking een feit en kunnen de studenten van het Meerstroom College deelnemen aan leergroepen op het Vader Rijn College. Daarmee is een "try out" van een "NUOVO academie in werking" gegaan die in het kader van het onderzoek zal worden gemonitord.

Dit zal gebeuren op 3 bijeenkomsten:

15/11 een start-bijeenkomst. Daarbij zullen de studenten van de Meerstroom, de directeur, de deelprojectleider, een vertegenwoordiger van het lectoraat VOMD, aanwezig zijn.

10/11 een monitor-bijeenkomst. Daarbij zullen de studenten worden geintervieuwd.

24/1 een slot-bijeenkomst. Daarbij zullen ook aanbevelingen worden geformuleerd.

Gekoppeld aan de slotbijeenkomst zulllen Jeroen Lutters & Jan Nijboer een dag lang samen aan de slag gaan om de resultaten te interpreteren en te plaatsen in de totale context . Daarvoor moet nog een datum worden geprikt. Het Meerstroom College wil met dit onderzoek aannemelijk maken dat "De Academische School" beter werkt in een gelaag
de structuur/cultuur waarbij : (1) de schoollokatie (2) een bovenschools opleidingscentrum (3) het hogeschool expertise centrum worden ingezet. Tot nu toe wordt nog te weinig aandacht besteed aan het tweede gebied. Daardoor vind er een onnodige fragmentering plaats en wordt het opleiden in de school te gecompliceerd. Op projectniveau kan dit deelproject een belangrijke bijdrage leveren op deelgebied 5 van het prototype : de benodigde leeromgeving.

ad II Kandinsky : De Lerende Docent

Het gesprek op het Kandinsky contreert zich vooral op de student/docent. Het Kandinsky is bezig met een onderzoek naar de mate waarin de doelstellingen van de school ook daadwerkelijk worden gehaald als het gaat om "Opleiden in de School" . Daartoe worden studenten ingezet die in een tweetal student-docent koppels, middels interviews,de uitgangspunten zullen toetsen. Op basis van kwaliteitsonderzoek (verhalen) zullen eerste conclusies worden getrokken op schoolniveau die dan kunnen leiden tot een vervolgonderzoek (leerlingniveau). Daarnaast zal een doorvertaling plaatsvinden op projectniveau. Verwacht word dat het onderzoek nieuwe inzichten oplevert aangaande de rol en de positie van de student op een Academische School. In dit verband is het onderzoeksproces van de studenten, op projectniveau, van groot belang. Uit hun (zelf)reflectie zal immers naar voren moeten komen hoe je komt tot een succesvol onderzoek m.n. welke tegenvallers je moet leren overwinnen om te komen tot een adequaat produkt. Aan de orde zijn gekomen : omvang, tijd, continuiteit,
eigenaarschap, kwaliteitsnorm, en pragmatisme versus idealisme.

Concreet worden in de komende 2 maanden ongeveer 6 interviews gerealiseerd. De 2 koppels zullen daarvoor eerst worden geprofessionaliseerd. De verslaglegging van de intervieuws zal mogelijk met beelden (audio-visueel) worden ondersteund.
Vervolgens zal eind december/begin januari het materiaal overhandigd worden aan Jeroen lutters die het verder kan polijs-
ten. Uiteindelijk zal hieruit een : (1) schoolverslag (2) inbreng voor het prototype (3) materiaal voor de routeplanner met zijn kansen en valkuilen en (4) audio-visueel materiaal voortkomen. Jeroen en Inge hebben afgesproken contact te onderhouden.

Wim en ik waren erg blij met de 2 gesprekken. Ons viel daarbij op dat :

1. Scholen vaak veel meer doen aan professionalisering dan ze zelf erkennen en herkennen

2. Scholen vaak op zoek zijn naar nieuwe vormen terwijl ze 'halfproducten' op het schap hebben/laten liggen

3. Scholen hun bestaand onderzoek door creatief-pragmatisme moeten koppelen aan een nieuwe geldstromen

Samen met de scholen kwamen we veelal tot de conclusie te kiezen voor een "pressure cooker" model. Het geheim daarbij licht in :

1. Het aanpakken van een klein thema dat als hefboom dienst kan doen

2. Het doen van het onderzoek in een afgemeten korte periode van hooguit een maand

3. Het produktgericht werken

4. Het mobiliseren van professionele hulp

5. Het integreren van de bestaande agenda

dinsdag 16 oktober 2007

Onderzoek & Ontwerp Academische Scholen

Vandaag, 16 oktober, hebben Wim Ruitenbeek en ik de stand van zaken opgenomen bij een aantal Academische Scholen i.o.
en hun voor zover mogelijk geadviseerd bij het realiseren van hun onderzoek. Aanbod kwamen vandaag :

- Het Vader Rijn College (Utrecht)
- Via Nuovo (Utrecht)

Vader Rijn College : de dragers van de academische school

Vraagstelling : Centraal in het onderzoek van het Vader Rijn College staat de vraag hoe je de dragers van een Academische School in werking kan: (1) identificeren (2) in ontwikkeling brengen (3) hun kennis/kunde kan laten overdragen aan collega's. Het Vader Rijn is, bij monde van de directeur, daarbij de mening toegedaan dat de dragers van de Academische School zich in alle geledingen van de organisatie bevinden. Voor zover het de docenten betreft is een onderscheid gemaakt tusse CIO's/LIDO's (Bachelorstudenten) en Ecologische Pedagogiek studenten (Mastersstudenten).

Experiment : Om in beeld te brengen hoe je de dragers kan identificeren en ontwikkelen wordt voor januari een periode
van ongeveer twee weken vastgesteld die zal gelden als " De Academische School in werking". De bedoeling is dat in deze periode aan alle medewerkers gevraagd zal worden een aantoonbare/actieve bijdrage te leveren aan de Academische School, om het zo van een "papieren" een "levende" werkelijkheid te maken. Om dit te realiseren zal in deze weken op actieve wijze de dialoog worden bevorderd tussen : (1) de leiding (2) de spelers die al bezig zijn met de Academische School (3) de spelers die nog in beeld moeten komen. Dostojevski signaleerde al dat voor een dialoog het "gesprek aangaan" met mensen van groot belang is . Anders vallen ze "stil" en worden ze tot "ongemotiveerde instrumenten". De organisatie zal worden opgetrokken in samenwerking met de masterstudenten die zich in het hart van de academische school bevinden. De bedoeling is dat tijdens deze weken gedacht-es worden uitgewisseld die aan het einde van de periode door de directeur worden geintegreerd en in een samenhangende beleidsvisie voor het komend jaar worden teruggegeven aan het personeel. Projectleider van het geheel is Wim Ruitenbeek. Indien nodig is hulp toegezegd door Jeroen Lutters.

Verslaglegging : In het VRC staat het "natuurlijk leren" centraal. In samenhang daarmee lijkt het vanzelfsprekend dat het VRC ook komt met een vorm van "natuurlijk opleiden". Omdat natuurlijke vormen van leren en opleiden vooral door kwalitatief onderzoek zijn te traceren is het van belang dat de opbrengst van de "laboratorium weken " van de Academische School in werking niet worden gekwantificeerd, maar vooral goed worden beschreven (narratieve insteek). Het gaat erom dat het verhaal van een school als het Vader Rijn College in beeld wordt gebracht door beschrijving en analyse van wat er (al) gebeurd. Het is vooral van belang vertrouwen te hebben en aandacht te besteden in wat er al is. Het is veel minder aan de orde (ten onrechte vaak gedacht) weer iets nieuws te verzinnen. Het verslag van het experiment zal half januari beschikbaar zijn voor verdere uitwerking. Gezien het onderwerp zal het op projectniveau vooral een bijdrage leveren aan het 2e onderwerp: de rol van docent/expert in de Academische School.

Via Nuovo : kernreflectie als verbindend hart van de communicatie

Vraagstelling : Het onderzoek binnen Via Nuovo in het kader van de Academische School betreft het ontwikkelen van een kwaliteitszorg instrumentarium. Dit kwaliteitszorg instrumentarium draait vooral om het verbeteren van de communicatie door middel van het werken met kernreflecties.Communicatie is vervolgens de basis voor een verbinding tussen de verschil-lende partijen in de Academische School.

Experiment : Inmiddels is het onderzoek gestart olv. Mark Dees en onder verantwoordelijkheid van de directeur, Ron Dorreboom. In het onderzoek wordt gewekt op basis van een parallelle methode. Dat wil zeggen er wordt zowel onderzoek gedaan wordt naar de leerlingen, de studenten, de docenten, als de leiding. In het onderzoek wordt ook de etnografische context betrokken. Verder staat in het model het belang van de ritmische handeling (afwisseling tussen activiteit en rust) centraal.Van belang in het onderzoek is nu vooral alle reeds opgedane kennis te integreren onder de kop "Kernreflectie als hart van de academische school". Dat vraagt van de ene kant het afwerken van het bestaand onderzoek, maar vooral ook het in verband met elkaar brengen van reeds aanwezig materiaal.

Verslaglegging : De verslaglegging kan rond januari een feit zijn. In het verslag verwerkt worden de "Via Nuovo Academie" en de "Docenten Competenties Monitoring". Dit alles zal resulteren onder het eerder genoemde samenhangende thema: "Kern reflectie als hart van de Academische School". Op projectniveau zal het deelproject van Via Nuovo waarschijnlijk een bijdrage kunnen leveren aan het 4e onderwerp in de gemeenschappelijke publicatie : de rol van de communicatie in de Academische School.

Schoolbezoeken: De Academische School in werking

De begeleidingsgesprekken van Wim/Jeroen met de betrokken scholen waren staaltjes van de " Academische School in Werking". De oorzaak daarvan lag in het feit dat ieder van de betrokkenen duidelijk gecommiteerd was aan het thema opleiden in de school. Daarbij durfde ook ieder van de deelnemers op basis van ervaringen, analyses, experimenten en praktijk in het onderzoek te stappen. De Academische School is een " onderzoekende dialoog" gebasseerd op het thema "Onderzoek je eigen Werk". Op het moment dat de verschillende deelnemers als actoren in een "gesprek" durven/willen stappen is de Academische School al een feit.Keer op keer blijkt in dit type gesprekken dat veel van het benodigde materiaal (onbewust) al voor handen is en reeds doorwerkt in de organisatie. De bijdrage van het onderzoek is vooral de verschillende "fragmenten" in een samenhangend "verhaal" onder te brengen. Dit geintegreerd "verhaal" kan vervolgens dienst doen als basis voor een haalbaar en herkenbaar beleid.

zaterdag 13 oktober 2007

Onderzoek & Ontwerp Liberal Arts

In de afgelopen week maakte ik een aantal zaken mee die direct of indirect raakte aan het progressieve concept voor "Liberal Arts" zoals dat wordt ontwikkeld op de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) . Ik heb het dan
over :

- de introductie van het boek "Pure Schoonheid" van Susan West Kurz in het Artemis Dutch Design Hotel in Amsterdam

- een lezing van Anette Kraus of "Hidden Curriculum" in de Rietvelt Academie in Amsterdam

- de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan Al Gore voor zijn werk voor klimaatverbetering

In alle drie de gevallen hebben we te maken met een toenemend bewustzijn dat alles met alles samenhangt en dat de enige manier om de ontwikkeling van mens & natuur te stimuleren is de activiteiten voortdurend in samenhang te zien met het
geheel. Kortom : integraal bewustzijn op kleine en grote schaal.

Susan West Kurz: een gezonde "lifestyle"

De auteur sprak over de noodzaak te komen tot een nieuwe lifestyle. Een lifestyle gebasseerd op:

1. ritme : een flow tussen polariteiten,
2. rituelen: terugkerende markatiemomenten
3. duurzaamheid: in plaats van korte termijn "policy"

Dat resulteerde in een visie op het leven die ze benoemde als "celebration of life" en een proces van "gracefully aging".
Een wereld waarin we in toenemende mate bewust dienen te worden dat "me=we"; dat je alleen maar verder komt als je beseft dat je eigen geluk afhangt van de mate waarin je ook andere gelukkig maakt. Deze levenswijze leidt tot innerlijke/uiterlijke schoonheid. Susan West Kurz is directeur van Hauschka Cosmetics VS; natuurlijke cosmetica die o.a. door
Madonna wordt aanbevolen.

Anette Kraus: "Hidden Curriculum"

Het werk van de kunstenares Anette Kraus gaat over de samenhang tussen leven en leren. In leersituaties, zoals scholen,
zijn we ons vaak niet bewust dat leerlingen vaak net zo veel, of meer, leren in situaties die niet als zodanig zijn gedefinieerd.
Het is de wereld van het "Hidden Curriculum" . Leerlingen leren achter de televisie, in specifieke ruimtes, in de omgang met elkaar. Interessant is je de vraag te stellen in hoeverre we deze realiteit integreren in ons leven. Het werk van Anette Kraus
sluit prachtig aan bij het concept "Levend Leren" en de opleiding "Ecologische Pedagogiek"ontwikkelt door Hans Jansen (Lector Vernieuwende Opleidingsmethodiek & Didactiek). Op dit moment is zij bezig met een project in CASCO Utrecht. Op 3 november vindt een lezing plaats.

Al Gore: disastreus effect van de huidige "lifestyle"

Het zweedse comite kende de Nobelprijs voor de Vrede toe aan Al Gore vanwege zijn inzet op het gebied van klimaats
verandering. Al Gore waarschuwt in de vorm van film, lezingen en publicaties dat de wereld snel aan het afzakken
is richting een regelrechte catastrophe. In "An unconvenient truth" laat hij zien wat de gevolgen zijn van onze manier
van leven, onze huidige "lifestyle". In feite schetst hiij de wereld van de fotograaf Edward Burtynsky die exposeert in het gemeentemuseum in Helmond met zijn apocalyptische "Industrial Landscapes".

Al Gore analyseert de werkelijkheid. Anette Kraus experimenteert met nieuwe werkvormen. Susan West is bezig met
het ontwerpen van een nieuwe "lifestyle". Dit laatste acht ik vooral van groot belang. Hier ontstaat ook de overlap met de activiteiten voor vernieuwing van het Hoger Onderwijs.Ook daar is een "lifestyle" verandering nodig: gericht op gezondheid in plaats van welvaart, gericht op integratie van mens en professie in plaats van desintegratie, gericht op het aanspreken van de hele mens in plaats van alleen het cognitieve (wetenschappelijk) of praktische (HBO) aspect. Innovatie die geen rekening met deze aspecten houdt is , in mijn ogen, tot mislukken gedoemd.

Het Hoger Onderwijs is een spiegel van de wereld. Het is tijd voor verandering. Daarvoor is analyse van de huidige situatie, experimentele nieuwe werkvormen en het aanbieden van een gezonde "lifestyle" ook voor jongeren/studenten van groot belang. In een nieuwe vorm van Hoger Onderwijs dient het onderwijs in het verlengde daarvan iets te worden dat gericht is op:

1. kritisch bewustzijn : het analyseren van de gevolgen van het huidige ongezonde systeem van Hoger Onderwijs dat bijdraagt aan een mondiaal natuur & cultuurverval.

2. integrerend handelen : het werken aan de integratie van leven en werk d.m.v. aandacht voor het "hidden curriculum",
het levend leerlandschap enzovoort.

3. progressieve "lifestyle" : het bevorderen van een nieuwe "lifestyle" waardoor jongeren/studenten in een gezonde verhouding komen met de tijdsstroom en de ruimte waarin ze leven.

vrijdag 12 oktober 2007

Publicatie script en postscript " Dreef 33"

Na overleg met de kerngroep is deze week besloten dat " Dreef 33" vooralsnog niet in produktie zal worden genomen. Dit heeft vooral te maken dat binnen afzienbare tijd aan de belangrijkste voorwaarde (voor de zomervakantie gesteld!) niet voldaan kan worden : het vinden van een geldschieter voor het realiseren van een dergelijke omvangrijke produktie. De begroting ziet er namelijk zo uit dat voor het realiseren van de produktie in personen en materieel een aanzienlijke investering nodig is. Ook als het gaat om een goedkopere distributievorm zoals "You Tube".

Het script en postscript zal niettemin worden gepubliceerd. Onderhandelingen zijn daarvoor gaande met Indigio en Agiel. Gedacht wordt aan een foto/tekst boek als "teaser" met achterin in handzame vorm het integrale script. Bijgeleverd wordt ook een CD met een postscript dat dient als handeling voor het werken met "soap" in (verschillende vormen van) onderwijs. De bedoeling is dat het boek uiteindelijk als artistieke produktie met een educatieve toepassingsmogelijkheid kan worden benut. Soap kijken past daarmee binnen het concept "hidden curriculae" zoals ontwikkelt door de kunstenares Anette Kraus.

Vooruitlopend op de publikatie zal op 12 januari een seminar worden georganiseerd waarin het werken met "soap" centraal staat. Er zal gewerkt gaan worden met 4 werkgroepen : (1) het onderzoeken van het leven als soap (2) het schrijven van een soap (3) het spelen van een soap (4) het analyseren van soaps. Het seminar wordt georganiseerd door de interfacultaire opleiding (Ecologische) Pedagogiek. Projectleider is Renee van der Linde. Voor meer informatie lees ook het weblog van "Dreef 33".

Onderzoek & Ontwerp Liberal Arts

Gisteren, 11 oktober, heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de directie/bestuur van de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) en de directie van de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Een mijlpaal in de geschiedenis van de Vrije Hogeschool omdat daarmee voor het eerst een institutionele samenwerking met het reguliere Hoger Onderwijs totstand is gekomen. In dit overleg is uitgesproken dat we graag in een intensieve samenwerking met elkaar willen komen. Daartoe zal tussen nu en december een "convenant" worden opgesteld. Dit "convenant" dient als een basis-document waarbinnen specifieke deeltrajecten kunnen worden gesitueerd.

Op dit moment lopen er overigens al meerdere lijnen in de samenwerking tussen de Vrije Hogeschool (Bernard Lievegoed College for Liberal Arts i.o.) en het lectoraat VOMD van de Hogeschool Utrecht. Op het gebied van innovatie en profes- sionalisering bestaat er al een samenwerkingsverband om te komen tot een Vrije Hogeschool als laboratorium voor levend leren. Daartoe is een vraag neergelegd bij het lectoraat VOMD. Inmiddels hebben orienterende gesprekken plaatsgevonden met o.a. Jeroen Lutters en Paul Scheulderman (meervoudige geletterdheid).

Op het gebied van het ontwikkelen van lectoraten bestaat er een samenwerkingsverband waarbij medewerkers van de Hogeschool Utrecht betrokken zijn. Zo zijn o.a. Erik van de Luytengaarden (lector bij de FMR) en Roel de Groot (uitgever Agiel en medewerker van het lectoraat VOMD) betrokken bij de ontwikkeling van een toekomstige master, eventuele postacade-mische cursussen en de uitbouw van 3 lectoraten : kunst/cultuur, pedagogiek/andragogiek, ondernemerschap/recht.

Tenslotte is de ontwikkeling van een minor "Liberal Arts" in een versnelling gekomen. De faculteit educatie en de directie van ecologisch pedagogiek hebben hun wens uitgesproken deze minor in het aanbod van de FE op te nemen. De minor zal (mede dankzij de Ionastichting) worden ontwikkeld onder de vleugels van het de Vrije Hogeschool, die danook de eigenaar van het produkt is. De inhoudelijke ontwikkel vraag is neergelegd bij Jeroen Lutters (aangezien die ook de basisaanvraag heeft verzorgd). Het projectmanagement zal worden verzorgd door Hanke Drop. De (interne/externe) vermarkting van de minor is primair een zaak van de FE/Pedagogiek.

Vrijdag 16 november om 15.00 zal een volgend gesprek plaatsvinden met de faculteitsdirectie van de FE en de directie/het bestuur van de Vrije Hogeschool. Bij dat gesprek wordt vanzelfsprekend ook de directeur van de Ionastichting uitgenodigd. In het gesprek zal een eerste schets van het "convenant" worden besproken dat wordt opgesteld door Marcel Meer van de Hogeschool Utrecht. Intussen wordt o.l.v. Hanke Drop een deelcontract voor het minor-project opgesteld. Ook dat kan 16 november ter tafel komen. Iedereen was zeer ingenomen met het verloop van het gesprek en heeft vertrouwen in het vervolg.

donderdag 11 oktober 2007

Adolescentie in Fictie: Orlando

Vandaag is het bericht binnen gekomen dat een "voucher " is toegekend door de Hogeschool Utrecht om het promotie-onderzoek dat nu loopt onder de werktitel "Adolescentie in Fictie" te realiseren. Dit is een belangrijk moment omdat
daarmee:

1.het onderzoek ook wordt gelegitimeerd
binnen de Hogeschool Utrecht

2.er tijd vrij komt om het onderzoeks
proces te versnellen

3.er mogelijkheden onstaan voor meer
ondersteuning op dit project

4. er mogelijkheden ontstaan voor meer
ondersteuning op andere door mij aangestuurde projecten

5.het onderzoek wordt gehonoreerd als zijnde
van maatschappelijk belang

6.het belang van de werkzaamheden van
het lectoraat VOMD wordt bevestigd

Met deze toezegging is een proces tot een positief einde gekomen dat al meer dan een half jaar duurt. Om de "voucher" te realiseren moesten namelijk een groot aantal fasen worden doorlopen : (1) het mobiliseren van draagvlak in het veld (2) de aanvraag voor een facultaire comissie (3) de goedkeuring van de faculteitsdirecteur (4) de voorbereiding door de staforga-nisatie (5) de goedkeuring door een centrale comissie (6) het besluit door het CvB. Mijn dank gaat uit naar alle partijen die me hierbij hebben ondersteund in het bijzonder : Mieke Bal, Jan Brandsma, Hans Jansen, Dick de Wolff, Huib de Jong, Annelies de Jeu, Cees Sprenger, Bart Engbers, Marja Molenaar. Met name gaat mijn dank uit naar Mathi Vijgen.

zaterdag 6 oktober 2007

Adolescentie in Fictie: Orlando

In mijn 'Adolescentie in Fictie' kies ik voor een specifieke wijze van denken. Omdat hierover regelmatig vragen krijg wil ik die bij deze nog eens te verhelderen. De tekst sluit aan bij mijn voorgaande BLOG over fictiviteit & wetenschap. Aan de orde komen :

- het verlaten van het realistisch denken
- het betreden van het nominalistisch denken
- het ontwikkelen van het esthetisch denken

Esthetisch denken:

Realistisch denken betekent dat je ervan uitgaat dat de werkelijkheid in woorden, in systemen, te vangen is. De woorden representeren de werkelijkheid. Als je de woorden, de systemen, benoemt, lees je de werkelijkheid. De meeste realisten zijn inmiddels ook relativisten. Dat wil zeggen : ze beseffen dat ze maar een deel, een afgebakend stukje, werkelijkheid kunnen beschrijven. Het komt aan op precisie. Veel empirisch onderzoekers passen in deze traditie.

Nominalistische denkers gaan ervan uit dat de talige wereld een onafhankelijke werkelijkheid is.Deze talige wereld gehoorzaamd aan eigen wetten. Vanuit een reaslistisch standpunt bezien is daarmee het geschreven woord een fictieve -activiteit is. De geschreven werkelijkheid representeert nooit daadwerkelijk de ' substantiele werkelijkheid' maar kan er slechts naar verwijzen. Daarmee is het geschreven woord per definitie fictief. Wetenschappelijk of niet wetenschappelijk; in principe maakt dat niets uit.

Esthetisch denken kenmerkt zich door de nadruk op de vormgeving van de gedachte. Binnen het esthetisch denken wordt een gedachte gezien als een compositie: een samenhangend geheel. Iedere geslaagde compositie heeft een overtuigende opbouw. Die opbouw hoeft helemaal niet logisch verklaarbaar te zijn. Wel is van belang dat de compositie een 'overtuigend verhaal oplevert'. Zo wordt de nominale werkelijkheid tot een vorm van schoonheid kent.

Work of Art:

De analyse zal een combinatie van taal en beeld zijn . Inmiddels is al overleg gepleegd met de Uitgeverij Agiel die het kijk-luister boek (tweede deel) ook nu weer gaat uitgeven. Voor de financiering wordt gekeken richting de Hogeschool Utrecht, de Vrije Hogeschool / Iona Stichting en het Prins Bernard Fonds. Dit laatste fonds komt met name in aanmerking omdat het gaat om een studie die een wetenschappelijke en kunstzinnige productie tegelijk is : een 'work of art'.